Effecten van cannabis op vruchtbaarheid en het mannelijke en vrouwelijke voortplantingssysteem

Cannabisgebruik kan invloed hebben op de menselijke vruchtbaarheid, afhankelijk van geslacht, algemene gezondheid, sociaaleconomische status en andere factoren. We bespreken hier bestaand onderzoek naar cannabis en menselijke vruchtbaarheid. Zo geven we lezers een accurate, actuele samenvatting van de huidige stand van de wetenschap.

Om te begrijpen hoe cannabis de vruchtbaarheid kan beïnvloeden, moeten we begrijpen welke specifieke invloed het heeft op zowel mannen als vrouwen. Laten we beginnen met de invloed op het mannelijke voortplantingssysteem en dan op de meer gecompliceerde effecten op de vrouwelijke vruchtbaarheid.

Cannabisgebruik en mannelijke vruchtbaarheid

Sommige onderzoeken naar de invloed van cannabisgebruik op mannelijke vruchtbaarheid wezen uit dat bij regemlatig gebruik de spermatogenese (productie van sperma in de testikels) en testosteronwaarden afnemen.

In 2012 publiceerde de American Society of Andrology een recensie van een onderzoek naar de effecten van illegale drugs op de mannelijke vruchtbaarheid. De onderzoekers ontdekten dat er in de meeste onderzoeken consequent werd vastgesteld dat cannabis een negatieve impact op de mannelijke voortplantingsfysiologie heeft.

Een ander onderzoek uit 1992 (Vescovi e.a.) bestudeerde de waarden van het luteïniserend hormoon (LH, een belangrijk hypofysehormoon dat betrokken is bij het voortplantingsfuncties) bij een controlegroep binnen een bepaalde leeftijdscategorie. Dit onderzoek wees uit dat de LH-waarden bij mannelijke regelmatige gebruikers lager waren vergeleken met mannen die geen cannabis gebruikten. Een eerder onderzoek uit 1986 (Cone e.a.) ontdekte ook aanzienlijk lagere LH-spiegels direct na het roken van cannabis.

Een nog eerder onderzoek (Kolodny e.a., 1974) naar testosteronwaarden bij ”chronische” cannabisgebruikers constateerde dat 6 van de 17 proefpersonen oligospermie vertoonden (laag spermavolume). De gemiddelde testosteronwaarden in de groep die cannabis gebruikte lagen de helft lager dan bij de controlegroep. Er werd vastgesteld dat de invloed van cannabis op testosteronwaarden afhankelijk is van de dosis.

Het endocannabinoïdesysteem en mannelijke vruchtbaarheid

Uiteraard speelt het endocannabinoïdesysteem een rol in de regulering van processen die cruciaal zijn voor de mannelijke reproductieve gezondheid, zoals de hoeveelheid sperma, testosteronwaarden, en waarden van andere belangrijke hormonen zoals LH.

Bij gezonde volwassen mannen lijkt het gebruik van THC van negatieve invloed te zijn op de vruchtbaarheid. Bij een steeds hogere dosis neemt de vruchtbaarheid steeds meer af. Maar anandamide, de endogene analoog van THC, blijkt juist van cruciaal belang te zijn voor een goede werking van het mannelijke voortplantingssysteem.

In een onderzoek in 1993 werd voor het eerst geconstateerd dat type-I cannabinoïdereceptoren aanwezig zijn in menselijke testikels. In 2002 werd in een ander onderzoek vastgesteld dat anandamide in menselijk zaadvocht voorkomt, en dat CB1-receptoren in menselijke zaadcellen aanwezig zijn.

Het onderzoek uit 2002 stelde vast dat spermacellen zich hechten aan de agonist CP-55,940, wat betekent dat er CB1-receptoren aanwezig waren. Daarnaast concludeerde het onderzoek dat door de aanwezigheid van THC en AM-356 (een synthetische anandamide-analoog) de spermabewegelijkheid in vitro afnam. Overigens werd mede vastgesteld dat AM-356 een dosisafhankelijk, tweefasig effect op spermabewegelijkheid heeft: de bewegelijkheid wordt geremd bij hoge doses en wordt juist hyperactief bij lagere doses.

Anandamide en de ‘activatie’ van menselijke spermacellen

In een onderzoek uit 1994 werd ontdekt dat sperma van zoogdieren (inclusief dat van de mens) in feite niet in staat is om direct na het verlaten van de testikel een eicel te bevruchten. Het heeft een bepaalde tijd nodig waarin het wordt blootgesteld aan verschillende essentiële hormonen, enzymen en proteïnen tijdens de reis door de zaadleiders in het mannelijke voortplantingssysteem. Dan moet het ook nog in contact komen met de voortplantingsvloeistoffen van de vrouwelijke vagina en eileiders. Pas daarna is het sperma ‘geactiveerd’ en is het in staat een eicel te bevruchten.

