by Martijn on 23/05/2014 | Medicinaal

Cannabisgebruik en depressie

Hoewel er momenteel talloze medische aandoeningen bestaan waarvoor de geneeskundige eigenschappen van cannabis en haar derivaten al onbetwistbaar zijn, bestaan er nog steeds stoornissen of pathologieën waarvoor de voordelen nog onduidelijk zijn. Tegelijk zijn de risico's van het gebruik van cannabis voor bepaalde psychiatrische stoornissen tamelijk goed begrensd, maar dan weer grotendeels onduidelijk voor andere.


Het gebruik van cannabis in de gezondheidszorg

Hoewel er momenteel talloze medische aandoeningen bestaan waarvoor de geneeskundige eigenschappen van cannabis en haar derivaten al onbetwistbaar zijn, bestaan er nog steeds stoornissen of pathologieën waarvoor de voordelen nog onduidelijk zijn. Tegelijk zijn de risico’s van het gebruik van cannabis voor bepaalde psychiatrische stoornissen tamelijk goed begrensd, maar dan weer grotendeels onduidelijk voor andere. Van alle eventuele toepassingen waarvoor de wetenschappelijke informatie minder volledig is wat de mogelijke gevolgen voor de mentale gezondheid van cannabisgebruikers betreft, is het verband met depressie ongetwijfeld het vaagst.

Ofschoon de regeling van de gemoedstoestand tot de functies van de endocannabinoïden behoort, is het niet volledig duidelijk of het gebruik van cannabis door personen met een depressie hen zou baten, schaden of in het beste geval niet zou beïnvloeden. Hoewel in talloze onderzoeken naar een oorzakelijk verband tussen het gebruik van cannabis en het ontstaan van andere mentale stoornissen, zoals schizofrenie, wordt gezocht (tot op heden kon in geen enkele studie worden gestaafd dat het een oorzakelijk verband betreft), bestaan er opnieuw nauwelijks gegevens rond het verband tussen het gebruik van cannabis en de ontwikkeling van depressiesymptomen. De volkswijsheid luidt dat zoiets niet kan worden veralgemeniseerd: sommigen varen er wel bij en anderen niet, voor sommigen is het een redding en voor anderen de ondergang. Zo heeft iemand een vriend die al blowend genas van zijn zware depressie, kent iemand anders iemand die met jointjes de medicatie achterwege kon laten, bij iemand anders waren het dan weer de jointjes die hem depressief maakten en tot slot zijn er moraliserende verhalen in alle geuren en kleuren. En die zitten er niet ver naast. Wat het verband tussen cannabis en depressie betreft, komt die moralisering waarschijnlijk in sterkere mate overeen met de werkelijkheid dan voor andere gevallen, waarin die verbanden erg vaag lijken. Dit blijkt althans uit een recente studie die in het vermaarde wetenschappelijke tijdschrift Addiction Biology werd gepubliceerd.

Depressie is zonder twijfel het grootste gezondheidsprobleem in de ontwikkelde wereld. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie lijden momenteel 121 miljoen personen wereldwijd aan een depressie. Het is de voornaamste oorzaak van arbeidsongeschiktheid en treft personen van elke leeftijd, geslacht en milieu. De belangrijkste symptomen zijn een depressieve gemoedstoestand, het verlies van belangstelling voor of plezier bij dagelijkse activiteiten, schuldgevoelens of een laag zelfbeeld, concentratieproblemen, slaapstoornissen of een ontregelde eetlust en weinig energie. Depressie kan uitmonden in zelfmoord, een tragisch lot dat jaarlijks 850.000 mensen treft.

De rol van genetische aanleg

Hoewel de studie die hier wordt vermeld niet bedoeld was om de mogelijke toepassingen van cannabis bij de behandeling van depressie te bestuderen, maar eerder om te onderzoeken of er een verband zou bestaan tussen het gebruik van cannabis en het ontstaan van depressiesymptomen, zijn de resultaten dermate interessant dat ze vanuit een therapeutisch oogpunt een beter beeld kunnen scheppen van de mogelijke positieve of negatieve gevolgen van de aanbeveling om cannabis te roken aan iemand die een depressieve fase doormaakt. Bovendien wordt duidelijk gemaakt waarom bepaalde personen goed en anderen slecht varen bij cannabis wat betreft de invloed ervan op de gemoedstoestand.

rol van genetische aanleg
Wat is de rol van genetische aanleg?

Het betrof een longitudinale studie, waarbij een groep van 310 adolescenten vier jaar lang werden gevolgd. Ieder jaar onderwierpen de adolescenten zich aan tests waarbij depressiesymptomen werden geëvalueerd en tegelijkertijd genetische analyses werden verricht om de genetische aanleg voor depressie te meten. Kan de genetische aanleg voor depressie worden bepaald?

