Hennep Biobrandstof: Een Haalbaar Alternatief voor Biobrandstoffen?

De impact van de klimaatverandering op onze kwetsbare planeet wordt duidelijker en destructiever. Fossiele brandstoffen dragen hier grotendeels toe bij: de zoektocht naar een duurzaam alternatief voor deze eindige grondstof is volop bezig. Biobrandstof is een van de suggesties, maar hoe haalbaar is deze vervanger? En is hennep wel de beste biobrandstof?

Het is een algemene misvatting bij voorstanders van hennep en cannabis dat het voldoende zou zijn om simpelweg van fossiele brandstoffen naar hennep biobrandstof over te stappen, om het mysterieuze en angstaanjagende raadsel der fossiele brandstof op te lossen. Ondanks dat biobrandstoffen vaak worden voorgesteld als dé oplossing voor het redden van deze planeet, brengen ze spijtig genoeg heel wat eigen struikelblokken met zich mee die vaak meer problemen veroorzaken dan dat ze oplossen.

Niets bestaat op zichzelf. Het is dan ook cruciaal om naar het domino-effect op de gehele planeet te kijken bij het vervangen van fossiele brandstoffen door biobrandstoffen. Toch is het zo dat hennep in vergelijking met andere bronnen van biobrandstof wel enkele voordelen met zich meebrengt.

Hennep kan zowel voor het maken van biodiesel als voor het maken van ethanol gebruikt worden

Er bestaan twee soorten biobrandstof: biodiesel en ethanol. Ethanol wordt gemaakt van granen (maïs, gerst, tarwe, etc) of van suikerriet, maar kan ook worden geproduceerd met de oneetbare delen van de meeste planen. Het wordt vaak als biobrandstof gebruikt, maar het kan ook met petroleum gemengd worden.  

Wagens die werden gebouwd om op petroleum te rijden, verdragen een toevoeging van slechts 10% ethanol aan de petroleum: iets flexibelere wagens laten dan weer een maximum van 80% ethanol toe. In Brazilië, waar heel wat suikerriet als basis voor biobrandstof wordt geteeld, bestaan er echter ook wagens die op 100% ethanol rijden.  

Biodiesel op haar beurt wordt gemaakt door het raffineren van oliën en vetten van planten of dieren, in de meeste gevallen plantaardige olie, en het vereist ook de aanwezigheid van methanol. Normale diesel wordt vaak met biodiesel, volgens een 4:1 verhouding, gemengd maar de mengverhouding kan variëren van 2% tot en met 100% biodiesel. Een praktisch voordeel van biodiesel is wel d at eender welke dieselwagen op deze brandstof kan rijden.

Hennep, als het als biobrandstof grondstof gekweekt wordt, zou in staat zijn om als grondstof voor beide biobrandstoffen te dienen. Hennepzaden bestaan voor 30%-35% van hun gewicht uit olie en zo zou een brandstofveld van een hectare elk jaar ongeveer 780 liter (207 gallons per hectare) opleveren. Een hoeveelheid die heel wat lager ligt dan bij palm- of kokosnootolie, maar die wel meer dan het dubbele is van de olie geproduceerd uit pindanoten en zonnebloemen en zelfs 4 maal meer is dan de olie die uit sojabonen wordt gehaald. De rest van de plant kan door middel van gisting bij lage zuurstofniveaus in ethanol omgezet worden.

Natuurlijke gevolgen van biobrandstofproductie

De meest gebruikte bronnen van biodiesel zijn soyabonen en maïs (Amerika), suikerriet en suikerbiet (Zuid-Amerika), palmolie (Zuidoost en Oost-Azië) en koolzaad (Europa). Om al deze grondstoffen op gepaste wijze te kweken en te telen, zijn er grote hoeveelheden vruchtbare grond nodig.

Grote stukken regenwoud werden zo al gekapt om plaats te maken voor palmolie. De ontbossing die plaatsvindt, gebeurt in al deze gebieden op alarmerende wijze en tegen een ongeziene snelheid en op een ongeziene schaal. Hierbij komt ook de habitat van velen diersoorten (zoals de orang oetan) in gevaar terwijl heel wat van deze soorten al bedreigd zijn.

 De grondstoffen worden bovendien gekweekt op vruchtbare landbouwgrond die voordien voor het telen van gewassen voor menselijke consumptie werd gebruikt, waardoor de prijzen van deze gewassen de pan uitrijzen en ze buiten het bereik van de armen komen. Dit heeft tot slot als gevolg dat er ook heel wat secundaire ontbossing ontstaat omdat mensen nieuwe grond gaan vrijmaken om hun gewassen voor menselijke consumptie te telen.  

De biobrandstof doelen van heel wat regeringen overal ter wereld doen hierdoor vaak meer slecht dan goed voor onze planeet met betrekking tot de klimaatverandering en de voedselvoorziening. Het zijn niet zozeer de rijke landen maar wel vooral de ontwikkelingslanden die het hardst door deze problemen getroffen worden

Welke voordelen heeft hennep als grondstof voor biobrandstof?