Het onderzoek uit 2002 levert sterk bewijs voor de aanwezigheid van anandamide in zaadvocht. Bovendien toont het aan dat anandamide zich aan de CB1-receptoren van de spermatozoa hecht. Beide eigenschappen zijn cruciaal voor de ‘activatie’ van zaadcellen op weg naar de zaadleiders. Het moet echter wel in de juiste concentraties aanwezig zijn. Als de anandamidewaarde te hoog is, kan het juist een dramatische remmende werking op de zaadcellen hebben, waardoor ze een eicel minder goed kunnen bevruchten.

Waarom is anandamide gunstig en THC niet per se?

Al zijn THC en anandamide allebei agonisten van de CB1-receptoren, ze hebben een totaal andere structuur en hebben daardoor verschillende effecten op bepaalde metabolische processen. Anandamide heeft een veel kortere halveringstijd dan THC (slechts enkele minuten vergeleken met 24 uur bij THC). Anandamide breekt dus snel af nadat het in aanraking komt met een receptor. THC kan veel langer in dichtbij gelegen vetweefsel blijven zitten en daardoor de receptoren blijven stimuleren. Dit kan leiden tot overprikkeling en eventueel negatieve resultaten.

Zoals vaak het geval is bij onderzoeken met cannabinoïden: doseren is cruciaal. Het zou zo kunnen zijn dat heel kleine doseringen THC bevorderlijk zijn voor mannen die problemen ervaren met voortplanting die gelinkt worden aan te lage anandamidewaarden.

Cannabisgebruik en vrouwelijke vruchtbaarheid

Mannen die langdurig cannabis gebruiken kunnen in bepaalde mate minder vruchtbaar zijn, dit effect van cannabis op de mannelijke vruchtbaarheid lijkt vrij duidelijk. Maar het effect op het vrouwelijke genitale stelsel bij de mens is minder duidelijk.

De reproductieve gezondheid van vrouwen is op zichzelf al zeer complex. Het gaat niet alleen om zwanger raken, maar ook om het kind negen maanden lang gezond te dragen en vervolgens succesvol ter wereld te brengen.

Onderzoek uit het verleden heeft aangetoond dat het gebruik van cannabis de menstruatiecyclus kan beïnvloeden, oögenese kan onderdrukken (eicelproductie in de eierstokken) en de innesteling en ontwikkeling van het embryo negatief kan beïnvloeden. Langdurig gebruik van cannabis wordt bovendien herhaaldelijk gerelateerd aan een lager geboortegewicht (tot wel 50% hoger risico), afgenomen geboortegewicht en voortijdige (spontane) beëindiging van de zwangerschap.

De meeste van deze bevindingen zijn echter nog lang niet definitief. Het onderzoek had bijvoorbeeld te weinig deelnemers, of storende factoren zoals het gebruik van tabak werden niet in de bevindingen meegenomen. In recenter onderzoek (zoals deze bespreking over kinderen die in de baarmoeder aan marihuana zijn blootgesteld) wordt in feite vastgesteld dat er geen nadelige risico’s zijn.

In een essay uit 1985 over foetale afwijkingen (Qazi e.a.) na prenatale blootstelling aan cannabis ging het over vijf kinderen wiens moeders toegaven dat ze cannabis gebruikten voor en tijdens de zwangerschap. Deze kinderen werden geboren met verschillende symptomen zoals een groeiachterstand, neurologische disfuncties en vergroeiingen. Dit kan dan wel nuttige informatie opleveren, maar met zo’n kleine steekproefgrootte kun je geen concrete conclusies trekken. Bovendien betekent een correlatie niet direct dat het ook een oorzaak is.

Onderzoeken met dieren leveren ook bewijs voor het feit dat het gebruik van cannabis foetale afwijkingen kan veroorzaken. Bij een zo’n onderzoek (Geber & Schramm, 1969Phillipse.a., 1971) werden konijnen, ratten en muizen geïnjecteerd met grote doses onbewerkt cannabisextract (wel 666 mg/kg in een geval!). Zulke enorme doses aan cannabis zouden mensen praktisch onmogelijk kunnen innemen via de normale weg. Dergelijke onderzoeken zijn daarom vrijwel niet te gebruiken als vergelijkingsmateriaal.

Verschillende eerdere onderzoeken die een correlatie tussen het gebruik van cannabis (of andere gecontroleerde middelen zoals cocaïne) aantoonden, werden later zelfs weerlegd. De conclusies suggereerden dat de sociaaleconomische status en het welstandsniveau veel vaker de oorzaak zijn van een laag geboortegewicht en een gebrekkige ontwikkeling dan het gebruik van de middelen zelf. Dit betekent niet dat het gebruik van cannabis of andere middelen tijdens de zwangerschap geen nadelige gevolgen kent. Maar het onderschrijft het idee dat de risico’s overschat en overdreven worden door politiek en antidrugsvooroordelen.

Het endocannabinoïdesysteem en vrouwelijke vruchtbaarheid

Het is overduidelijk dat het endocannabinoïdesysteem (net als bij mannen) een belangrijke rol speelt bij vrouwelijke vruchtbaarheid.

