TOEN WIET NOG… WIET WAS!

Michka aanschouwt al vijfenveertig jaar met eigen ogen de ontwikkelingen in de cannabiswereld. In dit artikel deelt ze haar unieke inzichten in de belangrijke veranderingen die de huidige cannabiswereld hebben gevormd.


Een van de dingen die ik meteen prettig vond aan wiet, marihuana, was natuurlijk dat het een plant was: onbewerkt plantmateriaal.

Volgens mij was het in 1972, vlakbij Vancouver. De wiet werd geïmporteerd uit Mexico en was gewoon een vormloze massa waaruit we de dingen moesten vissen die niet gerookt konden worden. Eerst moesten we de grootste takjes eruit halen en dan de rest vermalen. De beste manier om van de zaden af te komen was door de vermalen wiet op een stevige lp-hoes uit te spreiden en deze een beetje schuin te houden, zodat de zaden eraf rolden. Er waren heel veel zaden en zo begonnen we natuurlijk voor het eerst cannabis te kweken in Noord-Amerika.

Eerste oogsten, eerste sinsemilla’s

Ik heb die Mexicaanse zaden zelf ook ontkiemd en liefdevol in de aarde geplant in West-Canada, waar ik toen woonde. De planten tierden welig en groeiden snel, met lange, dunne bladeren die dansten in de zon… totdat het herfst werd en de eerste vorst ze om zeep hielp. We rookten de dichte bosjes groene scheuten die aan het uiteinde van de takken waren ontstaan (de toppen). Van de rest maakten we brownies. Het resultaat was magisch en we waren heel gelukkig.

Ik weet nog heel goed hoe verbijsterd ik was toen ik, eenmaal terug in Europa, voor het eerst een cola van sinsemilla vasthield: goed gevormd, harsachtig… en zonder zaden! Dat was in Nederland aan het begin van de jaren negentig, waar ik voor het eerst de geheimzinnige Nevil ontmoette. Hij gaf me die cola en stelde voor dat ik er een joint van zou rollen. In verlegenheid gebracht door die onbekende top sloeg ik zijn aanbod af en liet hem de joint rollen.

In die tijd konden mensen het ‘Cannabis Castle’ in de buurt van Amsterdam bezoeken. Sommige bezoekers kwamen van ver, zoals ikzelf (ik woonde in Parijs), om daar misschien wel voor de eerste keer vrouwelijke planten te zien die zonder mannelijke planten werden geteeld. Ze stonden in volle bloei en wilden maar één ding: bestoven worden door het begeerde stuifmeel. Als ik er nu op terugkijk, kan ik wel zeggen dat dit het begin van een revolutie was. De eeuwenoude methode van telen op akkers die aan de zon en wind blootstaan behoorde tot het verleden.

Cannabis is wezenlijk anders dan andere ‘drugsplanten’

Een kenmerk dat cannabis onderscheidt van alle andere drugsplanten (koffie, tabak, coca, papaver enz.) is dat de plant geen alkaloïden bevat. Cafeïne, nicotine, cocaïne en morfine zijn alkaloïden, giftige stoffen die in grote hoeveelheden dodelijk zijn. In die zin springt wiet eruit, want het is niet giftig. Deze eigenaardigheid verklaart ook waarom de chemische samenstelling ervan veel later dan die van de andere planten werd beschreven.

Alkaloïden werden aan het begin van de negentiende eeuw op grote schaal geïdentificeerd. De scheikundige formule van THC, de psychoactieve molecuul van cannabis, werd pas in 1964 ontdekt dankzij professor Mechoulam en zijn team.

Een portretfoto van Raphael Mechoulam, een Israëlisch organisch scheikundige en hoogleraar medicinale scheikunde aan de Hebrew University van Jeruzalem in Israël. Hij staat voor een boekenplank vol encyclopedieën. Hij draagt een blauw overhemd en heeft wit haar. Met een lichte glimlach kijkt hij in de camera.

Tot de jaren zestig kon een apotheker – de persoon die medicijnen maakte – na ontvangst van een partij hennep op geen enkele manier de hoeveelheid actieve ingrediënten in de plant bepalen. De Latijnse naam van hennep is Cannabis L., waarbij in de taxonomie de L voor Linnaeus staat. Eeuwenlang werden alle soorten Cannabis L. zonder onderscheid ‘hennep’ genoemd in Europa, zelfs nog tot in de jaren vijftig. Alleen hennep die uit India en regio’s daar in de buurt werd geïmporteerd, werd onderscheiden met de term ‘Indiase hennep’. In onze landen konden we dus onmogelijk medicijnen met een voorspelbare kracht bereiden. Als we de samenzweringstheorieën buiten beschouwing laten, verklaart dit waarom cannabis simpelweg uit het officiële geneesmiddelenhandboek van Europese landen in de jaren vijftig werd gelaten.

De race voor THC

Het verbod en de daaruit voortvloeiende zwarte markt zorgde voor zeer specifieke omstandigheden. Als een stof illegaal is, gaan mensen alles in het werk stellen om ervoor te zorgen dat het eindproduct zo sterk mogelijk is. Tijdens de drooglegging in Amerika distilleerden mensen whisky of jenever, in plaats van bier te brouwen.

Hetzelfde gebeurde met cannabis: in de jaren waarin de ‘oorlog tegen drugs’ de boventoon voerde, draaide alles erom wie de sterkste wiet produceerde. In de VS en Nederland schepte iedereen op over buitengewoon hoge hoeveelheden THC, die toen inmiddels makkelijk te bepalen waren.

