30% korting op alle automatic cannabiszaden
Koop nu

Nieuwe uitspraken Spaans Constitutioneel Hof: einde van de tolerantie voor cannabis in Spanje

Cannabis Social Clubs Na tientallen jaren van relatieve tolerantie voor cannabis in Spanje, beslist het Spaanse Constitutionele Hof definitief dat cannabisclubs strafbaar zijn. Jarenlange criminaliserende strategieën van de Spaanse overheid werpen hun vruchten af. Het parlementaire debat in Spanje kan nu niet langer worden uitgesteld.


Het Spaanse Constitutionele Hof heeft besloten dat Sociale Cannabisclubs strafbaar zijn en dat hun activiteiten niet kunnen worden gereguleerd door de regionale overheden, zolang het Spaanse Wetboek van Strafrecht niet wordt gewijzigd. Daarmee eindigt een tijdperk van vijftig jaar relatieve tolerantie en breekt een nieuw tijdperk aan, waarin juridische onzekerheid en onderdrukking de boventoon voeren. Dit kan alleen worden voorkomen door een nieuwe nationale wet.

Vals nieuws

Ik zal 19 december 2017 niet gauw vergeten. Plotseling liep mijn telefoon over van appjes, sms’jes en gemiste oproepen. Het Spaanse persbureau EFE had aangekondigd dat het Spaanse Constitutionele Hof de uitspraak van het Spaanse Hoger Gerechtshof tegen vier leden van de vereniging Pannagh, waaronder ikzelf, had geannuleerd, en de media begonnen dit nieuws te verspreiden. Onze advocaten hadden dit vonnis niet ontvangen, maar omdat het nieuws afkomstig was van persbureau EFE geloofden wij dat het waar kon zijn. We hadden in ieder geval niet veel tijd om erover na te denken: binnen een uur gaf ik al de eerste radio-interviews.

We wisten dat de uitspraak in de zaak Ebers, een andere vereniging uit Bilbao die op antwoord van het Constitutioneel Hof zat te wachten, op korte termijn bekend zou worden gemaakt, dus we konden een fout niet uitsluiten. Toch was het een enorme opluchting. De volgende ochtend bevestigde Hugo Madera, directeur van Soft Secrets Spanje, waar we allemaal voor vreesden: het was een fout en er was alleen uitspraak gedaan in de zaak Ebers. Maar het valse nieuws deed al de ronde en hoewel sommigen het direct rectificeerden, deden anderen dat niet. Binnen een paar uur gingen we van euforie naar teleurstelling.

Cannabisverenigingen passen niet in de huidige Spaanse wetgeving

Nadat de ergste teleurstelling eenmaal was gezakt, gaf de uitspraak in de zaak Ebers ons wel goede hoop voor onze eigen zaak. Als de uitspraak in de zaak Ebers was geannuleerd, zou die in de zaak Pannagh en die van Three Monkeys naar alle waarschijnlijkheid, om dezelfde redenen, ook worden geannuleerd, al weet je het natuurlijk nooit. Vanuit politiek standpunt is de uitspraak echter een enorme tegenslag, want met deze uitspraak worden alle deuren naar het model van de sociale cannabisclubs in Spanje definitief gesloten.

De uitspraak in de zaak Ebers is tweeledig: ten eerste is er het legaliteitsbeginsel en ten tweede het recht op een eerlijke procesgang. Om u niet te vervelen met juridische termen kunnen we kort samengevat stellen dat het eerste deel te voorzien en gepast was. Hierin wordt gezegd dat het Constitutionele Hof acht dat het Spaanse Wetboek van Strafrecht en de daarin opgenomen artikelen inzake illegale drugs, eenduidig en concreet genoeg is, en dat de manier waarop het Hoger Gerechtshof deze heeft geïnterpreteerd correct. Waarom was dit te voorzien? Omdat het gerechtshof dat vindt en daarmee uit.

Op die manier acht het Constitutionele Hof, zonder enige onderbouwing, het juridische debat dat al tientallen jaren loopt en waarin prestigieuze advocaten de dubbelzinnigheid van het Wetboek van Strafrecht op dit punt hebben aangetoond, gesloten en dat is iets waar veel gerechtshoven, inclusief het Hoger Gerechtshof, zich bij aansluiten. Maar erkennen dat deze dubbelzinnigheid bestaat, houdt in dat het Wetboek van Strafrecht moet worden gewijzigd en de overheid, noch de rechters die tegen de regulering van cannabis zijn (die zowel het Hoger Gerechtshof als het Constitutionele Gerechtshof in Spanje domineren) zijn daartoe bereid, omdat ze vrezen dat een dergelijke juridische hervorming zal leiden tot een grotere tolerantie. Het debat wordt dus eigenmachtig gesloten: wij hebben de macht, wij beslissen hoe de wet moet worden geïnterpreteerd en daarmee uit.

