by Seshata on 14/12/2012 | Consumptie

Cannabis, sociale fobie en ontwijkende persoonlijkheidsstoornis

sociale fobie Zoals bij veel psychologische en neurologische aandoeningen kan het moeilijk zijn om het verband precies te achterhalen: vertoont de patiënt de symptomen door het cannabisgebruik of gebruikt hij cannabis vanwege zijn aandoening?


Het is al lang bekend dat er een duidelijk verband is tussen cannabis en een aantal aan elkaar verwante aandoeningen als agorafobie, sociale fobie en ontwijkende persoonlijkheidsstoornis. Mensen die aan deze aandoeningen lijden, hebben een bewezen hogere kans om verslaafd te raken aan cannabis, tabak en alcohol dan de algemene bevolking. Zoals bij veel psychologische en neurologische aandoeningen kan het moeilijk zijn om het verband precies te achterhalen: vertoont de patiënt de symptomen door het cannabisgebruik of gebruikt hij cannabis vanwege zijn aandoening?

Overeenkomsten tussen SF, OPS en verwante stoornissen

Sociale fobie (SF, ook wel sociale angststoornis genoemd) is een spectrumstoornis die zich kenmerkt door angst voor sociale situaties en die het dagelijkse leven kan belemmeren. In zijn meest extreme vorm zorgt deze stoornis ervoor dat patiënten arbeidsongeschikt worden of niet in staat zijn om alledaagse taken uit te voeren. Meestal kunnen patiënten echter tot op zekere hoogte functioneren in sociale situaties, maar lopen ze veel meer kans dan de algemene bevolking om drugs en alcohol als ‘zelfmedicatie’ te gebruiken ter vermindering van remmingen en sociale stress.

Ontwijkende persoonlijkheidsstoornis (OPS) wordt door sommigen in de medische gemeenschap slechts beschouwd als een andere benaming voor de meest extreme vorm van sociale fobie, omdat de twee stoornissen zo nauw verwant zijn. Anderen vinden echter dat OPS gekenmerkt wordt door angst voor intieme relaties tussen mensen, terwijl SF meer draait om angst voor functioneren in sociale situaties. Er zijn maar weinig patiënten met SF die voldoen aan de DSM-III-R-criteria voor OPS. Veel patiënten met OPS daarentegen vertonen symptomen van SF. Het feit dat bij een kleine maar significante groep patiënten wel de diagnose OPS, maar niet SF wordt gesteld, bevestigt bovendien het argument dat de twee stoornissen dan wel nauw verwant zijn, maar toch losstaan van elkaar.

Een andere vergelijkbare aandoening is agorafobie (ook wel: pleinvrees), waarbij patiënten het gevoel hebben weinig tot geen controle te hebben in onbekende omgevingen. Situaties die dit opwekken zijn onder andere menigtes, reizen en grote open ruimtes. Velen beschouwen agorafobie niet als een sociale fobie. Anderen ervaren echter dat hun symptomen verergerd door een enorme angst om sociaal in verlegenheid te verkeren. Degenen die tot deze laatste groep behoren, worden vaak sociale agorafobiepatiënten genoemd. Cannabisgebruik is in verband gebracht met agorafobie en angststoornis. Veel patiënten melden dat ze meer symptomen van agorafobie hebben nadat ze cannabis zijn gaan gebruiken.

Paniekstoornis (PS) zou ook nauw verwant kunnen zijn met SF en OPS. Agorafobiepatiënten kunnen ook symptomen van PS vertonen. Hoewel er een hoge comorbiditeit van angststoornissen met agorafobie is, kan het verband met cannabisgebruik enigszins verschillen. In één onderzoek gaven veel PS-patiënten aan dat de symptomen binnen 48 uur na het cannabisgebruik begonnen en 40% van de regelmatige cannabisgebruikers maakte melding van ten minste één paniekaanval na het begin van het gebruik van de drug.

