Marihuana, empathie en ernstige vormen van autisme; deel I

Het is altijd fascinerend te zien op hoeveel manieren een high van marihuana het empathisch vermogen versterkt. Mijn belangstelling voor dit effect van marihuana werd gewekt toen ik het zo'n vijftien jaar geleden zelf ervoer. Ik vond het opwindend omdat ik al lang een filosofische belangstelling voor empathie had en mijn onderzoek zich daarop richtte.


Je kunt mensen alleen begrijpen als je hen in je binnenste voelt.”

John Steinbeck, schrijver, 1902-1968

Empathie en de simulatietheorie

Het is altijd fascinerend te zien op hoeveel manieren een high van marihuana het empathisch vermogen versterkt. Mijn belangstelling voor dit effect van marihuana werd gewekt toen ik het zo’n vijftien jaar geleden zelf ervoer. Ik vond het opwindend omdat ik al lang een filosofische belangstelling voor empathie had en mijn onderzoek zich daarop richtte.

Simon Blackburn
Simon Blackburn

In de moderne filosofie van de geest wierpen filosofen als mijn leraar Simon Blackburn aan het einde van de jaren ’80 van de vorige eeuw een frisse blik op theorieën over menselijk begrip en empathie. Zij pleitten voor een theorie die later bekend zou worden als de “simulatietheorie van menselijk begrip”. Daarvóór meenden cognitieve wetenschappers en filosofen dat wij anderen begrepen vanuit een aangeleerde “volkspsychologie”, een quasi-theoretische psychologische kennis, op grond waarvan we generalisaties kunnen maken en verklaren hoe mensen zich voelen en gedragen. Dit standpunt werd de “theorietheorie” genoemd, omdat het ervan uitgaat dat iedereen – meestal onbewust – een zekere psychologische theorie gebruikt om anderen te begrijpen.

De simulatietheorie komt er in het kort op neer dat we om anderen te begrijpen, gebruikmaken van een bepaald cognitief vermogen om “je in anderen in te leven”. Met andere woorden, in plaats van een psychologische theorie op anderen toe te passen, begrijpen wij hen door ons in hen in te leven en door hun ogen naar de wereld te kijken. In een poging dit empirisch te bevestigen hebben voorstanders van de simulatietheorie aangevoerd dat veel autisten (vooral hoog functionerende autisten) theoretisch-psychologische concepten en generalisaties kunnen begrijpen, maar dat  hun vermogen zich in anderen in te leven tekortschiet, wat hun problemen met hun empathisch vermogen zou verklaren. Gevallen van autismespectrumstoornis (ASS) blijven filosofen, psychologen en cognitieve en neurowetenschappers boeien in hun zoektocht naar theorieën over menselijk begrip en empathie.

Marihuana en de versterking van het empathisch vermogen

Pan & Syrinx, Jan Brueghel de Oude - 1615
Pan & Syrinx, Jan Brueghel de Oude – 1615

Tijdens het onderzoek voor mijn eerste marihuanastudie voor “High. Insights on Marihuana”[1] ben ik verbluffende verslagen van gebruikers tegengekomen over hoe hun empathisch vermogen werd versterkt tijdens een high. Een drukbezette vader beschreef hoe hij eens high werd voordat hij met zijn zoon ging spelen en toen pas voor het eerst begreep hoe eenzaam het kind zich voelde en hoe het ernaar verlangde dat zijn vader aandacht en tijd voor hem had. Een echtgenoot beschreef in een brief aan zijn vrouw hoe hij dankzij marihuana haar seksuele behoeften beter begreep. Een psychotherapeut vertelde dat hij altijd nuchter was als hij met zijn patiënten sprak, maar dat hij eens net toen hij high was een noodoproep van een patiënt kreeg. Zijn patiënte was tijdens het gesprek zo onder de indruk van zijn inlevingsvermogen dat zij later erop stond om voor dat uur te betalen. Deze en andere verhalen zetten mij aan het denken over mogelijke verklaringen voor de versterking van ons fundamentele vermogen om anderen te simuleren en begrijpen tijdens een high.[2]

Een groot aantal van de tijdens een high versterkte cognitieve vermogens  zouden een rol kunnen spelen in de versterking van het empathisch vermogen. Marihuanagebruikers hebben onafhankelijk van elkaar versterkingen waargenomen en beschreven, zoals een versterkt episodisch geheugen of een sterker vermogen om patronen te zien tijdens een high. Deze versterkte cognitieve vaardigheden kunnen kennelijk het inlevingsvermogen verhogen: als ik mij episodes uit mijn puberteit levendig kan herinneren, zal ik een tiener in soortgelijke omstandigheden ook beter kunnen begrijpen. Als ik het subtiele patroon van een sarcastisch glimlachje op het gezicht van mijn gesprekspartner beter kan herkennen, snap ik beter hoe die persoon zich tegenover mij voelt en gedraagt. Naast deze en mogelijk andere relevante cognitieve versterkingen, gaven veel marihuanagebruikers expliciet aan dat high zijn kan helpen “in de huid van iemand anders te kruipen”, zijn gevoelens te voelen, door zijn ogen te kijken. In een intrigerend rapport beschrijft Theophile Gautier, lid van de fameuze literaire kring in de 19de eeuw ‘Club des Hashashins’, deze verandering van perspectief toen hij high naar een schilderij keek:

