Cannabis en kanker: de top 6 voordelen van cannabis voor kankerpatiënten

Er wordt veel geschreven over cannabis als medicijn tegen kanker, maar wetenschappers zijn het hier nog niet over eens. Hoewel medici meer vertrouwen hebben in het vermogen van cannabis om de bijwerkingen van kankertherapie te beheersen, weten we nog niet of cannabis tumoren kan doen krimpen. Hier bespreken we de manieren waarop cannabis kan helpen.

Kanker is de ongecontroleerde verspreiding van cellen in een bepaald lichaamsdeel, waarbij deze cellen uiteindelijk kwaadaardig worden en nabijgelegen weefsel aanvallen. Er werden in 2018 17 miljoen nieuwe kankerdiagnoses gesteld. Naar schatting zal dit aantal in 2040 gegroeid zijn naar 27,5 miljoen nieuwe gevallen per jaar. In 2018 stierven bijna 10 miljoen mensen aan de gevolgen van kanker.

Bij conventionele kankerbehandelingen vinden er meestal verschillende simultane behandelingen plaats. Het komt niet vaak voor dat een patiënt één behandeling ondergaat. De meest voorkomende behandelingen zijn chemotherapie, bestralingstherapie, immunotherapie en soms hormoontherapie. Naast deze behandelingsmogelijkheden worden vaak secundaire behandelingen toegepast om de bijwerkingen van de primaire behandeling onder controle te houden.

Veelvoorkomende bijwerkingen van kankertherapie zijn misselijkheid, gewichtsverlies, vermoeidheid, bloedarmoede en infectie. Cannabinoïdetherapie is er vooral op gericht om deze bijwerkingen aan te pakken en zo de levenskwaliteit van patiënten te verbeteren. Er wordt momenteel echter onderzoek gedaan naar de groeiremmende eigenschappen (anti-tumoreigenschappen) van cannabinoïden.

1. Cannabis is een anti-emeticum (helpt tegen misselijkheid en overgeven)

Misselijkheid en overgeven zijn twee zeer bekende bijwerkingen van chemotherapie. Veel chemotherapiemiddelen (vooral cisplatine) veroorzaken misselijkheid omdat deze overtollig serotonine produceren in gespecialiseerde enterochromaffiene cellen die in hoge concentraties in het maag-darmkanaal aanwezig zijn.

Het overtollige serotonine irriteert de slijmvliezen (de inwendige bekleding) van het maag-darmkanaal en stimuleert de serotoninereceptoren (HT-5) van de nervus vagus. Dit is de belangrijkste zenuw die het parasympathetisch zenuwstelsel van het maag-darmkanaal reguleert. De nervus vagus stimuleert vervolgens de area postrema – een klein gebied in de medulla oblongata (het verlengde ruggenmerg onder de hersenstam) waarvan bekend is dat hier de braakreflex wordt opgewekt.

Er wordt gedacht dat cannabinoïden (CBD in het bijzonder) de symptomen van chemotherapiepatiënten kunnen verlichten door zich te binden aan de 5-HT(5)-receptoren en de werking van serotonine te blokkeren. Cannabinoïdereceptoragonisten als THC onderdrukken ook direct misselijkheid en braken door agonisering van de CB1-receptor. Terwijl antagonisten van de CB-receptoren zoals CBD zich neutraal gedragen en het juist de inverse agonisten zijn die in feite de misselijkheid veroorzaken.

Dit suggereert dat zowel THC als CBD een rol spelen bij de onderdrukking van misselijkheid en braken. THC door agonisering van de CB1-receptor en CBD door antagonisering van de 5-HT(5)-receptoren en door te voorkomen dat serotonine zich kan binden.

2. Eetlustopwekking door cannabis

Van veel chemotherapiemiddelen is bekend dat ze anorexia (verlies van eetlust) kunnen veroorzaken, deels als gevolg van hun effect op de serotoninehuishouding.

Onderzoek heeft aangetoond dat de aanwezigheid van cisplatine leidt tot de productie van overtollig serotonine en overprikkeling van de nervus vagus. Dit verlaagt het ghrelinegehalte, ook wel het ‘hongerhormoon’ genoemd, dat wordt afgescheiden door een lege maag. Zonder ghreline ontvangen de hersenen geen signaal dat in de hersenen het hongergevoel oproept.