Cannabis, sociale fobie en ontwijkende persoonlijkheidsstoornis

Het verband tussen cannabisverslaving en angststoornissen

In een onderzoek uit 2008 onder een groep SF-patiënten werd geconcludeerd dat deze mensen 6,5 keer meer kans lopen op een cannabisverslaving dan de algemene bevolking. Daarnaast is ook de kans op alcoholisme 4,5 keer zo groot. In een ander onderzoek uit Frankrijk onder negentig zwaar verslaafde cannabisgebruikers werd vastgesteld dat 29% leed aan SF, 16% aan een paniekstoornis met of zonder agorafobie, en 9% aan agorafobie zonder paniekstoornis.

In het algemeen genomen is het duidelijk dat SF veel vaker voorkomt bij langdurige cannabisgebruikers dan bij de algemene bevolking. Na depressie en drugsgebruik is sociale fobie de meest voorkomende psychologische stoornis. Deze komt momenteel voor bij 1-4% van de bevolking in de VS. Andere bronnen melden echter dat de stoornis maar liefst bij 7,1-7,9% voorkomt, met een lifetime-prevalentie van 13%. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) schat de lifetime-prevalentie wereldwijd op 7%.

Regionale variatie in het percentage angststoornissen

Hoewel het vanwege de verschillen in diagnostische procedures moeilijk is om exacte cijfers vast te stellen, is het wel duidelijk dat er veel regionale variatie is in de prevalentie: van 52,7% in Oedmoertië (autonome republiek in de Russische Federatie) tot slechts 0,4% in Taiwan. Het opmerkelijk lage cijfer in veel Oost-Aziatische landen kan te wijten zijn aan het feit dat het lastig is om cultuuroverschrijdende criteria voor de stoornis vast te stellen. Andere tests toonden aan dat SF het minst voorkomt in Latijns-Amerikaanse landen en het meest in Oost-Aziatische landen.

Ontwijkende persoonlijkheidsstoornis komt minder voor. De geschatte lifetime-prevalentie in de bevolking van de VS is 0,5-1,3%. Agorafobie treft ongeveer 1,7%. Hoewel deze aandoeningen minder regionale variatie hebben dan SF is er wel enige variatie: In Noorwegen is het percentage voor OPS bijzonder hoog (rond de 5%), en voor agorafobie varieert het percentage van 0% in grootstedelijk China tot 4,8% in Zuid-Afrika.

Patiënten proberen hun symptomen in toom te houden met “zelfmedicatie”

Het feit dat deze regionale variatie niet geheel overeenkomt met de variatie in cannabisgebruikspercentages, duidt erop dat deze aandoeningen niet veroorzaakt worden door cannabisgebruik, maar meer dat de patiënten, waar ze ook zijn, eerder geneigd zijn om cannabis of een andere psychoactieve stof die lokaal te verkrijgen is, te gebruiken om hun symptomen te verlichten.

De recente ontdekking dat cannabidiol (CBD) het gevoel van sociale angst en benauwdheid van SF-patiënten vermindert, is een krachtige bevestiging van dit argument. Dit sluit echter niet uit dat THC, dat bekendstaat als zeer psychoactief, mogelijk een rol speelt bij de openbaring van de symptomen zelf.

Wanneer iemand een acute angstaanval heeft, is er een verhoogde bloedstroom door de periaqueductale grijze stof in de hersenen, die verantwoordelijk is voor defensief gedrag zoals ‘vechten of vluchten’. Tegelijkertijd vermindert de bloedstroom in de prefrontale cortex, waar cognitieve en emotionele functies plaatsvinden, zoals rationele beslissingen.

 Hoe CBD paniek- en angstsymptomen kan verminderen

In een ander onderzoek, waarbij SF-patiënten CBD toegediend kregen, werd ontdekt dat er een grotere bloedstroom was in de rechter cortex cingularis posterior (achterste omgordende hersenschors), die belangrijk kan zijn bij het interpreteren van reacties van anderen. Tegelijkertijd was er een verminderde bloedstroom naar de hippocampus en de parahippocampale gyrus, die cruciaal zijn bij het aanmaken en ophalen van herinneringen, en naar de inferieure temporale gyrus, waarvan men denkt dat het een rol speelt bij de waarneming van gezichten. Met een ander onderzoek is ook aangetoond dat CBD werkt als een anxiolytisch, ofwel angstverminderend medicijn, dat defensief gedrag, opgewekt door bedreigende prikkels, tempert wanneer het bij ratten direct wordt geïnjecteerd in de periaqueductale grijze stof (PAG). Verder heeft CBD in de PAG een panicolytisch of paniekverminderend effect en een anti-aversief effect, omdat het de afkeer van stressvolle situaties vermindert.

