by Micha on 22/05/2017 | Medicinaal

Tunesië en Marokko op weg naar een nieuw cannabisbeleid – Over schuchtere eerste stappen en voorlopige resultaten

Marokko en Tunesië Was het in Marokko en Tunesië enkele jaren geleden nog taboe om over de legalisering van cannabis te praten, vandaag de dag heeft iedereen het erover.


Weliswaar is de wetgeving rondom drugs onlangs herzien, maar ook nu nog wordt vrijwel elk contact met hennep bestraft met een gevangenisstraf van tussen de één en vijfentwintig jaar, en zitten op dit moment de gevangenissen in Tunesië vol met cannabisgebruikers. De draconische straffen die in 1992 door ex-dictator Ben Ali zijn ingevoerd, werden eind maart naar aanleiding van grootschalige openbare kritiek door de nieuwe Tunesische regering enigszins bijgesteld. Tegenwoordig is het rechters bovendien toegestaan om een eerste overtreding door de vingers te zien.

Tunesië en Marokko op weg naar een nieuw cannabisbeleid – Over schuchtere eerste stappen en voorlopige resultaten

Weliswaar is de wetgeving rondom drugs onlangs herzien, maar ook nu nog wordt vrijwel elk contact met hennep bestraft met een gevangenisstraf van tussen de één en vijfentwintig jaar, en zitten op dit moment de gevangenissen in Tunesië vol met cannabisgebruikers. De draconische straffen die in 1992 door ex-dictator Ben Ali zijn ingevoerd, werden eind maart naar aanleiding van grootschalige openbare kritiek door de nieuwe Tunesische regering enigszins bijgesteld. Tegenwoordig is het rechters bovendien toegestaan om een eerste overtreding door de vingers te zien. Deze omslag in de Nationale Veiligheidsraad onder het presidentschap van Beji Caid Essebsi werd ingeluid door publicaties over talloze zaken waarin draconische gevangenisstraffen waren opgelegd voor kleine cannabisdelicten, iets dat de woede van de bevolking had gewekt. Zo was er in februari van 2016 nog een zaak tegen twee scholieren, waarin een gevangenisstraf van minimaal een jaar werd geëist voor het consumeren van cannabis.

Na de recente herziening van afgelopen maand, dreigt bij een tweede delict wegens het consumeren van drugs echter nog altijd een minimale gevangenisstraf van vijf jaar, zonder dat beroep op verzachtende omstandigheden mogelijk is.

Yosra Frawes noemde als woordvoerder voor de internationale mensenrechtenorganisatie IGFM, de nieuwe maatregelen „een stap vooruit”. Het is echter niet logisch om rechters daarbij geen ruimte te bieden om verzachtende omstandigheden mee te wegen.

Tot aan de herziening werd zelfs al bij het aantreffen van afbraakproducten van cannabis in de urine, een straf van één tot vijf jaar opgelegd. Dit repressieve drugsbeleid en de overtreding van artikel 92-52 werd onder de dictatuur ook veelvuldig gebruikt om politieke tegenstanders van drugsgebruik te beschuldigen, monddood te maken en dwars te zitten. Sinds de Arabische Lente wordt cannabis, dat in 1966 volgens een oud artikel uit Der Spiegel in Tunesië nog even normaal was als een biertje in Europa, weer populairder, en dat terwijl de draconische cannabiswetten van de dictator vijf jaar na zijn gedwongen vertrek nog steeds van kracht zijn. Zo is het in Tunesië nog altijd gebruikelijk dat de politie een urinetest afneemt bij elke verdachte, zelfs als er geen cannabis is gevonden en wanneer de aanklacht niets te maken heeft met drugsgebruik.

Human Rights Watch (HRW) berichtte op 19 januari, dat er „begin 2016 meer dan 6700 mensen wegens overtreding van artikel 92-52 in de gevangenis zaten en er tussen de 10.000 en 15.000 mensen wegens drugsdelicten zijn gearresteerd en op berechting wachten”. Daarmee zit bijna een derde van alle gevangenen in Tunesië vast wegens drugsdelicten. Het aantal cannabiszaken is gestegen van 732 voor de revolutie tot 5744 erna. Ondanks de recente herziening zijn de fel bekritiseerde urinecontroles bij elke arrestatie nog steeds legaal en blijven ook de straffen voor recidivisten draconisch.

Desalniettemin zien waarnemers de nieuwe regeling als een stap in de goede richting, die „duizenden mensen zal behoeden voor gevangenisstraffen“, aldus de bekende Tunesische mensenrechtenadvocaat Ghazi Mrabet.

