Hoe beïnvloedt illegaal drugsgeld de economie?

Het geld dat de illegale drugshandel in leven houdt is een van de enige echte liquide vormen van kapitaal in de wereld waardoor hetzelfde geld een belangrijk onderdeel van onze globale economie vormt. In hoeverre handhaven overheden, banken en bedrijven de oorlog tegen drugs door middel van een verbod?

Volgens sommige economen, is de wereldhandel in illegale drugs een fundamenteel en essentieel onderdeel van ons huidig economisch model en is de oorlog tegen drugs eerder een middel om de handel in stand te houden dan om ze van de kaart te vegen.

Hoe omstreden het onderwerp ook is, men kan er niet onderuit dat de illegale drugshandel een enorme rol in de huidige globale economie speelt. Ondanks het feit dat de oorlog tegen drugs keer op keer wordt voorgesteld als hét middel om de illegale drugshandel te stoppen, zijn internationale wetgeving en het witwassen van geld de drijvende krachten achter de illegale drugseconomie. Op deze manier zijn banken en overheden impliciet betrokken in het doorsluizen van illegaal drugsgeld en in de effecten die dit heeft op de wereldeconomie.

Markten & de beweging van kapitaal

Over het algemeen zijn kapitalistische economieën afhankelijk van het continue verplaatsen van kapitaal (geld) als een middel om groei te verwezenlijken en winsten te genereren. In een vrije-markt economie of een laissez-faire kapitalistisch model, zouden er geen beperkingen op de beweging van geld (geen belastingen, handelstarieven of financiële regelingen) mogen zijn en zouden de prijzen voor goederen en diensten volledig door de markt moeten bepaald worden.

In realiteit is het echter zo dat duizenden verschillende regeltjes, belastingen en tarieven een invloed en controle uitoefenen op de beweging van geld. Deze financiële instrumenten spelen verschillende rollen. Ze kunnen de interestvoeten op leningen controleren of beïnvloeden en ze kunnen ook de rijkdom in de vorm van voordelen en gezondheidszorg naar de armere geledingen van de maatschappij sturen.  Ze laten overheden toe om de prijzen te controleren zodat de kost van basisbehoeften betaalbaar blijft of ze introduceren handelstarieven om waardevolle industrieën te beschermen.

Een echte vrije markt bestaat dus niet in de wereld van vandaag. Op welke manier ze handel reguleren verschilt van land tot land en van regio tot regio, maar de meeste landen leggen tot op zekere hoogte wel belastingen en regels op.  

Als gevolg van de financiële rompslomp kan het uitvoeren van zakelijke transacties zeer ingewikkeld zijn en kunnen ze onderworpen zijn aan de controle door verschillende financiële autoriteiten. Binnen deze complexe processen echter, zijn er een bijna oneindig aantal mogelijkheden om bepaalde regeltjes te breken of verbuigen of om er zelfs volledig nieuwe te maken. Dit is eigenlijk ook wat er is gebeurd bij het subprime hypotheekschandaal ‘de rommelhypotheken) en het systeem van de credit default swaps (kredietverzuimswaps).

Als de regels dan te veel gebroken of verbogen worden, kan het een onstabiele markt in de hand werken die volledig het noorden kwijt is en ongelofelijke economische gevolgen kan hebben zoals recessies en zelfs depressies. Dit is al opmerkelijk veel gebeurd doorheen de geschiedenis.

In 2008 veroorzaakte de financiële manipulatie van de hypotheek- en effectenmarkt het faillissement van de twee grootste Amerikaanse hypotheekverstrekkers Fannie Mae en Freddie Mac.  Het subprime hypotheekschandaal veroorzaakte een domino-effect binnen de financiële bankensector en uiteindelijk zelfs een globale recessie.

Het ineenstorten van de hypotheekmarkt veroorzaakte een globale recessie (© Mark Warner)

In situaties van ernstige recessies, komen uitgaves en investeringen zo goed als tot een einde. Met bedrijven en overheden die niet willen uitgeven en investeren, neemt de hoeveelheid liquide kapitaal binnen het systeem zienderogen af. Inkomsten dalen, lonen en banen verminderen en overheden halen minder belastingen op. Wanhopige maatregelen zoals kwantitatieve versoepeling, reddingsoperaties en bezuinigingen kunnen worden uitgevoerd.

Drugsgeld zou 1% van de globale BBP kunnen uitmaken

Maar er is een vorm van kapitaal die weinig hinder ondervindt van dergelijke situaties, hoofdzakelijk omdat deze vorm niet onderhevig is aan belastingen, regels of interestvoeten. Dit is het illegale of “zwarte” kapitaal, gegenereerd door illegale economische activiteiten zoals drugssmokkel, mensenhandel, prostitutie en gokken. Een rapport uit 2009 van het UNODC schatte dat alles samen deze “zwarte” industrieën een waarde hadden van $2.1 biljoen dat jaar of 3,6% van het globale BBP.

