6 beste technieken om cannabisplanten te trainen

Eén van de beste dingen die een binnenkweker kan doen in een tuin is een trainingstechniek toepassen. Deze technieken geven kwekers meer controle over de grootte van de tuin en de oogst dan ooit tevoren. Of je nou een beginner of een expert bent, je kunt voordeel halen uit deze trainingstechnieken.

Overal ter wereld gebruiken kwekers trainingstechnieken om de groei van hun cannabisplanten te manipuleren en te versterken. Zo krijgen ze sterkere, borsteligere planten met algemeen een grotere oogst. Ook al klinkt het intimiderend, trainingstechnieken vereisen slechts een klein beetje oefening en zelfs beginners kunnen voordeel halen uit deze technieken.

Je planten trainen is een van de gemakkelijkste – en zeker de meest natuurlijke – manieren om je oogst te verbeteren. Of je nou planten traint om in een kleinere ruimte te passen of ze simpelweg traint om veel toppen op te leveren, er is altijd een gepaste trainingstechniek voor je tuin. En natuurlijk heb je dan geen chemicaliën meer nodig om hetzelfde resultaat te bereiken. Doe je tuinhandschoenen dus maar snel aan en probeer één van deze trainingstechnieken.

1. Toppen & “FIM”

“Toppen” is een groeiende scheut van de steel afknippen. Zo wordt de plant gestimuleerd om extra energie in de volgende twee scheuten te steken. Toppen gebeurt eerst op de centrale hoofdsteel, waardoor de twee secundaire stelen ter compensatie langer worden.

Zodra deze twee stelen lang en gezond zijn geworden, kun je ze weer toppen om vier hoofdstelen te krijgen — en misschien nog een keer voor acht hoofdstelen! Zoals je kunt zien op de foto moet er een klein stukje steel overblijven bij het toppen. Als je de hele steel afknipt, kun je mogelijk de opkomende scheuten eronder beschadigen.

“FIM”, ook wel bekend als “Fuck, I missed”, is naar verluidt ontdekt door een tuinier die zijn planten op de normale manier wilde toppen, maar net miste, waardoor er een iets groter stuk steel achterbleef. Als je het goed doet, groeien de twee secundaire scheuten zoals gewoonlijk, met 2 tot 4 extra scheuten die direct uit het achtergebleven restant van de steel groeien.

Toppen en FIM geven je allebei controle over de hoogte van de plant en zorgen voor een borsteligere groei door een sterkere groei van lagere stelen te stimuleren om de ontbrekende centrale steel te vervangen. Het is aan te raden om maximaal drie keer te toppen of te FIM’en bij binnenkweek, aangezien de plant tijd nodig heeft om van de stress te bekomen.

2. Supercropping (of hogestresstraining)

Supercropping, ook wel bekend als hogestresstraining of HST, lijkt op de technieken hierboven. Het idee is om energie te af te leiden van de centrale hoofdsteel naar de secundaire stelen om het aantal hoofdcola’s te verhogen.

In plaats van om het verwijderen van een deel van de centrale steel, gaat het bij deze techniek om dat je de steel vasthoudt met je vingertoppen en hem buigt totdat het binnenste gedeelte van de steel breekt — maar als je dit op de juiste manier doet, blijven de buitenste steel en de “schors” intact. De steel kan zichzelf dan niet langer dragen en zal losjes naar beneden gaan hangen.

Hoewel dit de plant nog steeds veel stress oplevert, is deze methode niet zo streng als toppen of FIM. De planten zouden snel moeten herstellen en er gaat geen steelweefsel of potentiële bloemen verloren, maar de plant wordt “voor de gek gehouden” en denkt dat hij zijn hoofdsteel kwijt is (aangezien het weefsel dat verantwoordelijk is voor voedingsstoffentransport beschadigd is), dus zal hij energie en groeihormonen investeren om de groei van de lagere takken te maximaliseren.

Daarnaast zal de hoofdsteel zelf herstellen en nog sterker worden, aangezien er op de plaats van de originele breuk een gezwollen gedeelte zal ontstaan rond het beschadigde weefsel om de hoofdsteel te beschermen en te repareren. Uiteindelijk kunnen dankzij deze extra weefselkraag voedingstoffen sneller worden vervoerd.

Normaal gezien krijgt dit gedeelte zijn volledig verticale positie nooit meer terug, maar blijft hij horizontaal. Hierdoor wordt de hele steel aan het licht blootgesteld en worden kleine secundaire takken tussen de breuk en de top gestimuleerd om sterk naar boven te groeien.

3. Lagestresstraining (LST)

Lagestresstraining (LST) draait om trainingstechnieken die niet invasief zijn en niet leiden tot de stressniveaus die het gevolg zijn van toppen en supercropping. Het basisprincipe van lagestresstraining is om een zo groot mogelijk deel van de plant aan zo veel mogelijk licht bloot te stellen. Dit wordt gedaan met draden, snaren, jojo’s (in dit geval een soort intrekbare elastische snaar op een roller) of een ander voorwerp dat stelen op hun plaats houdt zonder ze te beschadigen.

Bij de LST-techniek wordt de hoofdsteel meestal gedwongen om in een horizontale richting te groeien in plaats van een verticale. De hoofdsteel wordt naar beneden getrokken en vastgezet, en getraind om dicht bij de grond verder te groeien. Daardoor worden de lagere takken ineens aan veel meer licht blootgesteld en worden ze gestimuleerd om krachtig naar het licht toe te groeien.

Naarmate de tijd vordert zouden er verschillende sterke stelen naar het licht toe moeten groeien. De originele hoofdsteel zal ook proberen om weer verticaal te gaan groeien. Dit kun je in zijn geheel voorkomen, of je kunt het toestaan zodra je vindt dat de lagere takken zich voldoende hebben ontwikkeld.