Zoals eerder beschreven, moeten zaadcellen bij zoogdieren een bepaalde periode blootgesteld worden aan zowel mannelijke als vrouwelijke voortplantingsvloeistoffen om ‘geactiveerd’ te worden en een eicel te kunnen bevruchten. De aanwezigheid van anandamide in de vrouwelijke voortplantingsvloeistoffen draagt zo duidelijk bij aan de activatie van zaadcellen op weg naar de eileiders.

Anandamide helpt bij de activatie van zaadcellen en bevordert hun reis naar de eileiders waar de bevruchting plaatsvindt. Daarnaast spelen anandamide en CB1-receptoren een cruciale rol bij de ovulatie en de innesteling van de bevruchte eicel in het baarmoederslijmvlies (de bedekkende laag aan de binnenzijde van de baarmoeder).

Er is aangetoond dat hoge anandamidewaarden nodig zijn voor een succesvolle ovulatie en dat lagere waarden gunstig zijn tijdens de innesteling van de eicel in het baarmoederslijmvlies. Hetzelfde onderzoek stelde vast dat anandamidewaarden hoog zijn tijdens de vierde en vijfde week van de zwangerschap en dan afzwakken naar lagere waarden tijdens de zesde week.

Het anandamidegehalte in de oöcyten hangt sterk samen met de ontwikkeling en kwaliteit van de oöcyten, wat weer het succes van de ovulatie bepaalt. Het is niet precies duidelijk hoe anandamide de ontwikkeling van de oöcyt controleert. Het feit dat hoge anandamidewaarden op dit moment nodig zijn, lijkt tegenstrijdig te zijn met de bevindingen dat THC-gebruik de oögenese en de ovulatie kan verstoren.

Het proces kan bemoeilijkt worden door de rol die het endocannabinoïdesysteem speelt bij de spijsvertering. We weten dat cannabinoïden essentiële fysiologische processen beïnvloeden, waaronder de eetlust en glucosestofwisseling, en daardoor mogelijk bijdragen aan een lager risico op obesitas.

Obesitas hangt nauw samen met reproductieve gezondheid. Het positieve effect van THC op voeding kan dus belangrijker zijn dan het eventuele negatieve effect op de ovulatie zelf. Over het geheel genomen kan het uiteindelijk een positieve invloed op de vruchtbaarheid hebben.

De rol van cannabis en endocannabinoïden op vruchtbaarheid en anticonceptie

Veelvuldig cannabisgebruik lijkt een negatief effect op menselijke vruchtbaarheid en voortplanting te hebben. Maar er is veel onderzoek gedaan op dit gebied, wat de weg heeft vrijgemaakt voor een beter begrip van de menselijke voortplantingsfysiologie. Het biedt de mogelijkheid om gerichte behandelingen op basis van endocannabinoïden aan te bieden aan de 10-15% van stellen wereldwijd die met een lagere reproductieve gezondheid te kampen hebben.

Het gebruik van cannabis en exogene cannabis kan in veel gevallen nadelig zijn voor de conditie van de menselijke vruchtbaarheid op individueel niveau. Maar aan de andere kant is het bewezen dat het een nuttige, niet-invasieve manier kan zijn om vruchtbaarheid te beheersen in populaties met hogere vruchtbaarheidscijfers dan de vervangingscijfers (de mate waarin nieuwe baby’s geboren moeten worden om de overleden personen te vervangen, om de totale bevolkingsgrootte in stand te houden).

Om een helder beeld te krijgen van de mate waarin cannabis daadwerkelijk de algehele vruchtbaarheid beïnvloedt, in de zin van het aantal kinderen per vruchtbare vrouw, moeten we kijken naar het aantal kinderen dat cannabisgebruikers krijgen vergeleken met niet-gebruikers. Er zijn echter ook verschillende andere factoren die het aantal geboren kinderen beïnvloeden, zoals opleidingsniveau, sociaaleconomische status en of de wens om kinderen te krijgen er überhaupt is.

  • Disclaimer:
    Dit artikel kan niet ter vervanging worden gebruikt voor professioneel medisch advies, een diagnose of behandeling. Neem altijd contact op met uw arts of andere bevoegde deskundigen. Stel het vragen van medisch advies niet uit en negeer medisch advies niet naar aanleiding van wat u heeft gelezen op deze website.

Comments

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Auteur en reviewer

  • Profile-image

    Sensi Seeds

    De redactie van Sensi Seeds bestaat uit botanici, medische en juridische experts, plus gerenommeerde activisten zoals Dr. Lester Grinspoon, Micha Knodt, Robert Connell Clarke, Maurice Veldman, Sebastian Marincolo, James Burton en Seshata.
    Meer over deze auteur
  • Sanjai_Sinha

    Sanjai Sinha

    Dr. Sanjai Sinha is lid van de academische faculteit van Weill Cornell Medicine in New York. Hij besteedt zijn tijd aan het zien van patiënten, het onderwijzen van co-assistenten en medische studenten en het doen van onderzoek naar gezondheidszorg. Hij houdt van patiënteducatie en evidence-based geneeskunde. Zijn sterke interesse voor medisch onderzoek komt voort uit deze passies.
    Meer over deze reviewer
Scroll naar top