Kunnen Cannabis en Hennep het Uitsterven van Bijen Voorkomen?

De laatste jaren zijn er alarmerend veel bijenkolonies uitgestorven. Instanties op het gebied van milieu en volksgezondheid hebben getracht de onderliggende oorzaken hiervan te achterhalen en een beleid te voeren dat dit verschijnsel, bekend als de bijenverdwijnziekte (CCD), moet tegengaan. Kunnen cannabiskwekers bijdragen aan het oplossen van deze crisis?

Bestuiven bijen cannabis?

Over het algemeen voelen bijen zich aangetrokken tot bloemen die goede nectar en stuifmeel produceren en negeren zij bloemen die hiervan niet genoeg opleveren. Op hun beurt zijn de bloemen die door insecten moeten worden bestoven doorgaans zodanig geëvolueerd dat ze voldoende nectar produceren om bijen en andere insectenbestuivers aan te trekken.

Bijen voelen zich normaliter niet aangetrokken tot cannabis, omdat het een door de wind bestoven plant is die dus geen behoefte heeft aan nectar om insectenbestuivers aan te trekken. Maar in tijden van “bloemenschaarste”, waarin er geen nectarproducerende bloemen zijn, kunnen cannabisbloemen een belangrijke bron van stuifmeel vormen. Bijen hebben stuifmeel nodig om koninginnengelei te produceren. Bovendien halen ze er vitale eiwitten, vitaminen en mineralen uit.

Industriële hennep kan binnenkort een bron van stuifmeel worden. Een onderzoek uit 2019 aan de Colorado State University toonde aan dat tijdens de piek van de bloeiperiode van hennep, waarin er voor de bijen maar weinig stuifmeelgewassen beschikbaar zijn, er meer dan 20 verschillende bijengeslachten hun weg vinden naar de hennepplanten.

Een ander onderzoek, uitgevoerd in het Indiase Punjab en gepubliceerd in 2012, toonde aan dat in een periode van bloemenschaarste (wat in Punjab in mei en juni het geval is), de bijen (Apis mellifera) zich richtten op de overvloedige mannelijke cannabisplanten die in dit gebied in het wild groeien en deze als bron van stuifmeel gebruikten. Omdat cannabisbloemen geen nectar produceren, waren de bijen die werden waargenomen terwijl ze zich met de planten voedden alleen gespecialiseerde stuifmeelverzamelaars.

Bovendien werd vastgesteld dat de bijen zich alleen ’s morgens en ’s avonds met de mannelijke bloemen voedden. Op andere momenten waren ze niet aanwezig. Dit komt omdat in deze periode helmknopdeshiscentie optreedt, het proces waarbij de mannelijke voortplantingsorganen zich splitsen om stuifmeel af te geven. Bijen voelen zich dus, alleen in tijden van bloemenschaarste en alleen tijdens de piekperiode van de stuifmeelproductie, aangetrokken tot cannabisplanten, maar alleen tot de mannelijke versie.

Wat is de bijenverdwijnziekte?

De bijenverdwijnziekte, de colony collapse disorder (CCD), is het geval als de meerderheid van de volwassen werkbijen de bijenkorf verlaten. Zij laten de koningin en haar onvolwassen nakomelingen met voldoende voedsel en een aantal verzorgbijen achter. Het verlaten van de bijenkorf door de werkbijen is de kern van het probleem. Bij CCD liggen er geen dode of stervende bijen rond de bijenkorf.

Dit bizarre en intrigerende verschijnsel doet zich gedurende de hele geschiedenis voor en staat ook bekend als “verdwijnziekte” en “voorjaarsafname”. In Ierland werden grote bijensterftes geregistreerd in de jaren 950, 992 en 1443.

Het lijkt er echter op dat de frequentie en de ernst van deze ondergang in de afgelopen eeuw is toegenomen. Waar eerdere gevallen van ondergang zich vrij zelden manifesteerden, zijn de seizoensverliezen van de bijen tegenwoordig elk jaar aanmerkelijk hoger dan verwacht. In 2007 hebben sommige Amerikaanse imkers 80 tot 100% verlies geleden. “Normale” verliezen liggen rond de 10%.