Verschillende onderzoeken wijzen uit dat ghreline en cannabinoïde-agonisten als THC de productie van een enzym in de hypothalamus verhogen, namelijk AMP-geactiveerde proteïnekinase (AMPK). Dit enzym is cruciaal voor de stofwisselingsprocessen die de energiebalans van het lichaam regelen. Het wordt geproduceerd door stimulering van de GHS-R1a-ghrelinereceptoren in het maag-darmkanaal.

CBD-agonist HU210 kan dus in feite de taak van ghreline overnemen door deze receptoren te activeren die in de hersenen een hongergevoel opwekken.

3. Cannabis kan patiënten helpen door diarree tegen te gaan

Diarree kan een bijwerking zijn van chemotherapie of bestraling, maar het kan ook een direct symptoom van verschillende kankersoorten zijn, zoals lymfeklierkanker, dikkedarmkanker, alvleesklierkanker, medulair carcinoom van de schildklier en neuro-endocriene tumoren.

Langdurige diarreeklachten leiden soms tot uitdroging, gewichtsverlies, koorts en buikpijn. Secretoire diarree, waarbij het lichaam overtollig water en hormonen uitscheidt naar het maag-darmkanaal, is de meestvoorkomende vorm die bij kanker optreedt.

Cannabinoïden verminderen de symptomen van secretoire diarree – met name Δ9-THC. Ze agoniseren de CB1-receptoren in het maag-darmkanaal, en ondersteunen daarmee de werking van de darm en het herstel van een normale afscheiding.

Ook dikkedarmontstekingen kunnen diarree veroorzaken; en van cannabinoïden is bekend dat ze ontstekingsremmend werken.

4. Pijnstilling – cannabis voor pijnbestrijding

Kankerpatiënten die chemotherapie ondergaan, ervaren vaak pijn, vooral in de vorm van hoofdpijn, spierpijn, buikpijn en neuralgie (zenuwpijn). Veel van de pijn als gevolg van chemotherapie komt voort uit ontstekingen, hoewel ook de vorming van wondjes en zweertjes in slijmvliezen een oorzaak kan zijn.

Daarnaast veroorzaakt soms ook de ziekte zelf ernstige pijn, wanneer tumoren in vergevorderde stadia door hun toegenomen omvang druk uitoefenen op zenuwen, botten en organen.

Cannabis wordt op grote schaal toegepast bij de bestrijding van chronische pijnen als gevolg van allerlei aandoeningen die zich niet beperken tot kanker. Het vermogen van cannabis om ontstekingen te remmen is van cruciaal belang bij de bestrijding van pijn als gevolg van chemotherapie.

Zowel antagonisten als CBD en de endogene agonist 2-AG lijken ontstekingen te remmen door de werking van macrofagen te verminderen. Macrofagen zijn grote, gespecialiseerde witte bloedcellen die de basis vormen van verschillende afweerreacties.

Bovendien zijn hyperalgesie (verhoogde gevoeligheid voor pijn) en neuropathische pijn die ontstaat door beschadiging van perifere zenuwen, direct te bestrijden door gebruik van cannabinoïden.

Onderzoeken geven aan dat cannabinoïde receptoragonisten als THC en het synthetische cannabinoïde WIN55,212-2hyperalgesie door tumorgroei in diepe weefsels verminderen door agonisering van de cannabinoïdereceptoren op de nociceptoren, oftewel de pijngevoelige neuronen.

5. Cannabis kan mogelijk depressie tegengaan

Depressie bij kankerpatiënten komt veel voor, maar wordt vaak over het hoofd gezien ondanks dat het de kwaliteit van leven ernstig aantast. Zonder behandeling kan depressie allerlei complicaties veroorzaken die de patiënt nog zieker maken dan hij of zij al is. Bijvoorbeeld als het verlies aan eetlust bij chemotherapie nog eens wordt versterkt door de depressie.

En ook een verstoorde slaap in combinatie met stress kan ernstige fysiologische effecten veroorzaken. Kankerpatiënten die antidepressiva slikken hebben naar eigen zeggen minder last van vermoeidheid, angstgevoelens en pijn.

Het is omstreden of cannabis een geschikt middel is tegen depressie, er is zowel bewijs voor als tegen deze stelling gevonden. Verschillende onderzoeken wijzen uit dat Δ9-THC, CBD en cannabichromeen (CBC) een antidepressieve werking hebben. Het endocannabinoïdesysteem speelt een belangrijke rol bij de regulering van de stemming en in de subjectieve geluksbeleving. In dit proces zijn endocannabinoïden als anandamide van fundamenteel belang.