Wat betreft de interpretatie van de wet bevestigt de uitspraak dat, aangezien cannabis gevaarlijk is voor de gezondheid, ongeoorloofd gebruik daarvan door het Medisch Agentschap weliswaar illegaal, maar niet strafbaar is. Iedere poging tot bevoorrading van cannabis die niet voor eigen consumptie is, is echter wel strafbaar, of dit nu uit winstbejag is of niet. Vanuit dit standpunt kun je niet zeggen dat deze clubs zich beperken tot eigen consumptie, waardoor de activiteiten van deze clubs strafbaar zijn. Daarmee worden dus de laatste mazen van de wet gesloten waardoor de Sociale Cannabisclubs in stand konden blijven.

In het tweede deel geeft het Gerechtshof echter toe dat het recht op een eerlijke procesgang van de veroordeelden is geschonden. Na tijdens het proces te zijn vrijgesproken, werden ze alsnog veroordeeld voor zaken die niet tijdens het proces naar voren zijn gekomen (namelijk of ze zich bewust waren van het feit dat wat ze deden strafbaar was of niet) en zonder direct gehoord te zijn. In tegenstelling tot vrijwel alle landen in Europa, bestaat er in Spanje geen juridische instantie waarbij hoger beroep kan worden aangetekend tegen de uitspraken van het Hoger Gerechtshof. Het Constitutionele Hof beperkt zich tot schendingen van constitutionele rechten en neemt slechts 1% van alle ingediende beroepen in behandeling.

Daar komt nog bij dat het Hoger Gerechtshof geen mondelinge zittingen houdt, waardoor vele mensen zijn veroordeeld zonder gehoord te zijn. Spanje is daarom in maar liefst tien gevallen veroordeeld door het Europese Hof voor de Rechten van de Mens en blijkbaar heeft iemand besloten het niet tot een elfde keer te laten komen. Door de zaak dus terug te sturen naar het Hoger Gerechtshof wordt voorkomen dat het genoemde Europese Hof ingrijpt en wordt tegelijkertijd het onderliggende probleem, de (il)legaliteit van de clubs, opgelost door de meer prohibitionistische partijen.

Foto van het interieur van een Spaanse Cannabisclub. Rechts zit een man op een rode bank. Voor hem staat een bijzettafel met rookgerei. Aan de muur hangen posters en een dartbord.

Alleen de overheid kan cannabis reguleren

Maar helaas bleef het daar niet bij. De dag na de bekendmaking van de uitspraak in de zaak Ebers ontbond het Constitutionele Hof het beroep van de Spaanse overheid tegen Wet 24/2014 inzake de collectieve cannabisgebruikers in Navarra. Het Constitutionele Hof had aan 19 bladzijden genoeg om de wet te annuleren, die na een succesvol wetgevend volksinitiatief was goedgekeurd door een ruime meerderheid van het Parlement van Navarra. De wet werd ongrondwettig geacht omdat de autonome wetgeving niet in strijd mag zijn met het Wetboek van Strafrecht en de wet uit Navarra is dat volgens het Hoger Gerechtshof wel, “met als doel, zoals uit de titel kan worden opgemaakt, gedragingen wettelijk goedkeuren die door de wetgevende macht strafbaar worden geacht”.

Aangezien het Hoger Gerechtshof heeft bepaald dat cannabisverenigingen geen cannabis kunnen kweken of distribueren zonder de wet te overtreden, mag van nu af aan niemand deze handelingen reguleren, behalve het Congres en de Senaat, waarvoor het Wetboek van Strafrecht zou moeten worden gewijzigd, wat alleen kan met een absolute meerderheid van stemmen. Daarmee verliezen de Navarrese, de Baskische en de als laatste goedgekeurde Catalaanse wet alle rechtsgeldigheid. Tegelijkertijd wordt voorkomen dat andere regionale overheden, die van plan waren de eigen kweek en de clubs te reguleren (de Balearen, Valencia, Asturias, etc.), daarmee verder kunnen gaan.

Geen van beide uitspraken komt echter als een verrassing, maar de manier waarop het Constitutionele Hof ze bekend heeft gemaakt, is opmerkelijk: vrijwel tegelijkertijd, met Kerst en tijdens de Catalaanse verkiezingen, die al wekenlang het middelpunt van de belangstelling waren. In slechts twee dagen tijd heeft het Constitutionele Hof stilletjes een einde gemaakt aan de clubs en zeker gesteld dat alleen de nationale overheid ze kan reguleren. Zo komt er in één klap een eind aan tientallen jaren van relatieve dubbelzinnigheid en tolerantie voor cannabis. De gebruikelijke Spaanse regeringsstijl, waarin de vrije hand en de berekende dubbelzinnigheid van doorslaggevend belang zijn, heeft plaatsgemaakt voor een duidelijk onderdrukkende stijl die ook in de rest van Europa heerst. De overheid was vastbesloten om Spanje niet meer als referentie te laten dienen voor politieke alternatieven voor cannabis en ze lijkt dit te gaan bereiken.

Het is mogelijk dat zowel de uitspraak in de zaak Pannagh als die van de Wet inzake Catalaanse Cannabisverenigingen afwijkt van de zaak Ebers en de wet van Navarra, aangezien deze zaken juridisch gezien ingewikkeld in elkaar steken, maar het is heel onwaarschijnlijk dat de twee nu vastgestelde grondbeginselen in deze zaken in twijfel worden gesteld: de illegaliteit van de cannabisclubs en het onvermogen van de plaatselijke overheden om deze te reguleren. Het ziet er daarom naar uit dat de gerechtelijke weg is afgesloten.

