by Seshata on 18/12/2013 | Cultureel

De productie van henneptextiel

In de loop van duizenden jaren hebben mensen de methoden van het verbouwen, oogsten en verwerken van hennep verfijnd en geperfectioneerd om vezels te kunnen produceren voor kleding en nog veel meer. Vandaag de dag zijn er talloze soorten textiel en mengvormen daarvan beschikbaar voor alle vereisten en toepassingen. Maar hoe wordt hennepvezel geproduceerd en verwerkt?


Een overzicht van de productie van vezelhennep

Een spinner in de provincie Guizhou in China spint hennepvezel tot draad (Minneapolis Institute of Arts)

Vezelhennep wordt gemaakt van variëteiten van Cannabis sativa met weinig cannabinoïden, die dicht op elkaar worden geplant om rechte hoofdstelen te krijgen en zo min mogelijk vertakkingen. In tegenstelling dat de meeste psychoactieve soorten cannabis hebben vezelvariëteiten meestal een holle steel, met een veel hoger vezelgehalte (35% in plaats van 15%).

Op het noordelijk halfrond wordt vezelhennep geplant wanneer de bodemtemperatuur boven 7,5 °C uitkomt en wordt hij meestal geoogst rond augustus wanneer het stuifmeel begint te los te komen. Hennep groeit ook goed wanneer de omstandigheden minder dan ideaal zijn en geeft in dergelijke omstandigheden meestal een betere opbrengst dan andere gewassen.

Voor een optimale oogst moet hennep echter worden verbouwd in zachte, vochtige weersomstandigheden, in een goed gedraineerde, niet-zure bodem met een hoog stikstofgehalte. De bodem moet vochtig zijn, maar niet té, omdat dit zwakke vezels tot gevolg blijkt te hebben. Koele zomers schijnen ook te helpen bij het ontstaan van fijne, sterke vezels.

Oogsten en scheiden van hennepvezels

Wanneer uitsluitend voor vezel wordt verbouwd, worden mannelijke en vrouwelijke planten beide zo snel mogelijk gemaaid wanneer de mannelijke stuifmeel beginnen te produceren. Wanneer voor vezel en zaad wordt verbouwd, mogen de mannelijke eerst de vrouwelijke bevruchten voordat ze worden gemaaid. De vrouwelijke laat men dan rijpen totdat de zaden rijp zijn, waarna de planten worden gemaaid en vezel en zaad worden gescheiden.

Het is interessant dat traditionele boeren in Groot-Brittannië beweren dat mannelijke hennepplanten veel fijnere en zijdeachtiger vezels produceren dan vrouwelijke. Uit Hongaars onderzoek uit 1996 bleek echter dat mannelijke vezels weliswaar fijner waren, maar dat vrouwelijk vezel enigszins sterker was.

Het roten van hennepvezel

Wanneer de planten zijn gemaaid, worden de stelen meestal enkele weken lang over de grond uitgespreid zodat ze kunnen roten. Dit is een afbraakproces waarbij de pectine (de gelachtige polysachariden in de meeste plantencelwanden) die de vezels bij elkaar houdt, ontbindt door de blootstelling aan licht en lucht zodat de lange bastvezels bloot komen te liggen. Bastvezels zijn de vezels in het floëem of de binnenbast van tweezaadlobbige planten zoals hennep en vlas.

Het roten kan ook gebeuren in watertanks, wat het proces versnelt, of in vorst en sneeuw, waardoor naar men zegt een wittere, fijnere vezel ontstaat. Tegenwoordig zijn er ook chemische en enzymmethoden waarmee het proces van roten kan worden versneld.

Het ontschorsen van de hennepvezel

Ontschorsen is het verwijderen van de centrale houtige kern uit de steel. Deze stap kan onmiddellijk volgen op het roten, wanneer de stelen nog nat zijn. In dat geval worden de vochtige vezels van de kern afgepeld en gedroogd. Ook kunnen de stelen eerst worden gedroogd en dan verwerkt met speciale machines die de houtige kern breken en van de vezels scheiden.

De productie van henneptextiel

Met moderne ontschorsers kunnen de lange perioden roten en aparte ontschorsprocedés achterwege blijven, maar worden beide processen gecombineerd. Op deze manier worden binnen enkele minuten na het maaien baalklare vezels geproduceerd.

