Wat hasj met Walter Benjamin deed, deel III

In het tweede verslag over zijn hasjervaringen, geschreven in 1927, verklaarde Walter Benjamin een uitdrukking die hij naar eigen zeggen had geleend van zijn vriend Ernst Joël1: "Functieverschuiving. Deze uitdrukking ontleen ik aan Joël. Hier is de ervaring die me eraan deed denken: Ik kreeg een boek van Kafka in handen: 'Contemplation'. Ik las de titel. Maar vervolgens werd het boek voor mij wat een boek in handen van een dichter wordt voor de academische beeldhouwer die een standbeeld van deze dichter moet maken. Het werd direct onderdeel van de fysieke structuur van mijn lichaam (...)" 2 Met andere woorden: Omdat hij high is, neemt Benjamin het boek eerst in zijn dagelijkse functie waar, leest de omslag, maar dan verschuift zijn waarneming van deze functie en ziet hij het plotseling als een kunstenaar, puur als een voorwerp dat uit steen gehakt moet worden. Tijdens Benjamin's high leidde dit niet tot verdere interessante gedachten, maar, zoals ik nu zal uitleggen, had Benjamin hiermee in detail een psychologisch mechanisme beschreven dat fundamenteel is voor het proces van inzicht; een van de mechanismen die systematisch worden opgewekt tijdens een high en die naar mijn mening helpen verklaren waarom zo veel gebruikers zeggen dat ze tijdens een high zoveel waardevolle inzichten hebben verworven.


In het tweede verslag over zijn hasjervaringen, geschreven in 1927, verklaarde Walter Benjamin een uitdrukking die hij naar eigen zeggen had geleend van zijn vriend Ernst Joël1:

“Functieverschuiving. Deze uitdrukking ontleen ik aan Joël. Hier is de ervaring die me eraan deed denken: Ik kreeg een boek van Kafka in handen: ‘Contemplation’. Ik las de titel. Maar vervolgens werd het boek voor mij wat een boek in handen van een dichter wordt voor de academische beeldhouwer die een standbeeld van deze dichter moet maken. Het werd direct onderdeel van de fysieke structuur van mijn lichaam (…)” 2

Met andere woorden: Omdat hij high is, neemt Benjamin het boek eerst in zijn dagelijkse functie waar, leest de omslag, maar dan verschuift zijn waarneming van deze functie en ziet hij het plotseling als een kunstenaar, puur als een voorwerp dat uit steen gehakt moet worden. Tijdens Benjamin’s high leidde dit niet tot verdere interessante gedachten, maar, zoals ik nu zal uitleggen, had Benjamin hiermee in detail een psychologisch mechanisme beschreven dat fundamenteel is voor het proces van inzicht; een van de mechanismen die systematisch worden opgewekt tijdens een high en die naar mijn mening helpen verklaren waarom zo veel gebruikers zeggen dat ze tijdens een high zoveel waardevolle inzichten hebben verworven.

Gestaltssychology, Karl Duncker en het kaarsexperiment

Terwijl Benjamin en zijn vrienden in Berlijn met hasj experimenteerden, werkte een groep psychologen rond Max Wertheimer – die ook in Berlijn woonden – hard aan hun baanbrekende theorie over menselijke perceptie die later beroemd zou worden onder de naam gestaltpsychologie. Een van hun voornaamste doelen was het fenomeen van creatieve inzichten in het denken te verklaren. Een paar jaar nadat Benjamin zijn observaties optekende, bedacht Karl Duncker, Wertheimers meest talentvolle student, zijn beroemde kaars- (of luciferdoos)probleem dat proefpersonen alleen met creatief inzicht konden oplossen.3 Het probleem is eenvoudig: de proefpersonen kregen een luciferdoosje met lucifers, een kaars en punaises. Daarmee moesten ze de kaars aan de muur bevestigen. Dat kan niet direct: er was creatief inzicht voor nodig om het luciferdoosje als een plateau voor de kaars te zien, dat aan de muur te bevestigen en vervolgens de kaars erop te zetten.

 

 "Karl Dunckers beroemde luciferdoos- (of kaars-) probleem"
“Karl Dunckers beroemde luciferdoos- (of kaars-) probleem”

Duncker toonde aan dat het de proefpersonen langer kostte het probleem op te lossen als hij ze het luciferdoosje gaf met de lucifers erin, dan wanneer hij ze er los bijgaf – en op die manier de functie van het doosje als een container voor de lucifers benadrukte. Zijn hypothese was dat de perceptie van de proefpersonen ‘functioneel gebonden’ was aan het luciferdoosje als container en dat daardoor het gebruik ervan als plateau werd uitgesloten. Alleen als de proefpersonen afstand nemen van deze perceptie kunnen ze tot inzichten komen om het probleem op te lossen.

Duncker’s kaarsexperiment en zijn concept van “functioneel ongebonden” zijn beroemd geworden en moderne theorieën over inzicht hebben bevestigd dat Duncker’s idee een baanbrekende stap was in het onderkennen van een van de belangrijkste mechanismen in het proces van inzicht net voorafgaand aan het  eureka-moment.

Terug naar Benjamin. Het zal nu duidelijk zijn wat het belang is van de beschrijving van Benjamin van wat hij en Joël de “functieverschuiving” in perceptie tijdens een high noemden. Jaren voor de gestaltpsychologen met het idee van “functioneel ongebonden” kwamen, had hij een expliciete beschrijving gegeven van een van de fundamentele sleutels om te begrijpen waarom – zoals zijn vrienden en hij zelf geobserveerd hadden – een cannabisgebruiker tijdens een cannabis-high belangrijke inzichten en openbaringen kon ervaren.