In de tussentijd heeft het platform RegulaciónResponsable (voor een verantwoordelijke regulering) aangekondigd de zaak Ebers aan te kaarten bij het Europese Hof voor de Rechten van de Mens. Prestigieuze juristen betwijfelen of het mogelijk is naar Straatsburg te gaan zonder een definitieve veroordeling, en een bekende deskundige in deze zaak, Tom Blickman van het TransnationalInstitute (TNI), sprak direct zijn twijfels uit over de wenselijkheid daarvan, gezien de impact die een negatieve uitspraak op de hele EU zou hebben. Blickman is van mening (en ik sluit me daarbij aan) dat deze zaak op Europees niveau moet worden gecoördineerd en dat deze zaak het best aan het EHRM kan worden voorgelegd vanuit het standpunt van de schending van de rechten van de mens. We hopen dat de RR afziet van dit unilaterale initiatief, gezien de geringe vertegenwoordiging onder cannabisverenigingen en het feit dat Ebers, volgens velen, niet het beste voorbeeld is als het gaat om sociale cannabisclubs.

Foto van het menu van een Spaanse Cannabisclub. Het aanbod is gesorteerd op sativa- en indicasoorten in verschillende kleuren krijt op een bord. Daarnaast zijn 'Galletas de Marihuana' en 'Toffee de Marihuana' verkrijgbaar.

De enige uitweg: het Wetboek van Strafrecht wijzigen

Het ziet er in ieder geval naar uit dat de overheid en de meer prohibitionistische rechters zich ernstig zorgen maakten. De verandering in de publieke opinie, steeds meer ten gunste van de regulering van cannabis, de bloei van de cannabisclubs en de initiatieven van de regionale overheden dreven de regering in het nauw. De presentatie van het voorstel tot regulering van de Studiegroep Cannabisbeleid (GEPCA) lijkt ook te hebben bijgedragen aan een vroegtijdige afronding van een proces dat in 2013 van start ging, toen de procureur-generaal (die in Spanje wordt aangewezen door de overheid) opdracht gaf de cannabisverenigingen te beschuldigen van deelname aan een criminele organisatie. Daardoor konden deze vrijspraken bij het Hoger Gerechtshof worden aangevochten, wat uiteindelijk heeft geleid tot het slechtst denkbare einde van het rechtsvacuüm dat het bestaan van de sociale cannabisclubs mogelijk maakte.

Het is geen geheim dat de overheid al langer af wilde van de sociale cannabisclubs en de onnoemelijke Francisco Babín, verantwoordelijk voor het Plan NacionalsobreDrogas, riep al jaren dat de gerechtshoven hier vroeg of laat voor zouden zorgen. Dat deed hij met de zekerheid van iemand die weet dat hij op de steun van een nauw bij de overheid betrokken, juridische hiërarchie kan rekenen. Recentelijk gaf Babín zelf, tijdens het Internationale Congres over Cannabis in Catoira, gesponsord door het Plan, inzicht in wat ons van nu af aan te wachten staat.

De tweede conclusie is dat, zoals ik al in een eerder artikel aangaf, de grotere en professionele cannabisclubs hun activiteiten zullen moeten staken en dat als ze dat niet doen, degenen die daarvoor verantwoordelijk zijn zich blootstellen aan gevangenisstraffen en hele hoge boetes, aangezien ze zich niet langer kunnen beroepen op “ik wist het niet”. Alleen de kleinere verenigingen met een horizontale structuur kunnen wellicht nog worden opgenomen in de door het Hoger Gerechtshof benoemde “collectieve kweek” en ontkomen aan de onderdrukking, maar doordat de grenzen niet duidelijk omlijnd zijn, ontstaat er een hoop juridische onzekerheid.

Het is nu daarom belangrijker dan ooit dat het debat over de regulering van cannabis in het Spaanse parlement wordt geopend, aangezien de regionale overheden dit niet meer kunnen doen. Daarom moet er zo snel mogelijk een werkgroep voor cannabis in het Gemengde Comité inzake Drugs worden gecreëerd, terwijl het sociale debat op alle niveaus wordt aangewakkerd. Bovendien zouden alle collectieven die betrokken zijn bij drugsgebruik vanuit een risicobeperkend standpunt moeten reageren op deze stap achterwaarts, waarmee het Constitutionele Hof veertig jaar terug gaat in de tijd. Als dit niet gebeurt, blijft het Spaanse beleid omtrent drugs, dat in vele opzichte een van het meest tolerante en geavanceerde ter wereld was (wat eigenlijk ook niet veel zegt), vele jaren vastzitten in het zuurste prohibitionisme.

Reageren

Heb je een standpunt? Deel hem dan hieronder.

Leave a Comment

Please enter a name
Oops, looks like you forgot something?
Read More
Read More
Read More
Read More