Van al deze illegale industrieën vormt drugs de tweede grootste sector. Het is zelfs zo dat het drugskapitaal alleen al 1% van het globale BBP uitmaakt. Het UNODC schatte dat in 2003 $321 miljard was uitgegeven aan drugs. Datzelfde jaar bedroeg de globale BBP ongeveer $38.7 triljoen. Dit betekent dat 0.82% van de globale BPP door drugs werd gegenereerd.

Volgens sommige economen is dit liquide en illegale geld fundamenteel in het behoud van de huidige globale economie. Antonio Maria Costa, voormalig hoofd van het Drugs en Criminaliteit Bureau van de VN vertelde in 2009 dat opbrengsten uit criminaliteit “het enige liquide investeringskapitaal” waren dat de banken die het risico liepen om ten onder te gaan, ter beschikking hadden tijdens de crisis in 2008.

“Leningen tussen banken werden gefinancierd met geld dat verdiend was met drugshandel en andere illegale activiteiten… Er waren tekenen dat sommige banken op deze manier de ondergang wisten te vermijden”, zei Costa.

Zonder deze gelden, zegt hij, zou de financiële crisis van 2008 tot een globale en totale ineenstorting van de bankindustrie hebben kunnen leiden. En hoewel vele grote banken wel degelijk ten onder gingen, wisten anderen echter het hoofd boven water te houden dankzij de beschikbaarheid over illegaal geld.

Legaliteit & liquiditeit van geld

Maar waar komt dit liquide, illegale kapitaal nu precies vandaan, hoe gaat het de wereld rond en hoe krijgen banken toegang tot het geld?

Laat ons het eerst eens over liquiditeit hebben. Kapitaal is liquide (ook weleens roerend genoemd) als het makkelijk verplaatst en gewisseld kan worden. Fysieke cash is dus het meest liquide activa onder alle activa. Geld dat op bankrekeningen en in obligaties wordt gestort en gestoken wordt vaak ook als cash geclassificeerd, omdat het snel en makkelijk in echt fysiek geld kan omgezet worden als dat nodig zou zijn. Het is liquide kapitaal, maar niet zo liquide dan bijvoorbeeld een bundeltje bankbiljetten.

Aan de andere kant hebben we onroerende investeringen zoals huizen, kunst, geld dat op lange-termijn spaarrekeningen geblokkeerd staat of bedrijfsmiddelen. Dit zijn zaken die niet makkelijk voor geld kunnen omgeruild worden en waar vaak lange procedures aan te pas komen om er toegang tot te krijgen.  

Laten we vervolgens de term legaliteit eens bekijken. Als geld in omloop komt, start het als “wit” legaal geld. Vaak, als het legale geld nadien op illegale wijze wordt verkregen, beginnen we over “zwart” geld te spreken. Geld dat dus werd gestolen, dat werd uitgegeven bij illegale transacties zoals het kopen van drugs of dat onderdeel is van belastingontduiking valt allemaal onder de noemer zwart geld.

Zwart geld is het meest liquide kapitaal ter wereld – het gaat hier vaak om pure cash en het verandert zonder vertragingen en zonder administratieve rompslomp en belastingen van eigenaar. In dat opzicht leunt de zwarte markt in feite dichter bij de “vrije” markt aan dan eender welke andere legale, geregulariseerde markt.

Hoe drugskapitaal haar weg doorheen het systeem vindt

Hoewel sommige drugs met gestolen geld gekocht wordt, komt het grootste gedeelte van het geld binnen de illegale drugshandel in de vorm van kleine hoeveelheden cash die rechtstreeks van de eindgebruiker komen. Dit geld komt van het loon, het salaris, het spaargeld, erfenissen of andere legale bronnen van de gebruiker.

Cumulatief gezien is deze som geld hoe dan ook niet triviaal. Een rapport uit 2014 schatte dat de Amerikaanse bevolking jaarlijks $100 miljard aan drugs voor persoonlijke consumptie besteedt. Zoals al eerder gemeld, werd naar schatting $321 miljard wereldwijd aan drugs gespendeerd in 2003. Van dit bedrag werd er $214 miljard op het niveau van de verkoop uitgegeven. Het is belangrijk om aan te geven dat het hier om schattingen gaat aangezien het traceren van zwart geld uiterst moeilijk is. Rekening houdende met het geheime karakter van deze illegale industrieën en de risico’s die verbonden zijn aan het bestuderen ervan, zijn exacte cijfers over het algemeen moeilijk te achterhalen.

Het volstaat om te zeggen dat de gemiddelde gebruiker, net zoals heel wat van de kleine illegale verkopers, nauwelijks bezig is met de beweging van het drugsgeld vanaf het moment dat het hun portefeuille verlaat. Voor de gebruiker is de drugs gekocht en daar blijft het bij. Voor de kleine dealer kunnen de verdiende winsten in kleine hoeveelheden als cash worden uitgegeven zonder dat dit de aandacht van de financiële autoriteiten zal trekken. Heel wat van het geld dat met drugs verdiend wordt, verlaat of komt op dit niveau dan ook in de zwarte economie terecht.