Wat hasj met Walter Benjamin deed

Benjamin’s experimenten met hasj moeten als een succes worden beschouwd. Hij mag het boek over hasj of drugs dat hij wilde schrijven dan nooit geschreven hebben, maar de postume bundeling van zijn essays “Over hasjiesj” bevat briljante observaties.

 

omslag van Benjamin's boek Über Haschisch
omslag van Benjamin’s boek Über Haschisch

 

Niet alleen heeft Benjamin veel van de effecten van de cognitieve veranderingen door de hasj-high beschreven, hij heeft ook laten zien hoe die positief gebruikt kunnen worden: voor een beter gevoel voor humor, gezichtsherkenning, voor een beter begrip van kunst, de natuur en andere mensen, om vergeten herinneringen op te wekken, om op bepaalde percepties en handelingen te hyperfocussen en voor het verkrijgen van inzichten.

Maar, zou je kunnen vragen, in hoeverre hebben zijn experimenten zijn eigen denken en de rest van zijn belangwekkende oeuvre beïnvloed? Heeft hasj Benjamin geholpen nieuwe ideeën te ontwikkelen? Als we goed kijken naar Benjamin’s werk, wordt het duidelijk dat hij enorm heeft geprofiteerd van zijn hasjervaringen. Ik geef twee voorbeelden.

In zijn voortreffelijke essay “The Work of Art in the Age of Its Technological Reproducibility” schreef Benjamin:

“Toen het tijdperk van de technische reproductie de kunst haar cultische firmament ontnam, verdween haar autonomie voor altijd. Maar de functionele verandering die daar onderdeel van uitmaakte, verdween uit het zicht van de eeuw.”4

Dit is een van Benjamin’s centrale observaties in het essay en ik denk dat het nu overduidelijk is hoe Benjamin’s experimenten dit perspectief voor hem openden. Hasj liet hem inzien dat een boek een functionele verandering kon ondergaan en dat kunst daarom ook  een functionele verandering zou kunnen ondergaan in het tijdperk van technische reproductie – en dat anderen die functionele verandering dus misten.

Bij zijn hasjexperimenten begon hij zijn “aura”-concept te beschrijven en te definiëren, wat ook een centrale rol speelt in zijn beroemde essay over kunst. Onder invloed was Benjamin blijkbaar al aan het denken over thema’s in zijn latere werk. Een van de passages die voor mij aantoont hoe veel Benjamin’s denken te danken had aan de invloed van hasj is een van zijn opmerkelijke observaties over de artistieke mogelijkheden van filmtechnologie. Denk aan zijn opmerkingen over hyperfocussen tijdens een high; aan zijn opmerkingen over veranderingen in de perceptie van ruimte en tijd tijdens een high en het gevoel dat tijd eeuwig aan het vertragen is; aan ijn opmerkingen over de hyperfocus van perceptie en het doen van ongelooflijke observaties tijdens die verlengde ruimtetijd. In zijn essay over kunst, geschreven in de tijd dat hij met hasj experimenteerde, beweert Benjamin:

“In een close-up wordt de ruimte vergroot en vertraagt beweging. En net als de vergroting niet slechts een verheldering is van wat er al is, maar ons eerder een totaal nieuwe materiële structuur toont, zo toont vertraging ons niet alleen bekende motieven in beweging, maar onthult het in die bewegingen ook volkomen onbekende “motieven die zich niet voordoen als vertraagde bewegingen, maar vreemd glijdend, zwevend, bovennatuurlijk.”5

Conclusie

Heeft Walter Benjamin grote inzichten over de cannabis-high geproduceerd? Hebben de observaties en inzichten die hij tijdens zijn cannabis-high verwierf zijn andere werk geïnspireerd en positief beïnvloed? En hebben zijn werk en zijn door cannabis geïnspireerde ideeën op grote schaal de denkers van het modernisme beïnvloed?  Mijn antwoorden zijn: ja, ja en ja. De paden van het denken tijdens een high zijn heel bijzonder. En soms overdekt met rozen.

Bronnen:

[1]  Ernst Joël was in de Eerste Wereldoorlog met morfine behandeld toen hij gewond was geraakt. Na de oorlog begon Joël met zijn vriend Fritz Fränkel in Berlijn een verslavingskliniek. Later ging hij experimenteren met psychoactieve stoffen en benaderde hij Benjamin om deel te nemen aan experimenten met hasj.

2   In: Walter Benjamin (1972), “Über Haschisch”, Suhrkamp Verlag, Frankfurt, p. 75.

3         Duncker, Karl (1935). Zur Psychologie des produktiven Denkens [De Psychologie van Productief Denken]. Springer. OCLC 6677283.

4    Walter Benjamin (1935/1980), in: Gesammelte Schriften, Band I, Teil 2, Suhrkamp, Frankfurt am Main  http://de.wikisource.org/wiki/Das_Kunstwerk_im_Zeitalter_seiner_technischen_Reproduzierbarkeit_%28Dritte_Fassung%29

5         Ibid. het citaat in het citaat is van Rudolf Arnheim.

Reageren

Heb je een standpunt? Deel hem dan hieronder.

Leave a Comment

Please enter a name
Oops, looks like you forgot something?
Read More
Read More