Het belang van de kwetsbaarheid van het individu

Zoals bij alle mentale ziekten, zijn de oorzaken van depressie legio. Hoewel de verhouding tussen genetische oorzaken en omgevingsgebonden oorzaken in functie van het soort stoornis kan schommelen, bestaan er geen mentale ziekten met louter genetische of louter omgevingsgebonden oorzaken. Er kan eerder worden gesteld dat een concreet genetisch verschil een bepaald individu vatbaarder of kwetsbaarder kan maken voor een mentale ziekte als het wordt blootgesteld aan een omgeving die de ontwikkeling van die stoornis in de hand werkt. Er kan sprake zijn van genetische aanleg, maar wanneer men zich niet aan een inductieve omgeving blootstelt, ontwikkelt men de ziekte niet. Tegelijk kan een extreme blootstelling aan inductieve omgevingen leiden tot de ontwikkeling van de stoornis bij personen die er weinig aanleg voor hebben. Zo kan een persoon met genetische aanleg voor schizofrenie de stoornis nooit ontwikkelen omdat hij zich nooit aan stressvolle, veroorzakende situaties blootstelt. Enerzijds kan een persoon zonder die aanleg een mentale stoornis ontwikkelen omdat hij een dramatische gebeurtenis heeft beleefd, zoals langdurige fysieke mishandeling. Anderzijds vormt het gen dat de aanwezigheid van serotoninetransportgenen in het brein codeert een biologische aanwijzing voor de aanleg voor depressie.

Het serotoninetransportgen is een eiwit dat de hoeveelheid serotonine in ons zenuwstelsel regelt. Het is een soort recyclagepomp die serotonine van de buitenkant naar de binnenkant van een neuron voert en aldus een zeker evenwicht schept, zodat het brein zich goed voelt op psychisch vlak. Er bestaat een soort gen dat dit eiwit codeert. Dit wil zeggen dat de activering ervan het bevel geeft om recipiënteiwitten voor serotonine aan te maken. Elk gen heeft twee allelen. Wanneer dit gen een zogenaamde ‘lange’ allel heeft (wat niets meer is dan een allel dat uit een groter aantal basissen bestaat dan een kort allel), zal het meer serotoninetransportgenen coderen. En als het een ‘korte’ allel heeft (hetzij minder basissen), zal het er minder coderen. In die zin blijkt dat personen die een korte allel hebben vatbaarder zijn voor depressie dan personen met een lange allel.

Allel
Allel

Onderzoek naar genetische invloeden

De onderzoekers uit deze studie volgden de twee kinderen van elk van de 428 bestudeerde gezinnen door ze testen voor te leggen waarin depressie werd geëvalueerd en ze maten tevens de genetische aanleg bij 310 van hen. Daarnaast onderzochten ze hun marihuanagebruik. Hieruit is enkel gebleken dat adolescenten met de korte versie van het gen dat het serotoninetransportgen codeert op lange termijn meer depressiesymptomen hadden dan zij die de lange versie van het gen hadden. Bovendien was de richting van het verband tamelijk duidelijk: het ging er niet om dat adolescenten met de korte allel depressiesymptomen ontwikkelden en daarom marihuana gebruikten als zelfmedicatie. Het verband ging in de omgekeerde richting: adolescenten met de korte allel die marihuana rookten, hadden op lange termijn meer risico op depressiesymptomen. Het roken van marihuana bleek dus een omgevingsgebonden oorzaak te zijn voor het ontstaan van een depressie bij personen die hier genetisch vatbaar voor waren. En dit was een feit ofschoon de adolescenten met de korte allel van het gen tijdens het geblow aanvankelijk euforie en andere aangename sensaties ervoeren die eigen zijn aan marihuana. Daarnaast controleerden ze een andere soort omgevingsgebonden variabelen die met depressie bij adolescenten samenhangen, zoals het gebruik van tabak en alcohol, de scholingsgraad en socio-economische en persoonlijkheidsfactoren.

Samengevat wordt in deze interessante studie voor het eerst een duidelijk verband gelegd tussen het gebruik van cannabis en depressie of depressiesymptomen. Hoewel de studie geen antwoord geeft op de vraag of marihuana een zinvolle behandeling kan zijn bij depressie, lijkt ze dat wel te doen voor de vraag of het gebruik ervan depressieproblemen in de hand kan werken. Dit blijkt het geval te zijn bij genetisch voorbestemde personen, aan wie het roken van marihuana wordt afgeraden. Voor anderen lijkt het ontstaan van dergelijke problemen toeval te zijn. Een aantal vragen blijft onbeantwoord: kan het voor personen zonder genetische aanleg en met een depressie zinvol zijn cannabis te gebruiken? Misschien komt die schommeling op het vlak van de gevolgen, die we in het begin van dit artikel aanhaalden met betrekking tot de verschillende gevolgen van cannabis bij depressieve personen, wel exact overeen met dit genetisch verschil tussen individuen? Dit zijn vragen die in toekomstige studies moeten worden beantwoord. Ik betwijfel in elk geval of iemand aan zijn huisarts kan vragen een genetische analyse te verrichten om zijn aanleg voor depressie te bepalen. Daarom kan iedereen zichzelf best evalueren en bepalen of het gebruik hem baat, schaadt of geen invloed op hem heeft en dienovereenkomstig handelen.

Auteur: José Carlos Bouso

Reageren

Plaats een reactie

De Bruyne Eef

Deze studie is pas volledig wanneer de onderzochte personen die cannabis roken dit ook echt puur roken, dus zonder tabak. En dan zou men nog moeten nagaan of die personen misschien beter reageren op cannabis uit een verdamper, of op cannabis met een hoger CBD gehalte.

Groeten

28/05/2014

Leave a Comment

Please enter a name
Oops, looks like you forgot something?
Read More
Read More
Read More