Maar de kleine dealer koopt de producten bij grotere verdelers hogerop in het proces en deze dealers krijgen met hoeveelheden geld te maken die te groot zijn om te gebruiken zonder aandacht te trekken. Individuen en organisaties op dit niveau moeten beginnen nadenken over hoe ze hun geld kunnen witwassen zodat het, met een goede verklaring van de afkomst en een goede bestaansreden, terug in de witte economie kan stromen

Zonder deze rechtvaardiging kunnen grote en dure aankopen met cash de verkeerde aandacht trekken; aandacht die kan leiden tot lange en geheime onderzoeken, arrestaties en vervolgingen en het in beslag nemen van geld en middelen.

Het witwassen van geld – De brug tussen de “zwarte” en de “witte” economieën

Daarom is een systeem waarmee het geld tegen een overeengekomen percentage kan gezuiverd en beveiligd worden een absolute noodzaak voor elke verstandige dealer. Vandaar het bestaan van het “witwassen” van geld, letterlijk het zuiveren van geld.

Het witwassen van geld dient ook een ander belangrijk voordeel. Met de juiste structuur in voege, kan geld tegen een aanzienlijke snelheid tussen landen en individuen uitgewisseld worden. In essentie gebruikt een dergelijk systeem het witte legale netwerk maar zonder er ook effectief deel van uit te maken.

De industrie van het witwassen is de belangrijkste brug tussen de zwarte en de witte economie en kan elk jaar tot 2.7% van het globale BBP verwerken (een geschatte $1.6 biljoen in 2009). Bedrijven die geld witwassen kunnen bedrijven in de “witte” vuurlinie zijn die enkel en alleen zijn opgericht om geld te zuiveren voor criminele organisaties. Een andere mogelijkheid is dat het om bedrijven gaat met een legitieme bedrijfstak en een clandestiene bedrijfstak gericht op het witwassen van geld.

Het is in deze laatste categorie dat we het meest vernietigende bewijs vinden van de betrokkenheid van “witte” bedrijven in de “zwarte” economie. Bepaalde grote banken bijvoorbeeld die herhaaldelijk in de schijnwerpers zijn gekomen omdat ze op illegale wijze van drugsgeld hebben geprofiteerd.

Banken – ‘s Wereld grootste witwassers van geld

In 2009 werd ontdekt dat twee grote banken, HSBC en Wachovia, rekeningen in hun bezit hadden van het Mexicaanse Sinaloa-kartel waardoor op deze manier met transacties tussen de rekeningen honderden miljarden werden witgewassen. Wachovia waste tussen 2003 en 2008 bijvoorbeeld ongeveer $420 miljard voor het Sinaloa-kartel wit. In opdracht van Wachovia behandelden en ontvingen verschillende werknemers van de Mexicaanse afdelingen van HSBC dit drugsgeld.

In 2010, na 22 maanden van onderzoek, werd Wachovia gestraft met een “uitgestelde vervolging” samen met boetes en verbeuringen voor in totaal $160 miljoen, slechts 2% van de winsten van dat jaar. Op het moment van de uitspraak was Wachovia echter al opgekocht door Wells Fargo en had het zijn witwasactiviteiten blijkbaar al voor eens en voor altijd gestopt.

HSBC, aan de andere kant, bleef nog verschillende jaren van witwaspraktijken profiteren. Er zijn rapporten die toonden dat kartelleden honderdduizenden dollars per dag bij afdelingen van HSBC stortten zonder dat daar ooit één vraag door de bank over werd gesteld.

In 2012, kreeg HSBC een boete van $1.9 miljard voor haar witwasactiviteiten. En hoewel het om een van de grootste boetes voor een bank in de hele financiële geschiedenis ging, bedroeg het toch maar een zeer kleine fractie van de jaarlijkse winsten.  Er werd ook een uitgestelde vervolging van 5 jaar uitgeroepen, maar zoals de New York Times schreef:

“Federale en staatsautoriteiten hebben ervoor gekozen om HSBC, de bank met hoofdzetel in Londen, niet aan te klagen voor het grootschalige en langdurige witwassen van geld uit angst dat een strafrechtelijke vervolging niet alleen de bank zou doen ineenstorten maar ook het hele financiële systeem in gevaar zou brengen.”

Deze gevallen tonen duidelijk een diepere onderliggende stroom van medeplichtigheid tussen grote banken en drugshandelaars die decennia, zo niet eeuwen, teruggaat. De mate waarin grote banken aan het witwassen van de winsten van criminele organisaties hebben meegewerkt is endemisch en heeft duidelijk bijna twee eeuwen lang het door het Westen gedreven kapitalisme ondersteund.

Maar wat zit er achter deze medeplichtigheid tussen banken en illegale drugshandelaars en waarom beschermen overheden en gerechtelijke systemen blijkbaar deze relatie tussen beide partijen? Als het echt de bedoeling is om de wereldwijde drugshandel uit te roeien dan zou de juiste aanpak zijn om alles bloot te leggen en netjes van al het legitieme af te scheiden.

