Cannabis als oorlogswapen: geschiedenis van cannabisgebruik voor oorlogsvoering

Cannabis is veelvuldig gebruikt door strijders in gevechtssituaties, van Indiase strijders in de oudheid tot Amerikaanse soldaten in Vietnam en geronselde kindsoldaten in hedendaags Afrika. Wat zijn de onderliggende oorzaken van dit opmerkelijke fenomeen en wat zijn de gevolgen?

De meesten van ons zien cannabis als een vredige substantie die de gebruiker ontspannen en kalm maakt en die het gevoel van sociale verbondenheid en de banden binnen een gemeenschap versterkt. Je vraagt je dus af hoe het mogelijk is dat cannabis in de geschiedenis zo vaak is ingezet als oorlogswapen.

Er zijn tientallen verslagen van gevallen waarin het beroemde vreedzame kruid werd of wordt gebruikt in de oorlogsvoering – van de sekte van de Assassijnen in het oude Perzië tot de Afrikaanse warlords van tegenwoordig, die hun kindsoldaten volstoppen met cannabis.

Het gebruik van cannabis voor oorlogsvoering door de eeuwen heen

Gedurende de duizenden jaren dat de mens cannabis heeft verbouwd, is het gewas voor ontelbare doelen gebruikt. Voor velen is het een religieus symbool, voor nog meer mensen een geneeskrachtige plant, en vermoedelijk is het voor de meesten een milde en rustgevende recreatieve drug die zorgt voor ontspanning en sociale verbondenheid.

Hoe is het dan mogelijk dat er zoveel voorbeelden zijn – uit lang vervlogen tijden, maar ook nu nog – waarbij cannabis wordt ingezet als middel ter ondersteuning van de oorlogsvoering?

In Companion to the Anglo-Zulu War (Ian Wright, 2008) wordt gemeld dat het leger van Swaziland cannabis gebruikte om “agressie te vergroten en vermoeidheid tegen te gaan” tijdens nachtelijke aanvallen. Ook wordt vermeld dat de Zoeloes mogelijk ook zelf kleine hoeveelheden cannabis gebruikten als onderdeel van hun rituelen voorafgaand aan de strijd en dat men dacht dat het roken van cannabis zou leiden tot meer moed en agressie.

In Shooting Up: A Short History of Drugs and War (2016) citeert de auteur de beroemde 19de-eeuwse Schotse ontdekkingsreiziger David Livingstone over de Sotho, een andere Zuid-Afrikaanse stam: “Ze gingen zitten en rookten (cannabis) om te zorgen voor een effectieve aanval.” 

De gerenommeerde cannabishistoricus Robert C. Clarke schrijft in Cannabis: Evolution & Ethnobotany (2013) dat “op cannabis-gebaseerde drugs al heel vroeg werden gebruikt in India om vermoeidheid en zorgen te overwinnen, om euforie op te wekken en om strijders in stressvolle omstandigheden moed te geven”.

In Marihuana: The First Twelve Thousand Years (E.L. Abel, 1980) schrijft de auteur: “In Indiase volksliederen uit de twaalfde eeuw komt ganja voor als drank voor krijgers. Net zoals soldaten in hedendaagse oorlogen voor aanvang van de strijd soms een slok whisky nemen, dronken strijders in het middeleeuwse India regelmatig een kleine hoeveelheid bhang of ganja om gevoelens van paniek te onderdrukken. Door dit gebruik kreeg bhang de bijnaam vijaya, ‘zegevierend’ of ‘onoverwinnelijk’”.

De krijgszuchtige Scythen, die tussen de negende en de eerste eeuw v. Chr. grote delen van Azië en Europa beheersten, stonden ook bekend om hun veelvuldige gebruik van cannabis. Hoewel er geen rechtstreeks bewijs is dat ze cannabis gebruikten als middel ter ondersteuning van de strijd, is cannabis aangetroffen in graven waarvan wordt gedacht dat ze van Scythische strijders zijn. Sommigen denken dat ze de drug voorafgaand aan de strijd gebruikten.

De Assassijnen in het oude Perzië

Men is het niet eens over de vraag of de militante islamitische sekte uit de elfde eeuw die bekend staat onder de naam Nizari Ismailis, geleid door de missionaris Hassan al-Sabbāh, eigenlijk wel hasj gebruikte. Velen denken dat de benaming Assassijnen, die ze kregen van de kruisvaarders, is afgeleid van het Arabische woord ‘Hashishin’ of hasjgebruiker.