De PAG bevat CB1-receptoren, maar men denkt dat het effect ervan indirect is omdat vermoed wordt dat CBD de CB1-receptor niet beïnvloedt. Van CBD wordt gedacht dat het de opname van anandamide in de PAG belemmert. Anandamide is een CB1-receptoragonist en van stoffen die de opname ervan beperken, is aangetoond dat ze anxiolytisch zijn.

Men denkt dat de hersengebieden die worden beïnvloed door angststoornissen, waaronder de prefrontale cortex, amygdala, hippocampus en PAG, samenwerken om iemands reactie op stressvolle prikkels te beheersen. Het feit dat al deze gebieden CB1-receptoren hebben, duidt op een verband. Hoewel anandamide en andere directe CB1-receptoragonisten echter anxiolytische effecten kunnen hebben in kleine hoeveelheden, zijn ze bij grotere hoeveelheden vaak angstopwekkend. Aan de andere kant doen stoffen die deze agonisten belemmeren de angst niet toenemen, zelfs als ze in grote hoeveelheden worden toegediend.

Welke processen precies plaatsvinden is nog onduidelijk en zal onduidelijk blijven totdat er nader onderzoek wordt gedaan. Een beperking in het vermogen herinneringen op te roepen zou echter kunnen helpen bij het onderdrukken van onaangename herinneringen aan eerdere sociale verlegenheid, terwijl een groter vermogen om reacties in te schatten het zelfvertrouwen kan vergroten en kan helpen bij sociale prestaties.

De tendens om verslaafd te raken aan cannabis is daarom problematisch. Hoewel veel soorten cannabis substantiële hoeveelheden CBD bevatten, is herhaaldelijk aangetoond dat THC in grote hoeveelheden angst en paniek opwekt. Het is onwaarschijnlijk dat patiënten met angst- en paniekstoornissen steeds de beschikking hebben over cannabis met de juiste verhouding cannabinoïdes, waaronder een hoog gehalte CBD en een gehalte THC dat laag genoeg is om anxiolytisch te zijn.

Kwekers beginnen deze soorten echter aan te bieden, zoals het in Israël gekweekte Avidekel, dat 16% CBD en minder dan 1% THC bevat. Als patiënten met paniek- en angststoornissen als SF, OPS en PS veilig toegang hebben tot dergelijke cannabissoorten kan de kans op verergering van de symptomen door het gebruik van soorten met een hoog THC-gehalte worden beperkt en hoeft men minder snel zijn toevlucht te nemen tot andere behandelingen.

Reageren

Plaats een reactie

Blaze420

Dit beantwoord al mijn vragen. Shesheta heeft dit mooi uitgepuzzeld.

22/01/2015

corrie leushuis

Mijn probleem is dat ik 3 weken thc olie sterk geconcentreerd heb gebruikt, wel 9 tot 12 druppels per dag, Ik merkte er niets van en gebruikte het voor mijn reumatische artsritus. Na 3 weken werd ik erg angstig en nerveus, Mijn gedachten waren niet te stoppen, allemaal sombere dingen passeerde de revue. Nu ben ik 3 weken gestopt en gebruik antidepressiva, oxazepam en een slaapmiddel, Wat ik heb gelezen is als je teveel hebt gebruikt het in je vetopslag gaat plakken, Het kan weken duren voor je het totaal kwijt bent, Hoe lang kan het mij nog beïnvloeden ? In mijn naïviteit heb ik veel te veel gebruikt, omdat ik dacht dat het geen kwaad kon. Hopelijk geeft of weet iemand antwoord. groet Corrie Leushuis

15/11/2016

jaap

"antidepressiva, oxazepam en een slaapmiddel"
tja...

14/09/2017

Leave a Comment

Please enter a name
Oops, looks like you forgot something?
Read More
Read More
Read More
Read More
Read More