Om de complexe relatie tussen banken, overheden en drugsorganisaties volledig te begrijpen, moeten we eerst naar de geschiedenis van de globale drugshandel, die haar oorsprong in het Europese koloniale systeem kent, kijken.

Kolonialisme, drugs en de machtsbalans

Al eeuwenlang worden drugs tussen landen verhandeld en worden wetten die hun verkoop en consumptie verbieden misschien al even lang omzeild. De vroege geschiedenis met betrekking tot drugshandel is eerder vaag, maar vanaf de 17de eeuw bestaat er heel wat bewijs over de bloeiende internationale handel net zoals er heel wat bewijs bestaat van de inspanningen om de handel uit te roeien.

In de 17de eeuw waren de Britten, Portugezen, Fransen, Spanjaarden en Nederlanders al meer dan een eeuw in strijd om de macht te grijpen over enkele belangrijke Aziatische gebieden en handelsroutes. Uit al deze gebieden hadden de Portugezen onder meer de controle over Goa en de Nederlanders over Bengalen, twee gebieden die zeer belangrijk waren voor de productie van opium.

Het is belangrijk om aan te geven dat de Europese overheden in deze tijden enkel indirect betrokken waren bij het opzetten van deze groeiende internationale handelsnetwerken. De hoofdacteurs in deze waren de handelaars van de Oost-Indische Compagnieën, handelaarscollectieven met indirecte steun van hun respectievelijke overheden.

Tegen het einde van de 17de eeuw transporteerden de Portugese en Britse Oost-Indische Compagnieën opium vanuit Goa naar Kanton (Guangzhou; de belangrijkste Chinese zeehaven op dat moment), terwijl de Nederlandse Oost-Indische Compagnie een monopolie had verworven op de opiumhandel tussen Bengalen en China.

Het Chinese keizerrijk was een belangrijke regionale macht met dewelke Europa een ongebalanceerde handelsrelatie had. De Chinezen exporteerden namelijk grote hoeveelheden waardevolle goederen naar Europa, maar ze hadden zelf weinig nood aan Europese producten. Toch vormde de handel in opium een uiterst efficiënte manier om Chinees zilver te verkrijgen en om zo de Europese tekorten te compenseren en aanvankelijk waren de Chinezen ook blij met het kopen van opium.

In 1729 echter riep de Chinese overheid een wet die de verkoop van opium verbood in het leven omdat ze zich zorgen begon te maken over het stijgende aantal verslaafden en over de dalende zilveropbrengsten. Dit zorgde echter niet voor het einde van de handel maar zette handelaars aan om iets subtielere methodes toe te passen om hun producten China binnen te krijgen.

De privé-milities van de Britse Oost-Indische Compagnie wonnen belangrijke gevechten in 1757 en 1764 waardoor ze uiteindelijk de controle verwierven over Bengalen, Bihar en Orissa; zeer belangrijke opium producerende regio’s in India. Deze periode betekende het begin van de heerschappij van de Compagnie in India, dewelke bleef duren tot het zetelen van de Britse Raj in 1858. 

In 1773, schonk de Britse Kroon de Compagnie het monopolie over de opiumhandel in Bengalen. De Compagnie begon vanaf dan met het verkopen van opium aan privé-handelaars in Calcutta (Kolkata) om te voorkomen dat ze openlijk het Chinese verbod zouden schenden. Deze handelaren transporteerden dan het grootste deel van de opium rechtstreeks naar China.

De Opiumoorlogen & het verlies van China

De Compagnie was zich terdege bewust dat haar voortdurende opiumhandel na 1729 illegaal was volgens de Chinese wetgeving. Toch werd de handel verdergezet en werd er zelfs korte tijd opium in schepen van de Compagnie direct naar Kanton vervoerd. Deze praktijken stopten echter toen de directeurs van de Compagnie in Londen de praktijken bekritiseerden voor “het schenden van legale regels in verband met de Chinees-Britse handel aangezien opium in China als smokkelwaar werd beschouwd.”

De decennia nadien, namen de inspanningen van de Compagnie om de Chinese markt te controleren en penetreren toe en de opiumhandel werd een alsmaar belangrijker onderdeel van haar inspanningen en activiteiten in Azië.

Desondanks dat het verbod in de decennia na 1729 versoepelde, noopten nieuwe stijgingen in het aantal verslaafden en grote zilververliezen de Chinese overheid ertoe om nieuwe verboden op opiumconsumptie (1796) en -import (1800) in het leven te roepen. In 1834 dan verloor de Compagnie haar door de Kroon gesteunde monopolie (omwille van wijdverspreide protesten voor vrije handel) over opium en werd de concurrentiestrijd steeds grimmiger.

In deze periode waren er een stijgend aantal slinkse en agressieve pogingen om de handel te controleren.  De Compagnie gaf schriftelijke orders uit aan de particuliere handelaars waar het handel mee dreef en verbood hen ogenschijnlijk om opium naar China te smokkelen, terwijl ze in het geheim verplicht werden het te vervoeren.