Het bewerken van de hennepvezels

Wanneer de vezels zijn gescheiden, worden ze tot balen gevormd en van het veld gehaald om tot draden te worden verwerkt. Vaak worden vezels zonder verdere bewerking gesponnen. Sommige producenten hebben echter chemische of mechanische processen ontworpen waarmee de vezels zachter of elastischer worden gemaakt.

Eén bepaald proces bestaat bijvoorbeeld uit het dompelen van de vezels in een bijna kokende oplossing van zeep en soda, waarna ze worden gewassen met water en ondergedompeld worden in verdund azijnzuur. De vezels worden nogmaals in schoon water gewassen en gekamd, met een uitzonderlijk zacht en fijn eindresultaat.

Lignine verwijderen uit hennepvezel

Lignine is een harde, houtige biopolymeer die 8 – 10% van het droge gewicht van hennepvezel uitmaakt en verantwoordelijk is voor het ruwe, schurende gevoel van traditionele hennepvezel. Als de lignine wordt verwijderd, is de resulterende vezel veel gladder en zachter. Omdat het indertijd onmogelijk was om de lignine uit hennep te verwijderen zonder de sterkte aan te tasten, stapte men over naar andere gewassen. Dit was een van de redenen waarom het gebruik in het post-industriële tijdperk zo sterk afnam.

Rond 1985 ontwikkelden onderzoekers een nieuwe techniek waarmee ze de lignine konden verwijderen met behulp van enzymen en micro-organismen: het eiwitverterende enzym protease wordt eerst toegepast op de hennepvezel, waarmee het stikstof in de stelen wordt verminderd. Vervolgens laat men Bjerkandera op de vezels groeien, een schimmel die de lignine opeet. De vezels die met deze techniek worden geproduceerd, zijn veel veelzijdiger waardoor hennep weer kon worden gebruikt voor kleding.

Hennepvezel tot draden spinnen

Hennepdraad wordt net als andere natuurlijke vezels gesponnen. Meestal worden de vezels samengedraaid tot lange, doorlopende draden, die vaak worden afgedicht met was of iets dergelijks zodat een waterafstotend of duurzamer eindresultaat ontstaat.

Meestal worden op dit moment in het proces andere vezels toegevoegd waardoor een mengvorm ontstaat: in plaats van stoffen te weven uit verschillende draden die van één vezel zijn gemaakt, gebruikt men draden die zelf bestaan uit meerdere vezels die de uiteindelijke eigenschappen bepalen. Dit is echter niet altijd zo: fustein wordt bijvoorbeeld geweven uit een schering (lengtedraad) van vlas, vermengd met een katoenen inslag (dwarsdraad).

Handmatig spinprocedé

De productie van henneptextiel

Dit proces werd van oudsher met de hand gedaan, met behulp van niet meer dan twee eenvoudige gereedschappen: de spindel en de spinrok. De spindel is een spijkervormig gewicht waaraan de ruwe vezel wordt vastgemaakt en de spinrok is een houten stok waar de ruwe vezel omheen wordt gewonden.

De handspinner laat de spindel draaien en geeft langzaam ruwe vezel vrij van de spinrok. De draaiende beweging en de trekkracht van het gewicht dat langzaam omlaag zakt, zorgen ervoor dat de vezels strak in draden worden gesponnen. Sommige hobbyisten en specialistische producenten spinnen nog steeds op de hand met behulp van deze traditionele gereedschappen.

Bij het op de hand spinnen van hennepvezel is de beste keus voor de spindel een lichtgewicht spintol, een type dat heel snel kan draaien en een fijne, gladde draad produceert. De meeste hennepdraad wordt droog gesponnen, maar kan ook ‘nat’ worden gesponnen: de spinner maakt gewoon de vingers nat met water en strijkt over de draad terwijl die draait, waardoor losse vezels worden gladgestreken voor een zo glad mogelijk resultaat.

Hoewel hennep tegenwoordig moet concurreren met allerlei andere vezels, zowel natuurlijk als synthetisch, hebben verbeterde bewerkingstechnieken de weg vrij gemaakt voor revolutionair nieuwe gebruiksmogelijkheden voor henneptextiel. Bovendien stijgt de behoefte aan textielgewassen die weinig schade aan het milieu toebrengen snel. Daarom wordt hennep, na een lange periode uit de gratie te zijn geweest, weer belangrijker, al bereikt het misschien nooit meer zijn voormalige status als meest gebruikte textielgewas.

Reageren

Heb je een standpunt? Deel hem dan hieronder.

Leave a Comment

Please enter a name
Oops, looks like you forgot something?
Read More
Read More
Read More