Sommigen denken dat bepaalde genetische variaties in de expressie van CB1-receptoren bepaalde personen gevoeliger maken voor de stemmingverhogende effecten van cannabis.

6. Groeiremmend – cannabinoïden remmen mogelijk de groei van tumoren

Bepaalde preklinische onderzoeken suggereren dat Δ9-THC en andere fytocannabinoïden mogelijk in vitro en in vivo antitumorale eigenschappen hebben, omdat ze de groei van kankercellen remmen. In een onderzoek uit 2008 dat in de International Journal of Cancer werd gepubliceerd, werden cannabinoïden gebruikt bij normale alvleeskliercellen en kwaadaardige alvleeskliercellen. De resultaten wezen uit dat vooral de activering van de CB2-receptor de apoptose van kwaadaardige alvleeskliercellen kan opwekken zonder de normale cellen aan te tasten.

Een ander experiment werd in 2000 uitgevoerd door Galve-Roperh e.a. In dit voorbeeld werden een synthetische cannabinoïde, WIN-55,212-2 en Δ9-THC toegediend aan Wistarratten met kwaadaardige gliomen. Via cannabinoïdereceptorpaden slaagden de twee cannabinoïden erin om de apoptose van kankercellen te signaleren zonder enig aanzienlijk effect in die omstandigheden.

Guzman en zijn team waren de eersten die een menselijke studie van fase 1 publiceerden over de antitumorale eigenschappen van Δ9-THC. Er deden slechts 9 patiënten mee aan het onderzoek. Alle patiënten hadden terugkerend glioblastoom en reageerden niet op bestraling of operaties. De patiënten in dit tweedelig klinisch onderzoek werden behandeld met intracraniële Δ9-THC in combinatie met een chemotherapeutisch middel. De gecombineerde behandeling verkleinde de tumor bij 2 van de 9 patiënten.

Er zijn heel weinig voorbeelden van klinische onderzoeken naar het effect van cannabinoïden op menselijke kankercellen in vivo. De meeste klinische onderzoeken bij mensen gingen over pijn en cognitieve stoornissen. Momenteel is het onderzoek naar de groeiremmende eigenschappen van cannabinoïden nog niet doorslaggevend en is er meer onderzoek nodig, vooral in de vorm van klinisch onderzoek bij mensen.

Cannabis is niet altijd nuttig voor iedere kankerpatiënt en kan op sommige mensen zelfs een nadelig effect hebben, hoewel de bijwerkingen ervan doorgaans veel minder ernstig zijn dan die van chemotherapie of van bestraling.Maar nu we steeds meer te weten komen over de positieve eigenschappen van cannabis, ontdekken we ook welke rol dit middel zou kunnen spelen in de bestrijding van de symptomen van kanker en de bijwerkingen van kankerbehandelingen, en misschien zelfs het laten krimpen van de tumor. Er zijn slechts weinig medicijnen die tegelijk zoveel symptomen bestrijden, waaronder misselijkheid, verlies van eetlust en diarree. En middelen die dit weten te bewerkstelligen zonder zelf bijwerkingen te veroorzaken zijn nóg zeldzamer.

  • Disclaimer:
    Dit artikel kan niet ter vervanging worden gebruikt voor professioneel medisch advies, een diagnose of behandeling. Neem altijd contact op met uw arts of andere bevoegde deskundigen. Stel het vragen van medisch advies niet uit en negeer medisch advies niet naar aanleiding van wat u heeft gelezen op deze website.

Comments

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Auteur en reviewer

  • Profile-image

    Sensi Seeds

    De redactie van Sensi Seeds bestaat uit botanici, medische en juridische experts, plus gerenommeerde activisten zoals Dr. Lester Grinspoon, Micha Knodt, Robert Connell Clarke, Maurice Veldman, Sebastian Marincolo, James Burton en Seshata.
    Meer over deze auteur
  • Sanjai_Sinha

    Sanjai Sinha

    Dr. Sanjai Sinha is lid van de academische faculteit van Weill Cornell Medicine in New York. Hij besteedt zijn tijd aan het zien van patiënten, het onderwijzen van co-assistenten en medische studenten en het doen van onderzoek naar gezondheidszorg. Hij houdt van patiënteducatie en evidence-based geneeskunde. Zijn sterke interesse voor medisch onderzoek komt voort uit deze passies.
    Meer over deze reviewer
Scroll naar top