Tijdens deze periode verscheepten handelaars de opium ook typisch naar opslagplaatsen op eilanden nabij Kanton. In 1839 inspecteerden enkele Chinese ambtenaren deze opslagplaatsen en vernietigden ze of namen ze 20.000 kisten (ongeveer 1400 keizerlijke ton) opium in beslag.

Dit was het signaal voor de Compagnie om steun te vragen aan de Britse regering. De Britse regering, die het belang begreep van de opiumhandel als een essentieel onderdeel om de Britse handelsvertegenwoordiging in Azië te garanderen (met natuurlijk veel inkomsten voor Groot-Brittannië zelf), stuurde een vloot oorlogsschepen de Parelrivier richting Kanton op – het startschot voor de eerste Opiumoorlog (1839 – 1842).

In deze tijd was de economische laissez-faire filosofie van Adam Smith ook bijzonder populair in Groot-Brittannië en het Chinese verbod op de opiumhandel werd als perfect voorbeeld van oneerlijke handelsrestricties aangehaald. Het was een verbijsterende vorm van hypocrisie aangezien het monopolie van de Oost-Indische Compagnie nog maar 5 jaar geleden was opgeheven.

Tegen 1865 hadden de Britten, met steun van de Fransen en de Amerikanen tijdens de tweede Opiumoorlog (1856-1860) de controle verworven over Hong Kong, Shanghai en Nanjing wat de deuren openzette voor handel. De opiumhandel naar China was nu volledig uitgebouwd en met het ondertekenen van de “Unequal Treaties” van Nanjing werd de import ook weer volledig legaal volgens de Chinese wetgeving.  

Deze verdragen, samen met de wijdverspreide sociale instabiliteit door de langdurige oorlog en de gestaag stijgende verslavingscijfers brachten het machtige keizerrijk China op haar knieën. Wat volgde staat bekend als de “Eeuw van Vernedering” waarbij China onderworpen werd aan de macht van de Europese koloniale machten. Door de laatste grote niet-westerse macht te verslaan, was het tijdperk van de westerse heerschappij voorgoed begonnen.

Drugs en bankieren in de koloniale periode

Maar wat is de rol van banken in deze hele smerige geschiedenis van drugssmokkelaars, overheden en oorlogen? We hebben al bewijs gezien dat de grootste banken een cruciale rol in het witwassen van het drugsgeld in de wereld van vandaag spelen. Maar als de hele vorming van het modern kapitalistische systeem van de complexe relatie tussen overheden, bedrijven en banken afhangt, dan moeten banken al eeuwen geleden een rol hebben gespeeld.

Inderdaad, als we naar de geschiedenis van de bankwereld kijken tijdens en net na de Opiumoorlog dan zien we een bekende naam opduiken, deze van de Hongkong & Shanghai Banking Corporation, nu ook wereldwijd bekend als HSBC.

In 1865, na de tweede Opiumoorlog, door Britse zakenlui opgericht, was de bank daar om aan de behoeften van Britse handelaars in China te voldoen en dit op een moment dat 70% van de handel uit opium bestond. Het is zelfs zo dat enkele van de stichtende leden (in het bijzonder dan Dent & Co en Thomas Sutherland van P&O) rechtstreeks dankzij de opiumhandel fortuin maakten, terwijl het volgens de Chinese wet illegaal was. Tijdens deze periode, werd opium als het meest waardevolle goed ter wereld beschouwd.

Verschillende andere banken, waaronder Barings Brothers, Jardine Fleming Bank Ltd. en Hottinguer & Company, waren op dat moment ook betrokken bij het afhandelen van de winst die op opium werd gemaakt. Deze banken verwerkten opiumgeld tot ongeveer het einde van de Eerste Wereldoorlog, het moment waarop de handel in dit product internationaal illegaal werd. Op dat moment werd hun rol in het verwerken van drugsgeld gestopt of werd hun handel en wandel clandestien.

De opkomst van het moderne witwassen

De drugshandel werd dan wel illegaal, maar uitgeroeid was ze zeker niet. Het hele proces werd gewoon ondergronds uitgevoerd, net zoals bij de Britse handel in China na het Chinese verbod op opium. Met de risico’s die voor drugssmokkelaars groter werden, stegen ook de potentiële beloningen en maakten maffia’s en kartels een snelle en sterke opmars. Overheden die voordien hun steun hadden uitgesproken, distantieerden zich nu van de drugshandel en een nieuwe tijd van anti-drugs retoriek maakte haar intrede.  

Op het moment dat de inkomsten uit drugs internationaal illegaal werden, ontstond er een grote nood aan het witwassen van het drugsgeld. Tegen het moment dat de US Prohibition in Jaren 20 van de 20se eeuw in werking trad, werd er al een enorme hoeveelheid illegaal geld witgewassen. Tenslotte was een van de meest lucratieve goederen aller tijden, alcohol, op dat moment verboden in de Verenigde Staten. De illegale inkomsten die in de schatkisten van de opkomende Amerikaanse maffia verdwenen, waren gigantisch.

