Basiskennis cannabisgenetica: Een ras stabiliseren

De manieren waarop cannabisrassen (in de volksmond cannabissoorten genoemd) kunnen worden gestabiliseerd, worden nauwelijks begrepen, zelfs door kwekers van commerciële rassen.

Stabiliteit verwijst naar de variatie en voorspelbaarheid in de nakomelingen van een oudergeneratie: wanneer een ras instabiel is, is er veel variatie en weinig voorspelbaarheid; voor een stabiel ras geldt het omgekeerde.

Variatie en voorspelbaarheid

Variatie verwijst hier naar het bereik aan verschillende fenotypen die tot expressie komen wanneer twee verschillende rassen worden gehybridiseerd; voorspelbaarheid verwijst naar de verwachte verdeling van de verschillende fenotypen. Bij het kruisen van stabiele ouders voorspelt Mendeliaanse overerving dat: 50% van de nakomelingen even veel op beide ouders lijken, 25% eigenschappen heeft die meer op de moeder lijken en 25% meer op de vader.

Over het algemeen zullen kwekers een ras in meerdere generaties stabiliseren. Eerst worden een gezonde moeder en vader geselecteerd en worden er nakomelingen gekweekt die verschillend voorspelbaar zijn, afhankelijk van de stabiliteit van de ouders. Als de moeder en de vader dus beide stabiel lijken te zijn, dan vertonen hun nakomelingen de drie fenotypen als hierboven beschreven.

Stabiel versus zuiver kweken

Het is belangrijk om op te merken dat ‘stabiel’ niet hetzelfde is als ‘zuiver’. Een genetisch zuiver ras is een ras dat nakomelingen produceert met steeds één dominant fenotype (met weinig exemplaren die afwijken van hun generatiegenoten); in cannabis zijn deze vooral te vinden bij de landrassen en traditionele cultivars. Kwekers gebruiken de term ‘zuiver’ ook voor bepaalde eigenschappen die telkens weer optreden (zoals purperen of webachtige bladeren) in plaats van voor het algehele fenotype.

Mendeliaanse overerving op zijn simpelst: 25% van de nakomelingen hebben type AA, 25% zijn aa en 50% zijn Aa
Mendeliaanse overerving op zijn simpelst: 25% van de nakomelingen hebben type AA, 25% zijn aa en 50% zijn Aa

Stabiele ouders produceren meestal voorspelbare, homozygote nakomelingen, maar met een grotere variatie dan bij zuivere rassen. Wanneer één of meerdere ouders echter instabiel is, resulteert kruisen in een reeks heterozygote nakomelingen die allerlei onvoorspelbare eigenschappen kunnen hebben en die niet voldoen aan de voorspelbare Mendeliaanse verhoudingen.

De eigenschappen die dominant zijn in beide ouders worden opnieuw gecombineerd tot de genetische basis voor de volgende generatie. De eerste kruising tussen twee niet-verwante ouders heet de F1-hybride. De beste exemplaren van de F1-hybriden worden gewoonlijk gekruist tot de F2-generatie, die vaak nog instabieler is dan de F1.

Kruisen en terugkruisen

Wanneer meerdere generaties broers en zusters van dezelfde ouders worden gekruist (geselecteerd op basis van de gewenste eigenschappen), wordt een grotere mate van consistentie en dus voorspelbaarheid bereikt. Gewenste eigenschappen worden dominant en verschijnen altijd, terwijl niet-gewenste eigenschappen geleidelijk aan worden geëlimineerd uit de genenvoorraad en niet langer tot expressie komen.

Bij sommige eigenschappen kan het terugkruisen van planten naar eerdere generaties ervoor zorgen dat eigenschappen sneller stabiel worden. Veel kwekers denken ten onrechte dat enige mate van terugkruisen noodzakelijk is om een ras te stabiliseren, maar in werkelijkheid is deze techniek alleen vereist voor bepaalde karakteristieken.

Inteeltdepressie

Na meerder generaties kruisen en eventueel terugkruisen, zouden de gewenste eigenschappen in alle individuen tot expressie moeten komen. Na vele generaties van het in wezen beperken en verkleinen van de genenvoorraad zodat alleen de gewenste eigenschappen tot expressie komen, kan de resulterende armoede aan genetisch materiaal leiden tot een zekere mate van inteelt die schadelijk kan zijn voor de algehele gezondheid en duurzaamheid van het ras.

Een eenvoudig diagram dat de kans op inteelt laat zien waarmee ongewenste, recessieve eigenschappen dominant worden
Een eenvoudig diagram dat de kans op inteelt laat zien waarmee ongewenste, recessieve eigenschappen dominant worden

Eenvoudig gezegd: als twee gerelateerde ouders beide dezelfde recessieve allele dragen, die beschadigd of anderszins schadelijk is, dan is de kans dat twee identieke kopieën worden doorgegeven aan de nakomelingen veel groter dan bij niet-verwante ouders. Als twee individuen deze verkeerde allelen dragen en dan met elkaar worden gekruist, dan zal de resulterende eigenschap dominant zijn en zuiver overerven in alle volgende generaties van het geslacht.

Uitkruisen voor verbeterde diversiteit

Wanneer een ras ernstige verschijnselen van inteelt begint te vertonen (dit wordt ‘inteeltdepressie’ genoemd), wordt om deze reden vaak een nieuwe, niet-verwante vader geïntroduceerd; dit wordt ‘uitkruisen’ genoemd.

Inteeltdepressie ontstaat minder snel wanneer er veel genetisch materiaal is waarmee nakomelingen kunnen worden gekweekt. Daarom zal inteeltdepressie sneller voorkomen in kleinere populaties. Dit komt vooral voor in landen met een sterke cannabiscultuur waar de productiemiddelen niet zijn gedecriminaliseerd, zoals in Nederland waar kleine bibliotheken worden bijgehouden vanwege het risico op ontdekking.

  • Disclaimer:
    Wet- en regelgeving omtrent cannabisteelt verschilt vaak per land. Sensi Seeds raadt u daarom dan ook aan om de lokale wet- en regelgeving na te gaan. Handel niet in strijd met de wet.

Comments

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Auteur

  • Profile-image

    Sensi Seeds

    De redactie van Sensi Seeds bestaat uit botanici, medische en juridische experts, plus gerenommeerde activisten zoals Dr. Lester Grinspoon, Micha Knodt, Robert Connell Clarke, Maurice Veldman, Sebastian Marincolo, James Burton en Seshata.
    Meer over deze auteur
Scroll naar top