Een nieuw type cannabissoorten
Laat me de nieuwe soorten zien!

by Micha on 09/01/2019 | Legaal & Politiek

Is het cannabisverbod in strijd met de grondrechten?

Duitsland Een Berlijner heeft de Bondsrepubliek Duitsland voor de rechter gesleept omdat hij vindt dat het cannabisverbod zijn recht op vrijheid beperkt. Naar verluidt is het verbod in strijd met de grondrechten en dus ongrondwettelijk. Op grond van betwisting van de bevoegdheid van de administratieve rechtbank heeft de bevoegde autoriteit de claim afgewezen.


Op 28 november 2018 heeft de administratieve rechtbank van Berlijn een claim afgewezen die de grondwettelijkheid van het cannabisverbod in twijfel trekt. De aanklager, een gepensioneerde Berlijnse advocaat, wilde een coffeeshop openen en vond dat het cannabisverbod zijn recht op vrijheid beperkte. Thomas Herzog en zijn juridisch adviseur, de advocaat Volker Gerloff, vinden dat het cannabisverbod in strijd met de grondrechten en ongrondwettelijk is. De beklaagde, de Bondsrepubliek Duitsland, werd vertegenwoordigd door advocaten van het Ministerie van Volksgezondheid.

“Het cannabisverbod is vanuit elk standpunt irrationeel”, vertelde Gerloff voor de rechtszaak aan de Berliner Zeitung. “Het recht op algemene vrijheid van handelen, het hoogste grondrecht in een democratische rechtsstaat, is altijd op de achtergrond aanwezig.”

Weegt de grondwet zwaarder dan internationale verdragen?

Het vaak aangehaalde argument dat een land het verdovende middel cannabis niet alleen kan legaliseren vanwege het Enkelvoudig Verdrag van de VN, betekent dat de twee advocaten geconfronteerd worden met een argument dat zwaarder zou moeten wegen dan de multilaterale verplichtingen: de Duitse grondwet.

Gerloff en Herzog rechtvaardigen de claim met het argument dat de Bondsrepubliek Duitsland geen bindende verplichtingen op grond van internationaal recht mag aangaan indien die ten koste gaan van de door het grondwettelijk recht beschermde rechten. Als een rechtbank schendingen van fundamentele rechten zou vaststellen als gevolg van het bestaande cannabisverbod, dan zou de federale regering onmiddellijk en effectief een oplossing voor deze schendingen moeten bieden. In zo’n geval zouden internationale conventies zoals het Enkelvoudige Verdrag van de Verenigde Naties inzake Verdovende Middelen uit 1961 van ondergeschikt belang zijn.

Is het cannabisverbod in strijd met de grondrechten?

De advocaten van de federale rechtbank beschouwden de afwijzing van de claim als een bevestiging van hun standpunt. Het Duitse Bundesverfassungsgericht zou verantwoordelijk zijn voor fundamentele juridische kwesties zoals het cannabisverbod. Als de administratieve rechtbank de claim zou toestaan, zou de federale regering niet zomaar met een eenvoudig decreet het cannabisverbod kunnen herroepen zonder de toestemming van de Bondsdag en de Bondsraad.

De rechtbank rechtvaardigde de afwijzing door de bevoegdheid van de administratieve rechtbank aan te vechten. Opperrechter Groscurth rechtvaardigde haar beslissing door te stellen dat alleen door middel van een door de Bondsdag aangenomen wet besloten kon worden om cannabis te legaliseren.

Herzog en Gerloff zien het verbod echter nog steeds als een schending van het gelijkheidsbeginsel. Tabak en alcohol zijn naar verluidt veel gevaarlijker, maar wel legaal.

Tijd voor een tweede poging in Karlsruhe

Misschien is het zo slecht nog niet dat de claim op het laagste niveau werd afgewezen. Stel je voor dat Pegida (Patriottische Europeanen tegen de islamisering van het Avondland) de afschaffing van het asielrecht in eerste instantie voor een administratieve rechtbank brengt en de zaak wint. Het ministerie van Binnenlandse Zaken zou het asielrecht onmiddellijk moeten aanscherpen, zonder de toestemming van de Bondsdag.