De kunst van het witwassen stond toen nog in haar kinderschoenen en het witwassen van geld zelf zou trouwens pas officiaal internationaal illegaal worden in de jaren 80 van de vorige eeuw. De reden dat bijvoorbeeld Al Capone in 1931 een gevangenisstraf kreeg, was niet voor bootlegging (het illegale vervoeren van alcoholische dranken) of voor het witwassen van geld, maar wel voor het ontduiken van belastingen.

Dit was echter het signaal voor vele andere gangsters om het proces van witwassen van geld een versnelling hoger te schakelen, omdat de autoriteiten misschien aandacht gingen schenken aan hun zakelijke transacties. De prominente Joodse gangster Meyer Lansky begon al snel met het overschrijven van illegaal verkregen cash naar Zwitserse bankrekeningen die door de Swiss Banking Secrecy Act uit 1934 (geheimhoudingswet) beschermd werden. Uiteindelijk richtte hij zijn eigen offshore Zwitserse bank op en lanceerde hij een gigantisch en ingewikkeld witwassysteem.

Sinds toen, hebben banken op regelmatige basis getoond dat ze nog bij de illegale drugshandel betrokken zijn. Voorbeelden hiervan zijn onder meer de Bank of Credit and Commerce International, de Nugan Hand Bank en de Federal Reserve’s Miami branch ; allen actief tijdens de jaren 70 en 80 van de vorige eeuw, jaren dat de cocaïnehandel in Latijns-Amerika weelderig tierde.

De huidige witwassystemen zijn geëvolueerd naar uiterst complexe en ingewikkelde netwerken, bestaande uit verschillende subnetwerken van banken en bedrijven die zich over tientallen landen uitstrekken. Drugsgeld wordt gebruikt voor het kopen van goud, diamanten, kleding, schoeisel, landbouwmateriaal en verschillende andere legitieme goederen waarbij de administratieve kant van de zaken zo goed als onmogelijk uit te dokteren is.

De slagvelden van de oorlog tegen drugs

Er zijn internationale wetten in werking getreden die het witwassen van geld en de handel in drugs officieel verbieden. Daarenboven, bestaan er verschillende verdragen die elke openlijke poging van een regering om zich met militair geweld te bemoeien met de markt van een andere soevereine natie illegaal maken.

Maar hoewel het kolonialisme officieel niet meer bestaat, blijven bepaalde patronen uit deze tijd zichzelf in stand houden waardoor de ex-koloniale grootmachten zich blijven verrijken door de rijkdom vanuit het ontwikkelingsland naar hun land te versluizen. Drugs vertegenwoordigen nog steeds een grote bron van rijkdom: bedrijven die drugs smokkelen blijven grote hoeveelheden geld in de Westerse economie pompen; overheden moeien zich nog steeds met oorlogen die de handel in stand houden en belangrijke banken en andere zogenaamde “witte” bedrijven blijven het hele proces met hun systemen ondersteunen.

Met het verplaatsen van de macht van Groot-Brittannië naar Amerika, hebben ook de belangrijkste slagvelden van de oorlog tegen drugs zich verplaatst, van Zuidoost-Azië naar Latijns-Amerika. Vandaag de dag is het meest waardevolle goed ter wereld niet langer opium maar wel cocaïne.

Het dubbelzinnige concept van de “narco-staat”

Met het kolonialisme dat een halt werd toegeroepen en de voormalige kolonies die nationale onafhankelijkheid verwierven, zag de wereld een andere fundamentele socio-economische verschuiving opduiken. De koloniale machten verloren hun grip op de inkomsten van hun voormalige kolonies. Plus, de kolonies zelf stonden nog in hun onzekere en nieuwe kinderschoenen waarbij ze wanhopig op zoek waren naar manieren op financieel zelfvoorzienend te worden.

Hoewel de belangrijke Westerse machten hun politieke macht in hun voormalige gebieden wel aan het verliezen waren, hielden ze toch nog een grote economische macht over, gebouwd op eeuwen van oneerlijke handelspraktijken. Voor vele van deze gebieden, is de grootste handelspartner vandaag de dag nog steeds de voormalige kolonist waarbij de handelsovereenkomsten onveranderd en grotendeels oneerlijk zijn gebleven. Dit fenomeen heeft zelfs een officiële naam gekregen “neo-kolonialisme” of “post-koloniaal kolonialisme” en het heeft een groot effect op verschillende landen in de wereld en dan vooral in Afrika.

