by Martín Barriuso on 20/11/2017 | Consumptie

Autorijden en cannabis in Spanje: de criminaliseringsstrategie (1/2)

cannabis in Spanje Is het gevaarlijk om auto te rijden na gebruik van cannabis? In Spanje vormen de harde sancties het risico. Zijn deze sancties voldoende onderbouwd? Worden de dingen op de juiste manier gedaan? Zijn de tests eigenlijk wel betrouwbaar? In het eerste deel van een tweedelig artikel gaan we op dit onderwerp in.


Autorijden begint een gevaarlijke bezigheid te worden voor cannabisgebruikers in Spanje. Hoewel speekseltests nog steeds onbetrouwbaar zijn, is de regering begonnen met een strategie die gebruikers criminaliseert. In het eerste deel van dit artikel analyseren we de huidige situatie. Zijn speekseltests betrouwbaar? Is het gevaarlijk om een auto te besturen wanneer we cannabis gebruikt hebben? Wat wordt er nu eigenlijk bestraft door de autoriteiten?

De eerste pogingen om mensen te betrappen en vervolgen die autorijden onder invloed van illegale drugs, werden ondernomen in de jaren tachtig in de Verenigde Staten. De Europese Unie raakte in de jaren negentig geïnteresseerd in deze kwestie. Sindsdien is Spanje een van de meest actieve landen bij de ontwikkeling van dit soort controles. Spanje is een van de landen met het hoogste gebruikspercentage van cannabis, cocaïne en andere illegale drugs in de Europese Unie en ook wereldwijd. Gezien de vele gevallen van rijden onder invloed en de vele verkeersongevallen in Spanje en ook gezien de prohibitionistische stellingname van regeringen in de afgelopen tientallen jaren, is het niet verrassend dat men veel moeite heeft gedaan om mensen te vervolgen die illegale drugs gebruiken en vervolgens gaan autorijden.

Zijn drugstests voor automobilisten betrouwbaar?

De belangrijkste hindernis waarmee regeringen te maken kregen is tweeledig. Aan de ene kant zijn er geen betrouwbare methodes om de aanwezigheid van drugs in het lichaam op te sporen en te meten. Aan de andere kant is er geen eenduidig wetenschappelijk bewijs over hoe dergelijke drugs het autorijden beïnvloeden. In de onderzoeken die zijn gedaan om de effecten van alcohol en cannabis op autorijden te vergelijken, bestaat er geen twijfel over het verslechterende effect van alcohol na consumptie van een bepaalde dosis of over het meer verlammende effect van de combinatie van alcohol en cannabis. Het gebruik van cannabis op zichzelf lijkt echter geen verslechterend effect te hebben, zoals blijkt uit de resultaten in simulatoren en wanneer gebruikers van de plant een echte auto besturen. Vergelijkbare conclusies werden getrokken in het overzicht van bewijzen dat de CDPC in 2017 in Canada heeft gepubliceerd.

Het effect van cannabis is gekoppeld aan dosis en ervaring

Deskundigen denken dat dit schijnbare gebrek aan verslechtering optreedt omdat cannabis hoofdzakelijk zeer geautomatiseerde functies beïnvloedt, en de functies die bewuste controle vereisen, zoals ingewikkelde acties tijdens het rijden, veel minder. Wanneer mensen zich bewust worden dat ze onder invloed van cannabis zijn, ontwikkelen ze verschillende strategieën om het risico te verminderen. Hierdoor verschilt hun manier van autorijden maar weinig van die van mensen die geen enkele substantie hebben gebruikt. Er wordt ook aangestipt dat het effect van cannabis is gekoppeld aan dosis en ervaring en dat het bijna geen invloed heeft op langdurige rokers. Toch houden de Spaanse autoriteiten vol dat cannabis altijd gevaarlijk is in combinatie met autorijden, of die bewering nu wel of niet wetenschappelijk wordt ondersteund.

Onbetrouwbare drugstests zijn bij automobilisten in Spanje gebruikt

Een foto van een vrouw die een wattenstaafje van een drugstest tegen haar gehemelte houdt. In haar rechterhand heeft ze een lege injectiespuit.