De kruisvaarders, het belangrijkste doelwit van de Assassijnen, hadden groot ontzag voor hun tegenstanders en er deden veel verhalen over hun aard en daden de ronde. Zoals wel vaker bij oorlogspropaganda werd de vijand in deze verhalen als anders, minderwaardig of zelfs onmenselijk voorgesteld. Vanaf de twaalfde eeuw zijn er allerlei verhalen, te beginnen met Arnold van Lübeck in zijn Chronica Slavorum, waarin wordt vermeld dat al-Sabbāh hasj gebuikte om zijn moordenaars te bedwelmen en in zijn macht te houden.

Marco Polo’s verslag van de Assassijnen is ongetwijfeld het populairste en meest geciteerde verhaal, hoewel er nogal wat twistpunten zijn. Het belangrijkste daarvan is dat Marco Polo de regio bezocht (naar men aanneemt in 1273) toen al-Sabbāh al lang dood was (hij overleed vermoedelijk in 1124) en enige tijd nadat de sekte van de Assassijnen tijdens een invasie door de Mongolen in 1256 was uitgeroeid. Bovendien zijn er verschillende vertalingen van zijn werk, waarbij ‘hasj’ wordt vertaald als ‘opium’ of als ‘een bepaalde drank‘.

In die tijd werd in het Perzische rijk het gebruik van hasj beschouwd als tijdverdrijf voor mensen van lagere komaf, luiaards of paria’s – het ‘uitschot’. Het lijkt er zelfs op dat ‘Hashishin’ in de tijd van de Assassijnen een negatieve connotatie had en niet noodzakelijkerwijs samenhing met het gebruik van hasj. Sommigen zijn daarom van mening dat de Assassijnen door andere groepen in de Perzische samenleving ‘Hashishin’ werden genoemd omdat ze als boeven werden gezien en niet vanwege een directe connectie met hasj.

Het is opmerkelijk dat deze associatie tussen het gebruik van cannabis en de status ‘gevaarlijke boeven’ zich zou ontwikkelen tot een belangrijke hoeksteen van het prohibitionisme in de twintigste eeuw. Harry Anslinger vertelde het verhaal in 1937 zelfs in het Amerikaanse Congres om cannabisgebruikers neer te zetten als hysterische, door drugs verdwaasde moordenaars.

Amerikaanse soldaten in Vietnam

Er is ruimschoots bewijs dat cannabis veel werd gebruikt door Amerikaanse soldaten die tijdens de oorlog van 1955 tot 1975 in Vietnam waren. Sterker nog, de enorme toename van de populariteit van cannabis in de VS in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw kan rechtstreeks in verband worden gebracht met de soldaten die uit de oorlog terugkeerden en die hun gewoonten (samen met het product zelf) mee naar huis brachten.

De vrees voor een massale instroom van terugkerende soldaten die cannabis en heroïne gebruikten, was voor Nixon in 1971 aanleiding voor zijn ‘War on Drugs’.

The Marijuana Question and Science’s Search for an Answer door Helen C. Jones & Paul W. Lovinger (1985) bevat een aantal waardevolle inzichten met betrekking tot het gebruik van cannabis door Amerikaanse militairen in Vietnam.

Een marineman vertelde naar verluidt dat het bij aankomst in Vietnam “al in ruimte mate beschikbaar was en ik gebruikte het vrijwel dagelijks, als stressverlager zou je kunnen zeggen, om me op gevechtssituaties voor te bereiden”. Ook zei hij dat de marine “er niet echt over inzat, zolang het je hielp je taak goed te doen” in een gevechtssituatie, hoewel men het gebruik van drugs officieel niet goedkeurde.

Toen de militaire staf begin jaren zeventig probeerde het drugsgebruik terug te dringen nadat het aantal heroïneverslavingen een alarmerende omvang begon aan te nemen, bleek dat het gebruik van cannabis veel moeilijker te bestrijden was dan het gebruik van opium.

Lagere officieren negeerden de orders van hun meerderen vaak en keken de andere kant op wanneer het ging om het cannabisgebruik van hun manschappen. Soms maakte een officier die een poging deed om de orders van zijn meerderen uit te voeren kennis met hardhandige vergelding door zijn manschappen. Een sergeant raakte zelfs ernstig gewond toen een soldaat een handgranaat onder zijn bed liet rollen nadat de sergeant had geprobeerd het gebruik van drugs tegen te gaan.

Deze situatie en de toenemende hysterie rond cannabis thuis in de VS leidden ertoe dat veel officieren cannabisgebruik als een bedreiging beschouwden en het idee hadden dat hun manschappen zich elk moment onder invloed van drugs tegen hun meerderen konden keren. Het is echter veel waarschijnlijker dat de stressvolle omstandigheden de oorzaak waren van de chaos onder de troepen en dat cannabis de broodnodige verlichting bood van de meedogenloze druk van de oorlog.