Voor sommige van deze voormalige kolonies, heerschappijen en mandaten zijn drugs bestemd voor de internationale verkoop nog steeds een groot deel van de nationale economie. In bepaalde landen, heeft het deelnemen aan de drugshandel ook een gigantisch en zichtbaar effect op de ontwikkeling van de economie. Dit is hoe we aan het concept van de “narco-staat” komen,

Voor sommige van deze voormalige koloniën, domeinen en mandaatgebieden vormen drugs die bestemd zijn voor de internationale handel nog steeds een heel groot deel van de nationale economie. In sommige landen heeft de deelname aan de drugshandel een enorm groot en zichtbaar effect gehad op de ontwikkeling van hun economieën. Zo komen we bij het concept van de ‘narco-staat’, hoewel (zoals heel precies uiteen wordt gezet in The Myth of the Narco-State, P.A. Chouvy, 2015) deze aanduiding nogal dubieus is en nooit duidelijk is gedefinieerd.

Er bestaan echter duidelijke overeenkomsten tussen grote drugsproducerende landen. Het zijn doorgaans ‘ontwikkelingslanden’ waar veel armoede heerst. Ze zijn vaak politiek instabiel en er is vaak sprake van onrust en geweld. Ze hebben meestal zwakke regeringen die de illegale drugshandel in verschillende mate toelaten, stimuleren of er zelfs direct van profiteren. Veelal heeft zich daar een maffia- of kartelsysteem ontwikkeld dat profiteert van een diepe infiltratie in de wetshandhaving en de regering.

Grote drugsproducerende landen kennen meestal ook een ingewikkeld financieel stelsel om winst van de drugshandel internationaal wit te wassen. Doorgaans hebben ze ook een lange geschiedenis van uitbuiting en onderdrukking door een koloniale macht. Ze zijn sterk afhankelijk van buitenlandse hulp, waardoor ze op internationaal niveau gemakkelijk financieel kunnen worden gemanipuleerd. Landen waar deze beschrijving op van toepassing is, liggen meestal in Afrika, Azië en Latijns-Amerika.

Demonisering van drugsproducerende landen is een belangrijk propaganda-instrument

Er is een grote en constante wereldwijde markt voor drugs en een ‘moreel’ argument om deze illegaal te houden. Dit morele argument is heel fascinerend en vormt een belangrijk onderdeel van de retoriek die de oorlog tegen drugs ogenschijnlijk ‘rechtvaardigt’.

Sinds de tijd van de drooglegging hebben drugsproducerende landen het etiket ‘narcostaat’ opgeplakt gekregen, werden tot zondebok gemaakt en kregen te maken met militaire agressie van grootmachten, en dan vooral de VS. Deze militaire agressie wordt gehuldigd als een poging om de illegale drugshandel uit te roeien, maar er is nu veel bewijs dat erop duidt dat deze de handel juist bestendigt en drugssmokkelaars steeds meer macht en invloed geeft.

In mei 2001 stelde de terroristische Taliban-beweging een verbod op opiumproductie in Afghanistan in, wat een sterke weerslag had op de wereldwijde opiummarkt: de beschikbaarheid nam af en de prijzen gingen omhoog. Maanden later viel de VS het gebied binnen en de Taliban draaide zijn opiumbeleid terug, zodat de productie explosief steeg in de jaren daarna.

Afghanistans opiumproductie wordt al lange tijd in verband gebracht met de oprichting van terroristische organisaties, vooral die van de Taliban, Al Qaida en nu ISIS. Er wordt bijvoorbeeld vaak melding van gemaakt dat ISIS 1 miljard dollar per jaar aan illegale drugsinkomsten ontvangt.

Het dubieuze verband tussen drugs en terrorisme

Bij nader inzien kloppen er duidelijk dingen niet in dit argument. Een deel van de winst die wordt gemaakt met de illegale drugshandel gaat inderdaad naar de financiering van terroristische groeperingen, maar dat is waarschijnlijk maar een klein deel van al het geld.

ISIS verdiende, volgens het Centrum voor de analyse van terrorisme, 2,4 miljard dollar in 2015 en daarvan was 800 miljoen afkomstig uit belastingen die werden betaald door de burgers die in de gebieden leven die zij controleren en nog eens 600 miljoen kwam van olie. De resterende 1 miljard was afkomstig uit een combinatie van bronnen, zoals kidnapping en losgeld, roof van kunstschatten, donaties, landbouw, fosfaatwinning en aardgas. Inkomsten die zijn verdiend met drugs komen eerder uit de belastingen die drugsproducenten worden opgelegd, in plaats van uit de drugsverkopen zelf.

Jazeker, terroristische bewegingen profiteren van de heimelijkheid en liquiditeit van drugsgelden, maar het is duidelijk dat zij niet degenen zijn die er het meest van profiteren en dat drugs een verwaarloosbaar deel van de totale financiering zijn. De Taliban zijn hier mogelijk een uitzondering op, omdat tot wel 40% van hun financiering afkomstig is uit Afghaanse heroïne (mogelijk ruim 60% op het hoogtepunt van de handel). Maar het totale jaarinkomen van de Taliban is minder dan een kwart van de inkomsten van ISIS en het vermoeden bestaat dat ze grotere bedragen ontvangen rechtstreeks uit Pakistan en de Golfstaten.