In de afgelopen twintig jaar heeft de Europese Unie verschillende onderzoeken uitgevoerd om te bepalen of de beschikbare methodes voor het opsporen van drugs betrouwbaar zijn. Het eerste was het ROSITA-project, dat eind jaren negentig en in de eerste jaren van de 21e eeuw plaatsvond. Dit onderzoek werd gevolgd door het ROSITA II-project, dat tussen 2005 en 2006 werd uitgevoerd. Uit beide onderzoeken, die door de Spaanse hoogleraar Manuel López-Revadulla werden gecoördineerd, bleek dat de op dat moment beschikbare methodes onvoldoende betrouwbaar waren. Desondanks begon men ze in sommige Spaanse regio’s te gebruiken.

Het derde Europese onderzoek was DRUID (Driving Under the Influence of Drugs, Alcohol, and Medicines – autorijden onder invloed van drugs, alcohol en medicijnen), dat begon in 2006 en eindigde in 2010. Spaanse instellingen stellen dat dit rapport ‘de betrouwbaarheid van apparaten voor snelle detectie erkent’, zoals in het jaarverslag uit 2010 van het kantoor van de procureur-generaal te lezen valt. Zoals ik echter meldde in 2015 tijdens het optreden van cannabisorganisaties voor de drugscommissie van het Spaanse parlement, staat in de conclusie van DRUID in feite dat ‘geen van de tests het benodigde niveau van efficiëntie heeft bereikt op het vlak van gevoeligheid, specificiteit en nauwkeurigheid voor elke bijgeleverde test afzonderlijk.’

Veel drugstests, weinig betrouwbare uitslagen

Ondanks het gebrek aan werkzaamheid zijn speekseltests voor drugsdetectie de afgelopen jaren veelvuldig gebruikt door verschillende politiekorpsen. Jaarlijks worden ze bij tienduizenden automobilisten afgenomen. Het is ook verplicht om alle automobilisten te testen die bij een verkeersongeluk betrokken zijn, of ze nu ongedeerd, gewond of overleden zijn. Niettemin is het moeilijk om conclusies te trekken uit de gegevens die het ministerie voor verkeersveiligheid aanlevert. Om te beginnen wordt in het geval van overleden automobilisten slechts bij 60% een autopsie gedaan, terwijl deze in theorie verplicht is. Als we niet weten waarom 40% wordt uitgesloten, hoe kunnen we dan de uiteindelijke gegevens vertrouwen? Bovendien hebben de autoriteiten het vaak, waarschijnlijk met opzet, over de overvloed aan ‘positieve tests op drugs en alcohol’, alsof beide tests gelijkwaardig zouden kunnen worden beoordeeld. Daar komt nog bij, zoals de DGT zelf erkent, dat de aanwezigheid van psychoactieve substanties in het lichaam één ding is, maar dat dit de belangrijkste oorzaak van een ongeluk zou zijn, is heel wat anders. Het moet ook niet vergeten worden dat drugstests, die veel duurder zijn dan alcoholtests, veel selectiever worden gebruikt en dus bevooroordeeld zijn.

In 2016 deed de Guardia Civil 60,942 drugstests, waarvan 23,822 (39%) positief was. Aan de andere kant werden 4,6 miljoen blaastests gedaan, waarvan 1,5% (68,852) positief was. De tests die zijn afgenomen door autonome politieafdelingen (Baskenland en Catalonië) en door de plaatselijke politie, zijn niet bij deze uitslagen meegenomen. Dit opvallende verschil tussen positieve alcohol- en drugstesten blijft niet alleen in stand bij de automobilisten die bij een ongeluk betrokken waren (4,5% positief voor alcohol tegenover 27% positief voor ander psychoactieve substanties). Uit EDAP, een tweejaarlijks onderzoek waarin tests langs de weg willekeurig worden onderzocht, blijkt dat 12% van de onderzochte automobilisten andere drugs dan alcohol heeft gebruikt, 3% testte positief op alcohol en 1,5% testte positief op alcohol en andere substanties. Als we bedenken dat de prevalentie van alcoholconsumptie in Spanje (bijna 80%) aanzienlijk hoger is dan alle illegale drugs en legale hypnosedativa bij elkaar, is het duidelijk dat er iets vreemds aan de hand is.