Sommige kwekers gebruiken LST in combinatie met toppen of FIM. Eerst wordt de plant getopt om meer “hoofdstelen” te creëren uit de lagere takken, en zodra deze fase voltooid is, worden de hoofdtakken naar buiten en naar beneden getrokken en in positie vastgezet. Hierdoor gaat de plant veel meer “spreiden”, maar krijgen nog meer van de lagere takken toegang tot het licht, en groeien ze sterk door de toegenomen lichtintensiteit.

4. Lagere takken verwijderen (en “lollipopping”)

Hoewel de technieken hierboven meestal gebruikt worden tijdens de vegetatieve fase, wordt de laatste trainingssoort die we in dit artikel bespreken vaak gebruikt in tussen het midden en het einde van de bloeiperiode.

Bij deze techniek worden de meeste bladeren en stelen van het onderste 1/3 van de plant verwijderd. Naarmate de afstand tot de lichtbron groter wordt, wordt de lichtintensiteit proportioneel minder. Daarom investeert de plant onder een bepaald punt energie in bloemen en bladeren produceren die erg klein blijven vanwege het gebrek aan lichtintensiteit.

Als de lagere takken en bladeren ongeveer halverwege de bloeiperiode worden verwijderd, wordt de plant gestimuleerd om energie te investeren in de bovenste bloemen, die daardoor groter en zwaarder worden.

Als de lagere takken te vroeg verwijderd worden, produceert de plant mogelijk gewoon meer stelen en bladeren. Als ze te laat verwijderd worden, wordt er meer energie verspild aan kleine bloemen, en wanneer deze energie eindelijk wordt geïnvesteerd in de bovenste toppen is er niet genoeg tijd meer om de oogst merkbaar te verbeteren.

Deze techniek kan tot in het extreme worden gebruikt, bijvoorbeeld om planten te produceren met slechts één centrale cola en geen takvorming in de breedte. Sommige kwekers geven hier de voorkeur aan, aangezien er zo grote, dikke cola’s ontstaan. Deze extreme vorm van de techniek wordt ook wel “lollipopping” genoemd, en wordt meestal twee weken na het begin van de bloeiperiode gebruikt. Dat is dus iets eerder dan bij de standaardtechniek voor het verwijderen van lagere takken.

Toch gebruiken de meeste kwekers eerder verschillende andere technieken voordat ze de lagere takken verwijderen. Als je dit op de juiste manier doet, krijg je een gelijkmatig bladerdak met meerdere toppen die veel even grote toppen zullen produceren, en een onderste derde deel zonder kleine, nutteloze takken en bladeren.

5. Sea of Green (SOG)

Sea of Green is een techniek waarmee de tijd die een cannabisplant nodig heeft om te vegeteren en te bloeien wordt verminderd. Dit leidt tot snellere oogste, hoewel Sea of Green ook grotere opbrengsten stimuleert. Sea of Green kan dus helpen om de oogst van een kleine kweekruimte te maximaliseren.

Ten eerste worden planten gedwongen om eerder te bloeien dan normaal. Hierdoor ontstaan er kleinere planten met meer toegang tot de lichtbron. Het resultaat lijkt op een bladerdak van toppen, waarbij het bladerdak volledig is blootgesteld aan de lichtbron.

Meer licht op het toppenoppervlak stimuleert de groei van grotere toppen. En natuurlijk kan een kweker met Sea of Green veel eerder oogsten dan normaal, omdat de vegetatieve fase sterk wordt ingekort.

6. Screen of Green (SCROG)

Bij Screen of Green wordt uitgegaan van hetzelfde principe als bij de SOG-methode, alleen wordt er nog een soort netscherm aan toegevoegd. Dit netscherm kan gemaakt zijn van kippengaas, touw of gewoon nylongaas. Dit net helpt om de hoogte van de cannabisplanten te beperken en stelt de kweker in staat om het aantal geproduceerde toppen te verhogen.

Screen of Green is bijna een soort combinatie tussen SOG en de LST, waarbij het scherm gebruikt kan worden om bepaalde takken te manipuleren en andere bloot te stellen aan licht. Het hoofddoel is om zo veel mogelijk cola’s te produceren en zo de opbrengst te verhogen.

Zodra het scherm hangt, kunnen er takken aan vastgebonden worden. Zo kunnen er meer knoppen groeien, vooral omdat ze meer blootgesteld worden aan licht. Naarmate de planten groeien zullen de takken zich uitspreiden, waardoor er meer cola’s ontstaan en uiteindelijk grote toppen die je kunt oogsten.

Leren hoe je je planten moet trainen is net zo belangrijk als leren hoe je een puppy moet trainen. Uiteindelijk heb je in een binnenkweeksetting de meeste controle als kweker. Het wordt aangeraden om een trainingstechniek te gebruiken om van deze controle te profiteren. Met deze trainingstechnieken kun je je kweekruimte optimaliseren, je oogst maximaliseren en sneller oogsten.

  • Disclaimer:
    Wet- en regelgeving omtrent cannabisteelt verschilt vaak per land. Sensi Seeds raadt u daarom dan ook aan om de lokale wet- en regelgeving na te gaan. Handel niet in strijd met de wet.

Comments

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Auteur

  • Profile-image

    Sensi Seeds

    De redactie van Sensi Seeds bestaat uit botanici, medische en juridische experts, plus gerenommeerde activisten zoals Dr. Lester Grinspoon, Micha Knodt, Robert Connell Clarke, Maurice Veldman, Sebastian Marincolo, James Burton en Seshata.
    Meer over deze auteur
Scroll naar top