Hennep heeft als voordeel dat het in minder vruchtbare grond kan geteeld worden en dat haar kracht om in ‘marginale grond’ te groeien door velen geprezen wordt. ‘Marginaal land’ is eigenlijk een economisch term die verwijst naar een stuk land dat meer kost om het te verbouwen dan om er winst uit te halen. Het kan hier gaan om land met een bodem van lage kwaliteit, land dat door industriële activiteiten vervuild is of land dat door geologische omstandigheden moeilijk te verbouwen is zoals steile berghellingen.

Toch is het zo dat hennep ook de meeste zaden produceert wanneer het in vruchtbare grond en onder de optimale omstandigheden verbouwd wordt. Als hennep als grondstof voor biobrandstof zou aanslaan dan is de kans dan ook heel groot dat er een beroep op landbouwgrond zal gedaan worden om het te telen. Net zoals nu bij de rivaliserende grondstoffen gedaan wordt en met daarbij de negatieve impact op de prijs van voeding voor menselijke consumptie.

De andere problemen met het zogenaamde marginale land zijn dat het allereerst vaak plekken zijn die de habitat van bepaalde diersoorten vormen en die een waardevol onderdeel van het ecosysteem zijn. Ten tweede zijn het dikwijls gebieden waar het praktisch gezien zo goed als onmogelijk is om iets te verbouwen, bijvoorbeeld op bergwanden.

Er moet ook rekening worden gehouden met de moeilijkheid om hennep op deze moeilijk bereikbare plekken te oogsten en om het vervolgens naar een biobrandstof verwerkingsbedrijf te transporteren. Aangezien bij beide activiteiten een CO2-uitstoot door het verbranden van fossiele brandstoffen plaatsvindt, moet dit in overweging genomen worden als we de doeltreffendheid van deze zogenaamde koolstofneutrale brandstof in acht nemen. Dit is trouwens van toepassing op alle grondstoffen voor biobrandstof, op alle mogelijke terreinen, en niet alleen voor hennep dat op marginaal land zou verbouwd worden. De koolstofuitstoot van het bewerken van de grond, het zaaien, het oogsten, het transporteren en het verwerken ligt hoger dan de uitstoot bij het produceren van fossiele brandstoffen.

Hoewel dit betekent dat een overstap naar hennepbrandstof voor alle gemotoriseerde voertuigen noch de energiecrisis zou oplossen noch de klimaatverandering een halt zou toeroepen, zou het toch nog op kleinere schaal van nut kunnen zijn. Als boerderijen bijvoorbeeld in staat zouden zijn om ter plaatse hennep te kweken en verwerken zodat ze hun eigen landbouwvoertuigen en -machines hiermee zouden kunnen aandrijven, dan zouden ze een soort van zelfonderhoudende en lage-emissie-zone creëren. Dit kan, op kleine schaal, een einde maken aan de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen. Hennep zou zo als rotatiegewas haar intrede in de bestaande verbouwing van voedselgewassen kunnen doen, waardoor de impact op de voedselprijs en de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen zou beperkt worden.

Hennep wordt tegenwoordig ook gezien als een voedselgewas binnen de ‘nichesfeer’, dus we zijn er niet zo afhankelijk van als van bijvoorbeeld maïs. Dit zorgt er echter wel voor dat het tegenwoordig niet echt kosten-efficiënt is om op grote schaal als biobrandstof geproduceerd te worden.

Een minimum aan meststof en water nodig om hennep te telen

Een ander domein waar we kritisch naar moeten kijken als we het over het biobrandstoffen hebben, zijn de meststoffen die er nodig zijn om ze te verbouwen. Deze meststoffen zijn in feite nitraten van olie en gas – inderdaad, fossiele brandstoffen – waarbij van net energie-intensieve Haber-Bosch proces gebruik gemaakt wordt om ammoniak te produceren wat op haar beurt als bron voor alle nitrogeen meststoffen gebruikt wordt.

Eens ze ingezet worden als meststof, blijven ze niet gewoon in de bodem zitten. Of ze worden weggevoerd in waterlopen waar ze het ecosysteem verstoren, vissen doden en het drinkwater vervuilen of ze dringen de atmosfeer binnen waar ze stikstofoxyduul worden. Stikstofoxyduul is een zogenaamd broeikasgas dat slechter is dan koolstofdioxide. Ze dringen ook de atmosfeer binnen en worden daar tot mono-nitrogeen oxides NO en NO2 omgevormd, die dan weer bijdragen aan de ozonconcentratie (een ander gevaar voor de gezondheid).

Om goed te groeien heeft hennep een bodem nodig die qua vruchtbaarheid met de bodem voor goede maïs te vergelijken is. Toch zal 70% van de voedingsstoffen die hennep nodig heeft tijdens en na de teelt weer naar de bodem terugvloeien. Bovendien heeft de plant aan een kleine hoeveelheid voedingsstoffen genoeg om voor een goede oogst te zorgen. Een drastische verlaging aan meststoffen op lange termijn is het positieve gevolg. Zonder meer een belangrijk voordeel in vergelijking met andere bronnen voor biobrandstof.