Een aantal factoren zouden een rol spelen bij CCD, bijvoorbeeld virale of parasitaire infecties, chemicaliën in de bijenkorf om de bijen te behandelen, genetisch gemanipuleerde gewassen, monocultuur, algemene vermindering van de biodiversiteit van de planten, voedingsstress en gebruik van pesticiden.

Ook al is van niet één van deze factoren bewezen dat zij de oorzaak zijn en van sommige, zoals GG-gewassen niet wordt aangenomen dat zij een grote bijdrage leveren, aangezien gebieden met grootschalige teelt van dergelijke gewassen niet gecorreleerd zijn aan een hoog CCD-gehalte, is het toch niet onwaarschijnlijk dat een combinatie van deze factoren bijdraagt aan de algehele slechte gezondheid van bijenkolonies in de hele wereld.

Bloemenschaarste en CCD

Tijdens de bloemenschaarste vullen commerciële imkers het dieet van hun bijen vaak aan met glucose-fructosestroop (HFCS) of suikerstroop met toegevoegde eiwitten. Interessant is dat uit onderzoek is gebleken dat bijen die zich voeden met gewone suikerstroop op basis van sacharose in het voorjaar meer nakomelingen voortbrengen dan bijen die zich voeden met HFCS. Bovendien leidde aanvullend eiwit tot meer nakomelingen, maar voorzag deze niet van een complete voeding.

Daarom moeten de imkers in tijden van bloemenschaarste het dieet van hun bijen aanvullen met suikerstroop op basis van sacharose en een eiwitbron toedienen die in voedingswaarde completer is dan supplementen. Stuifmeel van cannabis, hennep of soortgelijke soorten die op het juiste moment bloeien zou, samen met een gezonde mix van vitaminen en mineralen, een ideale manier zijn om bijen te voorzien van een compleet profiel van aminozuren die nodig zijn om eiwitten te synthetiseren.

Gebruik van pesticiden en CCD

De rol van pesticiden bij CCD is een omstreden en politiek beladen onderwerp. Er zijn argumenten die pleiten voor een grotere rol van pesticiden. Aan de andere kant zijn er ook dwingende tegenargumenten die suggereren dat er óók een andere, nog onbekende factor meespeelt en dat de rol van pesticiden hoogstens een aanvulling is.

Neonicotinoïden bijvoorbeeld vormen een categorie bestrijdingsmiddelen die vaak met CCD wordt geassocieerd. Deze worden in Australië evenveel gebruikt als elders, maar Australië heeft geen significante daling van het aantal honingbijen meegemaakt.

Australische bijen halen hun stuifmeel echter van oudsher uit natuurlijke, onbespoten plantaardige bronnen en niet uit commerciële gewassen. En in Australië vindt er een verschuiving plaats van de honingproductie naar het bestuiven van commerciële monocultuurgewassen zoals amandelen (in de VS is dit al vrij gangbaar). Nu dit gebeurt, zullen bijen in Australië niet alleen te maken krijgen met voedingsstress die wordt veroorzaakt door het langdurig voeden met één enkele voedselbron, maar ook met een toename van het gehalte aan landbouwchemicaliën, waaronder neonicotinoïden.

Er zijn ook aanwijzingen dat verschillende categorieën pesticiden en fungiciden (met inbegrip van, maar niet beperkt tot neonicotinoïden) die momenteel gecombineerd worden gebruikt, een aantal  kunnen hebben subletale effecten op bijen, zoals voeding en reproductiegedrag.

Daarnaast kunnen ook organische pesticiden, waarvan traditioneel wordt aangenomen dat ze onschadelijk zijn voor bijen, schadelijk zijn. Ten minste één onderzoek claimt dat de veelgebruikte neemolie een potentiële bijdrage kan leveren aan CCD (zie hieronder).