Het enige veelbelovende element dat hieruit voortkomt is dat de zaak voor het grondwettelijk hof in Karlsruhe wordt gebracht. Aan de ene kant zou dit langer duren en eigen financiële middelen vereisen, maar aan de andere kant was het 24 jaar geleden dat een rechter in Karlsruhe een uitspraak deed over het cannabisverbod, en toen had hij al besloten dat het bezit van kleine hoeveelheden niet meer vervolgd moest worden.

Alleen de manier waarop dit oude vonnis wordt uitgevoerd zou een controle door de rechter van het grondwettelijk hof waard zijn. In 1994 had de rechter zich zeker niet kunnen indenken dat de regelgeving voor kleine hoeveelheden 24 jaar na dat eerste vonnis nog steeds zo uiteen zou lopen en dat die, afhankelijk van de federale staat, vaak niet meer waard is dan het papier waarop hij geschreven is. Zelfs vandaag de dag worden gebruikers in Beieren en Baden-Württemberg nog steeds vervolgd met repressieve maatregelen en rijverboden voor het bezit van slechts enkele grammen, terwijl ze in Bremen of Berlijn vaak een oogje dichtknijpen.

Is het cannabisverbod in strijd met de grondrechten?

Gezien de huidige situatie zou het in alle opzichten denkbaar zijn dat Karlsruhe verdere liberaliserende ontwikkelingen niet zou tegenhouden. Toch zou de toekomstige Berlijnse coffeeshop-exploitant nog een tijdje langer moeten wachten. In plaats van de grondwettelijkheid van het cannabisverbod fundamenteel aan de kaak te stellen, zou hij beter het economische aspect op de voorgrond van het argument plaatsen en dan een aanvraag indienen om een winkel te openen. Zodra het handelskantoor of de politie die plannen wil verijdelen, zou de gepensioneerde advocaat juridische stappen moeten ondernemen tegen het verbod op het openen van een hennepwinkel, want dan zou het hem specifiek treffen. Na de twee verwachte nederlagen op lage niveaus zou dit de weg vrijmaken naar het Federaal Administratief Hof in Leipzig. Alleen als het hoogste administratieve hof een negatief vonnis over coffeeshops zou vellen, zouden de rechters van het Bundesverfassungsgericht in Karlsruhe verantwoordelijk zijn. Dan zouden alleen zij het verbod ongrondwettelijk kunnen verklaren en de wetgever kunnen verzoeken om cannabis binnen een bepaalde termijn te legaliseren. Deze procedure zou zeker jaren vertraging met zich meebrengen.

Een andere en veel snellere optie zou zijn om de claim te steunen via de leden van de Bondsdag, die rechtstreeks en zonder omwegen beroep kunnen aantekenen bij het Bundesverfassungsgericht als ze menen dat een wet de grondrechten beperkt.

De Bondsdag is misschien sneller

Het zou natuurlijk eenvoudiger zijn als er al van tevoren nieuwe meerderheden in Berlijn zouden zijn. Na de vorige Bondsdagverkiezingen klinkt dat niet eens zo onwaarschijnlijk, want sinds de ommezwaai van de SPD deze zomer is er momenteel al een mathematische meerderheid in de Bondsdag die voor een gereguleerde cannabismarkt is. Toch is de SPD, als kleine coalitiepartner van de CDU, nog niet in staat om druk uit te oefenen. Cannabis komt niet voor in het regeerakkoord, dat de richtlijnen van het regeringsbeleid voor de komende jaren in detail regelt. In Duitsland is het een politieke traditie om dit akkoord niet in gevaar te brengen door controversiële onderwerpen aan te snijden tijdens de ambtstermijn.

Reageren

Heb je een standpunt? Deel hem dan hieronder.

Leave a Comment

Please enter a name
Oops, looks like you forgot something?
Read More