Tegelijkertijd doken er steeds meer anekdotische meldingen op over het heilzame effect van cannabis voor mensen met glaucoom, misselijkheid door chemotherapie en multiple sclerose. Steeds meer patiënten eisten toegang tot de plant, maar hun verzoek werd altijd afgewezen met als reden dat de wetenschap de efficiëntie ervan nog niet bevestigd had. Nogal logisch, want Nixon had in 1970 elk onderzoek naar de medicinale eigenschappen van de plant uitdrukkelijk verboden.

Een zwart-witfoto van president Richard Nixon met gebalde vuist op een podium.
WASHINGTON, DC – APRIL 29: President Richard Nixon at a news conference. Photographed April 29, 1971 in Washington, DC. (Photo by Ellsworth Davis/The Washington Post via Getty Images)

Maar zo’n twintig jaar later maakte het onderzoek een stevige comeback. We herontdekten CBD, een andere cannabinoïde die vóór THC was ontdekt, maar daarna door THC op de achtergrond was gedrongen.

De revanche van CBD

In de natuur zijn THC en CBD perfect in evenwicht. De eerste stimuleert de fantasie en creativiteit, terwijl de laatste kalmeert en ontspant.

Wie had er gedacht dat deze niet-psychoactieve cannabinoïde zo populair zou worden en dat er zo’n enorme vraag naar CBD-producten zou ontstaan?

Sterker nog, CBD wordt nu geprezen om zijn talloze goede eigenschappen. Het is een fantastische ontstekingsremmer, het werkt goed tegen chronische pijn, de neuroprotectieve eigenschappen zorgen voor sneller en beter herstel na een beroerte, het beschermt tegen sommige soorten kanker…, en al deze eigenschappen zijn paradoxaal genoeg in het bijzonder aantrekkelijk voor ouderen. Een kennis van mij zei  laatst: ‘Pap, je hebt me twintig jaar op mijn kop gezeten omdat ik wiet rookte en nu gebruik je meer cannabisproducten dan ik!’

Een foto van twee bekers, een met een etiket met THC, de ander met een etiket met CBD. De beker met THC is bijna halfvol met een lichte, groengele vloeistof, de beker met CBD is minder vol en bevat een geelbruine vloeistof.

Een paar dagen geleden bood een Franse tuinier me wat hasj aan…, gemaakt van legale hennep! Hij waarschuwde me trots: ‘Je gaat die terpenen merken…’, en inderdaad, het rook heerlijk. Hij was zo in vervoering, dat hij niet in de gaten leek te hebben dat voor mij nog het belangrijkste ontbrak aan zijn hasj.

Het is me duidelijk geworden dat in deze tijd, waarin zoveel mensen lijden onder stress, het kalmerende effect van cannabis waardevol is, zelfs als er geen THC bij komt kijken.

Ondertussen begonnen jonge Amerikanen, en vooral die uit Californië, wiet in haar natuurlijke vorm saai te vinden. Ze noemden het ouderwets. De komst van de elektronische sigaret en de overdreven publiciteit erover hebben de weg bereid voor een diepgaande verandering. Veel gebruikers begonnen te vertrouwen op een elektronische joint, een kunstmatig, industrieel product, en wezen het natuurlijke, onbewerkte plantenmateriaal af. En ook al is het iets anders, door dabbing is de kloof alleen maar groter geworden.

Omdat ik planten volledig vertrouw, vind ik het moeilijk om deze verschuiving te begrijpen. De diversiteit van soorten gaat me zeker na aan het hart. Het is geen geheim dat ik een zwak voor sativa’s heb, met name voor Haze-soorten, maar ik blijf liever wel zo dicht mogelijk bij de plant. Dat is mijn landelijke kant! Ja, ik erken de feiten: we maken een kleine revolutie door.

De evolutie van scheikunde

De tijd van de scheikunde is aangebroken, of dat nu is gezien vanuit het standpunt van de grote farmaceutische bedrijven die staan te popelen om producten op basis van cannabis te commercialiseren en patenteren, of vanuit avantgardistische gebruikers. Iedereen is druk met isoleren, concentreren en extraheren. Het is een dynamiek die de cocabladeren, die door culturen uit de Andes in rituelen werd gebruikt, op vergelijkbare wijze beïnvloedde toen ze de grondstof werden voor dat witte poeder met de naam cocaïne…

Degenen die de jaren zeventig hebben meegemaakt, hebben in minder dan een halve eeuw een verschuiving gezien van een wereld waarin psychoactieve hennep op traditionele wijze werd geteeld in landen die nog ‘de derde wereld’ werden genoemd, naar een tijd (vandaag de dag) waarin westerse landen hun eigen voorraad cannabis produceren met geavanceerde technologieën en steeds krachtigere producten van de plant maken.

Misschien kan de legaliseringsbeweging die in sommige westerse landen op gang begint te komen op zijn minst deels enkele van de gevolgen van die dynamiek terugdraaien, zodat mensen weer wiet gaan waarderen die natuurlijker aanvoelt, wiet die meer op de plant lijkt die in de loop van de geschiedenis op vele verschillende plekken ter wereld is geteeld.

michka@mamaeditions.com

© www.mamaeditions.com

Reageren

Heb je een standpunt? Deel hem dan hieronder.

Leave a Comment

Please enter a name
Oops, looks like you forgot something?
Read More