Neemolie en de ondergang van de hommelkolonie

Azadirachtin, de actieve stof in neemolie, is een essentieel onderdeel van pesticiden in de biologische landbouw en valt op selectieve wijze verschillende ongedierteplagen aan die niet op een andere manier onder controle kunnen worden gehouden. Een recent onderzoek heeft echter uitgewezen dat mannelijke hommels hier negatieve gevolgen aan ondervonden “zelfs bij concentraties die 50 keer lager waren dan de aanbevolen niveaus die boeren gebruiken”.

Bij gebruik op de aanbevolen niveaus kwamen er in het laboratorium geen mannetjes uit het ei en zelfs bij een 50 keer lagere concentratie waren de weinige mannetjes die uit het ei kwamen misvormd.

Eerder onderzoek heeft aangetoond dat neemolie over het algemeen veilig is voor honingbijen, maar hommels zijn echter wel zeer belangrijke bestuivers van gewassen en wilde bloemen. Dit is natuurlijk van essentieel belang voor het overleven en voortbestaan van de honingbijen.

Het gebruik van alle middelen die een bedreiging vormen voor de biodiversiteit moet ten koste van alles worden vermeden. De aanhoudende afname van plant- en diersoorten over de hele planeet wordt nu beschouwd als de zesde massa-uitsterving op aarde. Het is bijzonder onverstandig om het bestaan van bestuivende soorten, waarvan het voortbestaan van verschillende plantensoorten van nature afhankelijk is, in gevaar te brengen.

Ervoor zorgen dat cannabis bijenvriendelijk is

Zoals we hebben gezien, kunnen bijen zich tijdens bloemenschaarste aangetrokken voelen tot cannabisplanten. Hoewel het veel waarschijnlijker is dat ze zich richten op mannelijke planten, kunnen ze ook vrouwelijke planten bezoeken omdat de geur overeenkomsten vertoont. Alleen mannelijke cannabisplanten kunnen echter als voedselbron voor bijen fungeren. Dus telers die mannelijke planten in de buitenlucht houden (of hennepkwekers, die de neiging hebben om standaard mannelijke planten te kweken) kunnen tijdens de bloemenschaarste van onschatbare waarde zijn voor de plaatselijke bijenpopulaties.

Pesticiden die gebruikt worden voor cannabis, zelfs organische pesticiden zoals neem, kunnen echter ook bijdragen aan CCD bij honingbijen en hommels. Daarom moeten buitenplanten, zowel mannelijke als vrouwelijke, zoveel mogelijk worden behandeld met niet-chemische methoden voor insectenbestrijding. Nuttige insecten, nematoden, enzymen en dergelijke kunnen allemaal een rol spelen bij het ongediertevrij houden van planten, zonder dat het nodig is om een beroep te doen op chemische sprays…ja, zelfs die met organische eigenschappen, waarvan altijd is aangenomen dat ze veilig zijn voor honingbijen.

Cannabistelers kunnen weinig doen aan de hoofdoorzaken van CCD, die waarschijnlijk verband houden met de grootschalige agrarische monocultuur van door insecten bestoven gewassen, in combinatie met habitatfragmentatie, verlies van biodiversiteit en toename van het gebruik van chemicaliën voor een dergelijk systeem.

Als gemeenschap kunnen we er echter voor zorgen dat we er alles aan doen om onze bijdrage aan CCD te minimaliseren of zelfs uit te sluiten. Door hennep of mannelijke cannabis in de open lucht te kweken en chemische bestrijdingsmiddelen zoals neemolie te vermijden, kan het probleem zelfs tot op zekere hoogte worden verkleind.

  • Disclaimer:
    Wet- en regelgeving omtrent cannabisteelt verschilt vaak per land. Sensi Seeds raadt u daarom dan ook aan om de lokale wet- en regelgeving na te gaan. Handel niet in strijd met de wet.

Comments

1 reactie op “Kunnen Cannabis en Hennep het Uitsterven van Bijen Voorkomen?”

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Author and Expert

  • Profile-image

    Sensi Seeds

    De redactie van Sensi Seeds bestaat uit botanici, medische en juridische experts, plus gerenommeerde activisten zoals Dr. Lester Grinspoon, Micha Knodt, Robert Connell Clarke, Maurice Veldman, Sebastian Marincolo, James Burton en Seshata.
    Meer over deze auteur
Scroll naar top