Volgens Lukasz Kamienski in Shooting Up: A Short History of Drugs and War (2016) zeiden verschillende artsen in de jaren zeventig dat cannabisgebruik door de troepen in Vietnam hielp bij het “behoud van een goed psychologisch evenwicht onder de stressvolle omstandigheden van een gevechtssituatie”, hetgeen indirect bijdraagt aan effectievere gevechtsvaardigheden.

Kamienski stelt vervolgens dat drugs “in een woord… het medicijn voor de getormenteerde soldatenziel” waren.

Kindsoldaten in Afrika

Het duidelijkste bewijs van bewuste inzet van cannabis door de legerleiding komt uit de bloederige burgeroorlogen in Liberia (1989 – 1996 & 1999 – 2003), Sierra Leone (1991 – 2002) en de Democratische Republiek Congo (1998 – 2003).

In 2012 werd de Congolese warlord Thomas Lubanga door het Internationaal Strafhof (ICC) op drie punten schuldig bevonden aan het ronselen van kindsoldaten. Tijdens zijn proces verklaarden voormalige kindsoldaten dat “veel van hen voor de strijd marihuana kregen of moesten roken, omdat ze door het gebruik van drugs aan het front agressiever of zelfs onbevreesd waren”.

In Sierra Leone en Liberia werden kindsoldaten van de verschillende partijen routinematig voorzien van cannabis en andere drugs om ze gehoorzamer en onbevreesder in de strijd te maken. Een voormalig kindsoldaat die voor de Liberians United for Reconciliation and Democracy (LURD) vocht, vertelde aan Human Rights Watch:

We gebruikten wiet, sigaretten, dugee (tabletten), cokis (tot poeder vermalen tabletten). Het maakt je moedig als je naar het front gaat. De commandanten delen het uit… Je moet iets doen om sterk te zijn, want je wilt niet het gevoel hebben dat je iemand doodmaakt. De drugs geven je de kracht om te doden”.

Is cannabis een effectief oorlogswapen?

Het lijkt erop dat de mogelijkheden van cannabis als middel voor oorlogsvoering te maken hebben met het verlagen van angst en stress, en niet met het oproepen van blinde, moorddadige razernij, zoals gesuggereerd door Anslinger en andere voorstanders van een verbod voor en na hem.

Cannabis is een manier om de geest af te schermen van de tegennatuurlijke verschrikkingen van oorlog, in plaats van een middel om die verschrikkingen straffeloos te omarmen. Het is zeer onwaarschijnlijk dat cannabis een ‘normaal’ mens zou veranderen in een enthousiaste, uitzinnige moordenaar, maar het kan een angstige of in paniek geraakte soldaat wel kalmer en minder angstig maken, zodat hij beter kan functioneren onder stressvolle omstandigheden.

Anderzijds is het idee dat cannabis kan worden gebruikt om een moordenaar ongevoelig te maken voor de verschrikkingen van zijn eigen handelingen, zodat hij steeds makkelijker opnieuw kan doden, een idee dat nader moet worden onderzocht.

Er is veel informatie beschikbaar over cannabis als middel ter verlaging van de subjectieve traumatische ervaringen bij patiënten die lijden aan een posttraumatische stressstoornis (PTSS). Bij regelmatige toediening aan soldaten (vooral in het geval van kinderen, wiens hersenen nog in ontwikkeling zijn), zou het wellicht gevoelens van schuld, vrees of angst als gevolg van het verwonden van anderen kunnen verlagen. Afscherming van de hersenen tegen gebeurtenissen uit het verleden kan de aversie tegen deelname of blootstelling aan vergelijkbare gebeurtenissen in de toekomst verminderen.

Het is belangrijk om op te merken dat het bovenstaande speculatief is; er is geen onderzoek naar dit specifieke onderwerp uitgevoerd. In de komende decennia zal onderzoek naar de effecten van cannabis op stress, angst en agressie ongetwijfeld nieuwe inzichten opleveren, die ook van belang kunnen zijn voor de rol van cannabis bij de behandeling van stoornissen zoals PTSS.

Comments

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Auteur

  • Profile-image

    Sensi Seeds

    De redactie van Sensi Seeds bestaat uit botanici, medische en juridische experts, plus gerenommeerde activisten zoals Dr. Lester Grinspoon, Micha Knodt, Robert Connell Clarke, Maurice Veldman, Sebastian Marincolo, James Burton en Seshata.
    Meer over deze auteur
Scroll naar top