Marokko bespreekt nu openlijk legalisering

Marokko is de grootste hasjproducent ter wereld en kent nauwelijks straffen voor het gebruik van cannabis. De handel erin en de teelt ervan zijn weliswaar verboden, maar als belangrijkste economische factor en grootste bron van deviezen gelden er speciale regels voor. Anders dan in Tunesië zitten de gevangenissen van Marokko niet vol met zogenaamde gebruikers, maar wel met handelaren, smokkelaars en telers van hasj en cannabis, die de pech hadden om tegen te lamp te lopen of te weinig geld op zak hadden voor het nog steeds wijdverbreide baksjisj-systeem. In Tanger, Rabat en Marrakesh is er echter een fundamentele verandering gaande. Chakib El Khayari, een mensenrechtenactivist uit het Rifgebergte, kwam als één van de eerste openbare voorstanders van legalisering in Marokko in 2009 nog in de gevangenis terecht. El Khayari had toentertijd met „Freedom Now“ het eerste Marokkaanse initiatief voor de legalisering van cannabis in het Rifgebergte in het leven geroepen. Tegenwoordig voert El Khayari opnieuw openlijk strijd en ook niemand minder dan de onlangs benoemde premier Saad Eddine El Othmani heeft zich uitgesproken vóór regulering van de grootste landbouwsector van het land. In 2014 diende zijn partij bij het parlement zelfs een wetsontwerp in van die strekking, dat ook door andere partijen werd gesteund. El Othmani is gematigd religieus en is in economisch opzicht liberaal. Velen hopen dat deze begin april benoemde minister-president de steeds sterker wordende religieuze invloeden in toom kan houden. Of een nieuw cannabisbeleid onder de nieuwe premier überhaupt een kans krijgt, wordt echter ook bepaald door de vele coalitiepartners in de regering, en niet in de laatste plaats door de nagenoeg almachtige koning van het land.

Tot nu toe werd de hasjteelt op grond van een decreet uit 1890 erkend als een privilege voor stammen uit het Rifgebergte. In de jaren vijftig van de afgelopen eeuw zei koning Mohammed V de lokale machthebbers nogmaals toe dat ze verder ongehinderd cannabis mochten telen, omdat hij zonder deze toezegging vreesde voor hun tegenwerking in de onafhankelijkheidsstrijd. Nadat het land in 1956 onafhankelijk werd, werd een officieel verbod op cannabis ingesteld, met uitzondering van de rechten die aan de stammen uit het Rif-gebied waren toegekend. De nieuwe koning Mohamed VI heeft de rechten van die stammen daarna echter nooit meer bekrachtigd. En daarmee vervalt eigenlijk de juridische grondslag voor het tolereren van de teelt en de handel. Desondanks staan de velden tussen Chefchaouen, Tétouan en Al Hoceima steeds weelderiger in bloei. Nu men in Marokko openlijk mag spreken over de misstanden rondom het verbod, lijkt ook de angst om zich te uiten minder te worden. Steeds vaker wordt gerapporteerd dat er ook weer velden in het zicht van hoofdwegen liggen, zoals voor het laatst in de jaren negentig het geval was. In de tussenliggende jaren probeerde men namelijk pijnlijk nauwkeurig de schijn op te houden, door slecht gecamoufleerde velden regelmatig plat te branden.

Van schaduweconomie naar economisch wonder

In Duitsland en in andere Europese landen bestaat er veel weerstand tegen Noord-Afrikaanse immigranten. Politici uit alle landen zoeken daarom welhaast wanhopig naar mogelijkheden om de migratiestromen vanuit Marokko en Tunesië te laten stoppen door mensen in eigen land perspectief te bieden. Vooral Marokko zou met geregulariseerde cannabismarkt een waar economisch wonder kunnen realiseren, omdat men nu al over een relatief goede infrastructuur beschikt, er voldoende kennis aanwezig is, de zon er uitbundig schijnt en ervaren henneptelers beschikbaar zijn, die in veel Europese landen ontbreken. Met een jeugdwerkloosheid van 20 procent is bij veel jongeren de wens groot om het land te verlaten en dat maakt snelle regulering van deze winstgevende landbouwsector noodzakelijk gezien het grote maatschappelijke en economische belang ervan.

Tunesië kan met verstandig cannabisbeleid niet heel makkelijk een economisch wonder realiseren, maar ook daar kan het in economisch opzicht geen kwaad om de cannabiscultuur, die al sinds de 12e eeuw bestaat, uit de illegaliteit te halen en de eigenlijk nog maar vrij recent ingevoerde verboden te herzien. Ook Tunesië kan zich met een oprechte hervorming van het drugsbeleid verder ontwikkelen tot een democratische burgermaatschappij en als voorbeeld dienen voor landen uit de regio door de ooit zwaarbevochten rechten van het volk te respecteren in plaats van ze met voeten te treden.

Reageren

Heb je een standpunt? Deel hem dan hieronder.

Leave a Comment

Please enter a name
Oops, looks like you forgot something?
Read More
Read More
Read More