Cannabis roken is verboden, zelfs als het geen invloed op je heeft

Ongetwijfeld ligt de sleutel voor het begrijpen van dit verschil in het feit dat het volgens de huidige verkeerswet verboden is om auto te rijden ‘met een alcoholgehalte hoger dan de vastgestelde limiet’, terwijl voor de andere drugs ‘aanwezigheid in het lichaam’ voldoende is om je van het autorijden af te houden. Natuurlijk is louter de aanwezigheid van drugs in het lichaam niet hetzelfde als ‘onder invloed zijn’, zoals in de vorige wet stond. Geconfronteerd met de beschuldiging dat mensen worden bestraft die geen gevaar op de weg zijn, aangezien ze slechts restanten cannabis of andere substanties in hun lichaam hebben, verdedigt de regering zichzelf door te zeggen dat de tests, die zijn gemaakt door het Duitse merk Dräger Drugtest 5000, zo zijn afgestemd dat ze alleen consumptie tussen de drie en zes uur voor het afnemen van de test opsporen.

Het is om te beginnen al twijfelachtig om consumptie zes uur voorafgaand aan de test te bestraffen, als bekend is dat de effecten meestal veel korter aanhouden, zelfs als de cannabis oraal wordt gebruikt. Sterker nog, de NHTSA (vergelijkbaar met de DGT in de VS) is van mening dat de effecten van cannabis op het besturen van een auto rond de drie uur aanhouden. Alles wijst er echter op dat deze detectieperiode in feite veel langer is, zoals blijkt uit het grote aantal mensen dat zich wendt tot organisaties en gespecialiseerde advocaten met het verhaal dat ze een of twee dagen na hun gebruik een boete hebben gekregen. Er zijn ook veel positieve testresultaten bij passieve rokers, wat aantoont dat de hoeveelheid cannabis benodigd voor een bestraffing minimaal is.

Een absoluut onbetrouwbare test

Manuel López-Rivadulla, de man verantwoordelijk voor de beoordeling van de test, zegt dat ‘een positieve uitslag betekent dat de persoon tussen de drie en negen uur voorafgaand aan de test heeft gebruikt, en dat is zeer ruim genomen.’ Hoewel hij ook toegeeft dat er regelmatige gebruikers zijn voor wie het ‘in plaats van negen uur tot wel twaalf uur kan duren’. Dat wil zeggen, vier keer langer dan de effecten aanhouden. Als we kijken naar de schatting van de fabrikant, blijkt dat de detectieperiode ligt tussen een paar minuten en 24 uur. Maar zelfs dit lijkt niet waar te zijn, want toen de organisatie Energy Control, een van de belangrijkste risicobeperkingsorganisaties van Spanje, Dräger in een schrijven vroeg hoe lang iemand van de cannabis moet afblijven om een negatieve uitslag te krijgen, antwoordde het bedrijf dat men het niet wist.  De onzekerheid over de betrouwbaarheid van de test is dus definitief.

Dit belang bij het relativeren van de onnauwkeurigheid van de Drugstest 5000 is volkomen begrijpelijk vanuit het oogpunt van de fabrikant. Die wil uiteindelijk gewoon zijn product verkopen. Maar wat is het belang van de zogenaamd onafhankelijke beoordelaars? Waarschijnlijk een economisch belang, aangezien de Forensisch Toxicologische Dienst van de universiteit van Santiago, die wordt geleid door López-Rivadulla, het contract ter waarde van bijna EUR 1,5 miljoen per jaar kreeg om de aanvullende bloedtesten in het laboratorium uit te voeren. Als ze, zoals de Europese Unie, hadden gezegd dat de test niet nauwkeurig genoeg was, hadden ze natuurlijk geen contract gekregen, dus door dit duidelijke belangenconflict moeten we aan de objectiviteit van hun beweringen twijfelen.

Met dank aan Claudio Vidal, Héctor Brotons, Nuria Calzada en Rafael Agulló voor hun hulp bij het schrijven van dit artikel.

Reageren

Heb je een standpunt? Deel hem dan hieronder.

Leave a Comment

Please enter a name
Oops, looks like you forgot something?
Read More