Hetzelfde kan bovendien van de behoefte aan water gezegd worden. Een van de grootste problemen van biobrandstoffen is dat hun productie meer water vereist dan bij de productie van fossiele brandstoffen, ergens tussen dubbel tot 48 keer zoveel. Hennep vraagt ongeveer 30 – 40 cm (12 – 15 inch) water per groeiseizoen or het equivalent in regenwater om tot een goede oogst te komen, terwijl bijvoorbeeld maïs 56 cm ( 22 inches) nodig heeft.

De volledige plant kan worden gebruikt

Een van de grootste voordelen van hennep als biobrandstof is waarschijnlijk het potentieel om iedere deel van de plant te gebruiken. Eens de olie uit de zaden is geperst, kunnen de overgebleven omhulsels en zaden in een soort van cake worden samengeperst om als voedzaam dierenvoedsel dienst te doen. Plantenafval na het oogsten en bladeren die tijdens de groei afvallen, worden samen met de wortels weer door de bodem opgenomen zodat ze als voedingsstoffen voor het volgende gewas kunnen dienen. De vezels van de bast en de stengel worden gebruikt als vezel, papier en bouwmaterialen; om maar enkele producten op te noemen.

Ontwikkelingen binnen het biobrandstof onderzoek en de toepassing op hennep

Het pyrolyseproces is een relatief nieuw proces dat op hennep voor biobrandstof wordt toegepast. Bij pyrolyse worden vezelrijke en celluloserijke plantenbestanddelen blootgesteld aan een intense hitte om zo pyrolyse-olie of ook wel bio-olie genoemd te vervaardigen. Vanuit milieustandpunt gezien is dit een uiterst milieuvriendelijk proces aangezien er in dit proces afvalbiomassa kan gebruikt worden. De techniek kan op hennep en op de enorme hoeveelheid biomassa die de huidige hennep- en marihuanateelt momenteel al produceert toegepast worden.

Deze ontwikkeling kadert natuurlijk perfect in het plaatje dat we eerder opgemaakt hebben en waarbij we vertelden dat de hele plant kan gebruikt worden aangezien het afval van de hele cannabisindustrie hiervoor in aanmerking komt. Washington bijvoorbeeld, produceerde in de eerste  drie jaar na de legalisatie (2014) maar liefst 1.7 miljoen pond cannabisafval.

Sinds de legalisatie in Washington, hebben ondertussen al heel wat Europese landen en staten in de Verenigde Staten het telen van hennep gelegaliseerd waardoor de hoeveelheid afval alleen maar zal stijgen. Het is zelfs zo dat Californië al langere tijd problemen heeft met al de cannabisafval. Pyrolyse zou in dit geval de oplossing kunnen zijn om het cannabis- en hennepafvalprobleem aan te pakken en om biobrandstof te maken zonder daarvoor nog meer terrein te moeten vrijmaken om het te verbouwen.

Er bestaan nog obstakels om hennep al dan niet als beste biobrandstof te kunnen beschouwen. Momenteel is het grootste obstakel dat er nog maar weinig hennep wordt verbouwd en dat er daardoor ook maar weinig hennep voor biobrandstof kan gebruikt worden. Positief echter is dat de legalisatie de afgelopen jaren een opmars, zeker binnen de Verenigde Staten, maakt waardoor er nu in verschillende Amerikaanse Staten op legale wijze hennep wordt geteeld.

Ondanks deze groei aan plantages zien we wel dat de meeste hennep in Europa, China en Amerika in de productie van voeding, CBD, cosmetica en onderzoek gebruikt wordt. Een ander deel van de planten vindt dan weer haar weg naar de productie van speciale geweven producten zoals henneppapier en henneptouw.

Vele voordelen van hennep als biobrandstof blijven echter spijtig genoeg nog puur theoretisch aangezien nog maar weinig hennep op commerciële schaal voor biobrandstof werd gebruikt. Er is echter de hoop dat dit snel gaat veranderen.

  • Disclaimer:
    Wet- en regelgeving omtrent cannabisteelt verschilt vaak per land. Sensi Seeds raadt u daarom dan ook aan om de lokale wet- en regelgeving na te gaan. Handel niet in strijd met de wet.

Comments

1 reactie op “Hennep Biobrandstof: Een Haalbaar Alternatief voor Biobrandstoffen?”

  1. “hennep gewonnen biodiesel als brandstof gebruikt!”
    Van voedsel moet je geen brandstof maken !!!!
    FOUT !

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Auteur

  • Profile-image

    Sensi Seeds

    De redactie van Sensi Seeds bestaat uit botanici, medische en juridische experts, plus gerenommeerde activisten zoals Dr. Lester Grinspoon, Micha Knodt, Robert Connell Clarke, Maurice Veldman, Sebastian Marincolo, James Burton en Seshata.
    Meer over deze auteur
Scroll naar top