ISIS verdiende, volgens het Centrum voor de analyse van terrorisme, 2,4 miljard dollar in 2015 en daarvan was 800 miljoen afkomstig uit belastingen die werden betaald door de burgers die in de gebieden leven die zij controleren en nog eens 600 miljoen kwam van olie. De resterende 1 miljard was afkomstig uit een combinatie van bronnen, zoals kidnapping en losgeld, roof van kunstschatten, donaties, landbouw, fosfaatwinning en aardgas. Inkomsten die zijn verdiend met drugs komen eerder uit de belastingen die drugsproducenten worden opgelegd, in plaats van uit de drugsverkopen zelf.

Jazeker, terroristische bewegingen profiteren van de heimelijkheid en liquiditeit van drugsgelden, maar het is duidelijk dat zij niet degenen zijn die er het meest van profiteren en dat drugs een verwaarloosbaar deel van de totale financiering zijn. De Taliban zijn hier mogelijk een uitzondering op, omdat tot wel 40% van hun financiering afkomstig is uit Afghaanse heroïne (mogelijk ruim 60% op het hoogtepunt van de handel). Maar het totale jaarinkomen van de Taliban is minder dan een kwart van de inkomsten van ISIS en het vermoeden bestaat dat ze grotere bedragen ontvangen rechtstreeks uit Pakistan en de Golfstaten.

Wie profiteert het meest van de drugshandel

Met handel ter waarde van 320 miljard dollar per jaar zijn terroristische organisaties kleine spelers in de internationale drugshandel, zelfs als ISIS (‘’s werelds rijkste terroristische organisatie’) elk jaar 1 miljard dollar zou verdienen (en het bewijs duidt erop dat dit niet zo is). De belangrijkste profiteurs zijn de drugskartels zelf, samen met de banken en bedrijven die met hen zakendoen.

Ter vergelijking: het Sinaloa-kartel verdient elk jaar vermoedelijk 3 miljard dollar en alle Latijns-Amerikaanse kartels bij elkaar verdienen maar liefst 64 miljard dollar per jaar, vrijwel alleen met de handel in cocaïne (waarbij kleine percentages afkomstig zijn van andere illegale drugs).

Het hele wereldwijde financiële stelsel blijft profiteren van de illegale drugshandel, waarbij drugsproducerende landen vastzitten in een onbreekbare cyclus van economische afhankelijkheid. Dat wordt bovendien bevorderd door grote hoeveelheden internationale hulp, waardoor drugsproducerende landen afhankelijk blijven van de economische grillen van hun internationale sponsors.

‘Count The Costs’, een internationale organisatie die een ‘alternatief werelddrugsrapport’ biedt, zegt:

‘Wereldwijd wordt er meer dan 100 miljard dollar per jaar uitgegeven aan de oorlog tegen drugs, ongeveer hetzelfde als het totaalbedrag dat rijke landen uitgeven aan buitenlandse hulp. De VS en andere landen geven ontwikkelingshulp tegenwoordig een andere bestemming dan waar deze het meest doeltreffend is, en laten deze overlopen naar militaire uitgaven voor hun bondgenoten in de oorlog tegen drugs, vooral in Latijns-Amerika.’

Dit bewijst de sterk ontoereikende en ongelijke aard van ons huidige economische model. Het suggereert ook wat er nodig is om daadwerkelijk een einde te maken aan illegale drugssmokkel: De vestiging en het behoud van een economisch stelsel dat niet afhankelijk is van illegaal geld dat wordt gebruikt wanneer de gebruikelijke mechanismen falen. Een duurzame economie is niet gebaseerd op de onhoudbare exploitatie van zwakkere landen.

We hebben nu te maken met fundamentele veranderingen in de wereldwijde economie en sommige economen denken dat er een einde komt aan het tijdperk van westerse economische overheersing. Tijdens deze overgangsfase zien we waarschijnlijk radicale veranderingen in de drugshandel ontstaan. De huidige trend van legalisering en regulering van ’s werelds meest waardevolle handelsgewas – cannabis – kan een aspect van deze fundamentele verandering zijn.

  • Disclaimer:
    Hoewel alle moeite is gedaan om ervoor te zorgen dat dit artikel accuraat is, is het niet bedoeld om wettelijk advies te verzorgen. Individuele situaties zullen altijd verschillen en moeten worden besproken met een expert en/of advocaat.

Comments

2 reacties op “Hoe beïnvloedt illegaal drugsgeld de economie?”

  1. Hi Seshata,

    Interesting article. Do you have any sources to support this information? Also, it sounds like your article isn’t finished; your last sentence invites us to the history of international drug trade origination in Europe’s colonial past. Will you publish on that aswell?

    Greetings,
    Nico

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

auteur

  • Profile-image

    Sensi Seeds

    De redactie van Sensi Seeds bestaat uit botanici, medische en juridische experts, plus gerenommeerde activisten zoals Dr. Lester Grinspoon, Micha Knodt, Robert Connell Clarke, Maurice Veldman, Sebastian Marincolo, James Burton en Seshata.
    Meer over deze auteur
Scroll naar top