“Door een  bizar bovennatuurlijk verschijnsel versmolt ik na een aantal minuten met het object waar ik naar keek en werd ik zelf dat object. Zo werd ik de nimf Syrinx, omdat het fresco verbeeldt hoe de dochter van Leda door Pan wordt achtervolgd. Ik voelde alle angsten van die arme nimf en probeerde me te verbergen achter dat fantastische riet om aan het monster met de ramspoten te ontsnappen.”[3]

Door dit soort verhalen raakte ik ervan overtuigd dat marihuana in principe ons vermogen kan versterken om ons in anderen in te leven en door hun ogen te kijken.

De simulatietheorie en het spiegelneuronensysteem

Giacomo Rizzolatti
Giacomo Rizzolatti

De discussie over de simulatietheorie nam een nieuwe wending toen een Italiaanse groep wetenschappers rond Giacomo Rizzolatti begin jaren negentig van de vorige eeuw het spiegelneuronensysteem ontdekte. Kort samengevat komt het erop neer dat de groep zag dat wanneer een aap een pinda pakte, dezelfde groep motorische neuronen die zijn hand aanstuurden niet alleen tijdens het pakken van de pinda actief waren, maar ook als de aap zag dat een ander de pinda pakte. Sinds deze ontdekking voeren wetenschappers als Rizzolatti, Vilayanur Ramachandran en Marco Iacoboni aan dat spiegelneuronen een specifiek neuronensysteem vormen dat ten grondslag ligt aan ons vermogen om om de emoties en bedoelingen van anderen te kunnen “spiegelen” en  begrijpen. Aanhangers van de simulatietheorie hebben dit onderzoek gebruikt om hun standpunt te bepleiten: ons bijzondere vermogen anderen te simuleren zou voortkomen uit een specifiek spiegelneuronensysteem dat ons in staat stelt hen “van binnen uit” te begrijpen, in plaats van volkspsychologische conclusies over hen te trekken.

Marihuana, autisme en het endocannabinoïdesysteem

In 2006 publiceerde Vilayanur Ramachandran een paper getiteld “Broken Mirrors – A Theory of Autism”[4], waarin hij stelde dat autisme te maken kon hebben met een gebrekkig (oftewel “gebroken”) spiegelneuronensysteem, een zeer controversiële theorie die nog steeds ter discussie staat. Op basis van mijn eigen onderzoek heb ik een hypothese geponeerd over een mogelijk verband tussen het endocannabinoïdesysteem en het spiegelneuronensysteem, in een hoofdstuk van mijn eerste boek over marihuana en empathie:

 “Zou het kunnen dat (…) er al een functionele relatie bestaat tussen het endocannabinoïdesysteem in onze hersenen en het body mapping system, inclusief het spiegelneuronensysteem? Nogmaals, een onderzoek naar de versterking van cognitieve vermogens bij gebruik van marihuana zou kunnen bijdragen aan breder wetenschappelijk inzicht in de werking van de menselijke hersenen.”[5]

Als er zo’n functioneel verband zou bestaan, zou het dan kunnen dat het endocannabinoïdesysteem bij autistische kinderen gebrekkig werkt en dat het hun problemen met het empathisch vermogen veroorzaakt? Ik denk dat recente bevindingen aantonen dat ik min of meer op het juiste spoor zat, ook al blijft de “gebroken-spiegel”-hypothese uiterst controversieel. In mijn volgende twee essays beschrijf ik eerst hoe een aantal zwaar autistische kinderen ongelooflijk veel baat lijken te hebben bij medicinale marihuana en gevolgd door een samenvattign van een aantal nieuwe bevindingen omtrent mogelijke verbanden tussen het endocannabinoïdesysteem en autisme.

[1]   Sebastian Marincolo, High. Insights on Marijuana. Dogear Publishing 2010

[2]   Zie voor meer verslagen Lester Grinspoon (2014), marijuana-uses.com, en Novak, William (1980). High Culture: Marijuana in the Lives of Americans. Massachusetts: The Cannabis Institute of America, Inc., p.138-9.

[3]   Gautier, Théophile, (1966). “The Hashish Club.” In: Solomon (ed.) (1966), “The Marihuana Papers”, Signet Books, Indiana, p. 174.

[4]   Vilayanur S. Ramachandran & Lindsay M. Oberman, (2006) “Broken Mirrors: A Theory of Autism”, Scientific American 295, 62 – 69 doi:10.1038/scientificamerican1106-62.

[5]   Sebastian Marincolo, High. Insights on Marijuana”, Dog Ear Publishing, Indiana 2010.

Reageren

Heb je een standpunt? Deel hem dan hieronder.

Leave a Comment

Please enter a name
Oops, looks like you forgot something?
Read More
Read More